Instructievideo’s kunnen het aanleren van vaardigheden ondersteunen wanneer de leerling weinig voorkennis of ervaring heeft. Een goede instructievideo legt de vaardigheid stap voor stap uit en doet deze voor. Leren van een voorbeeld kost minder tijd en moeite dan wanneer de leerling probeert de taak uit te voeren zonder eerst een voorbeeld te bekijken. Of een voorbeeld op video effectiever is dan een live demonstratie is niet bekend. Een instructievideo lijkt even effectief als een stapsgewijs uitgeschreven handleiding.
Vmbo’ers vinden het moeilijk om een vervolgopleiding te kiezen, ondanks de loopbaanoriëntatie en -begeleiding die scholen voor vmbo verzorgen. Enkele roc’s bieden daarom een oriëntatietraject aan voor leerlingen die een mbo-opleiding willen gaan volgen, maar nog niet weten welke. Naar de invloed van dat oriëntatietraject op uitval en switch van studenten is nog geen onderzoek gedaan. Wel zijn er aanwijzingen te geven over hoe een effectieve aanpak voor loopbaanoriëntatie en -begeleiding van vmbo’ers er uit kan zien.
Lerarenopleidingen kunnen studiesucces van hun studenten bevorderen door een realistisch beeld te schetsen van de opleiding en het leraarsberoep. Duidelijke intakeprocedures en over en weer uitwisselen van verwachtingen helpen daarbij. Een evenwichtig curriculum en een authentieke leeromgeving dragen ook bij aan studiesucces. Dat geldt eveneens voor omgaan met medestudenten en contact met de docent, een actief studieklimaat en een goed toetsprogramma. Structurele samenwerking met het voortgezet onderwijs en mbo versoepelt de overgang naar het hbo voor de student.
Voor een soepele overstap naar het voortgezet onderwijs helpt het als basisschoolleraren hun leerlingen leren omgaan met bepaalde sociale situaties en om ze studievaardigheden bij te brengen zoals plannen en zelfstandig leren. Ook een intensieve samenwerking en warme overdracht tussen po en vo zijn belangrijk. Verder moeten middelbare scholen na de overstap leerlingen hulp en ondersteuning bieden en aandacht geven aan sociaal-emotionele aspecten.
Om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen, kunnen leraren hun krachten bundelen en gezamenlijk werken aan innovaties. Een veelbelovende vorm daarvoor is een professionele leergemeenschap. Een langetermijnplanning met een gestructureerde aanpak, faciliteiten en tijd bevorderen kennisdeling tussen en kennisbenutting van professionele leergemeenschappen. Daarnaast zijn stimulerend leiderschap en eigenaarschap van leraren van de opgedane kennis belangrijk.
Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de onderwijskwaliteit van de scholen die onder hun bevoegd gezag vallen. Als schoolbesturen worden aangesproken op onderwijskwaliteit en kwaliteitszorg dan zouden scholen structureler werken aan de onderwijskwaliteit, zo is de gedachte. Onderzoek geeft vooralsnog geen uitsluitsel over effecten van bestuurskenmerken, bestuurlijk functioneren of bestuursgericht toezicht op de kwaliteit van het handelen van leraren in de dagelijkse onderwijspraktijk.
Vakoverstijgend onderwijs en vakkenintegratie dragen niet of nauwelijks bij aan leerprestaties in het voortgezet onderwijs. Daarom is ook niets te zeggen over de manier waarop vakoverstijgend onderwijs of vakkenintegratie meer of minder effectief zou zijn voor leerprestaties.
Geactualiseerd: oktober 2024
Steunlessen zijn een vorm van re-teaching: het herhalen van essentiële elementen uit het klassikale aanbod aan leerlingen die dit nodig hebben. Verondersteld wordt dat re-teaching werkt als aan drie voorwaarden wordt voldaan. 1) gebruik van andere instructiemethoden dan tijdens de initiële les. 2) het maakt onderdeel uit van het reguliere onderwijsaanbod en 3) Dat leerlingen de mogelijkheid krijgen om te laten zien dat ze na re-teaching dezelfde stof beheersen als hun klasgenoten.
Integratie van schoolculturen is een proces van jaren. Het vraagt om een goede voorbereiding, geleidelijke stappen en een lange adem. Belangrijk bij integratie is om recht te doen aan cultuurverschillen uit het verleden, bijvoorbeeld door functionele tradities te behouden. Werken aan een cultuur voor de toekomst kan door nieuwe tradities te introduceren en door samenwerking rond een nieuw onderwijsconcept of thema.
De voornaamste verschillen tussen het havo- en vwo-curriculum zitten in de hoeveelheid stof en het tempo waarin de stof wordt behandeld. Daarnaast doet het vwo meer een beroep op de cognitieve niveaus ‘transfergerichte toepassingen’ en ‘inzicht’. Op het havo ligt het accent meer op ‘onthouden’ en ‘trainingsgerichte toepassing’. Bij toetsing, om te bepalen of leerlingen meer geschikt zijn voor havo of voor vwo, is het van belang om zowel naar de totaalscore te kijken, als naar de afzonderlijke scores op onderliggende cognitieve niveaus.