De meeste leerlingen die het vmbo verlaten, zo’n 84 procent, stromen door naar het mbo. Een deel van deze studenten valt in het eerste jaar uit of switcht van opleiding. Studenten geven als belangrijkste reden daarvoor dat ze een verkeerde studie hebben gekozen.
Vmbo’ers hebben moeite om een vervolgopleiding te kiezen
Het vmbo is wettelijk verplicht leerlingen te begeleiden bij hun studie- en beroepskeuze. Over het algemeen zijn vmbo’ers ontevreden over het aanbod daarvan. Bovendien hebben zij sowieso moeite met het kiezen van een passende vervolgopleiding. Vooruitkijken en inschatten van gevolgen van een keuze zijn vaardigheden die deze jongeren nog niet goed hebben ontwikkeld. Als ze een keuze maken, doen ze dat vaak op basis van rapportcijfers of onder invloed van ouders en vrienden. Of door intuïtief wegstrepen van studies die ze onaantrekkelijk vinden; de opleiding die overblijft kiezen ze vervolgens.
Oriëntatietraject op het mbo als nieuw initiatief
Steeds meer roc’s bieden een oriëntatietraject aan voor aankomend mbo-studenten. Daarin leren ze verder, groeien als persoon en nemen uitgebreid kennis van beroepen en beroepsopleidingen. Het oriëntatietraject is vooral gericht op vmbo’ers met een diploma kaderberoepsgerichte of theoretische leerweg, omdat de urgentie voor deze doelgroep het hoogst is vanwege de leerplicht. Studenten die zo’n traject volgen staan al ingeschreven bij de mbo-instelling, voorafgaand aan de definitieve keuze voor een beroepsopleiding.
Aanknopingspunten voor effectieve loopbaanbegeleiding
Er is geen onderzoek bekend naar de effectiviteit van oriëntatietrajecten in het mbo op uitval en switch. Wel zijn er aanknopingspunten voor een aanpak voor loopbaanoriëntatie en -begeleiding op basis van dergelijke trajecten in het voortgezet onderwijs.
Het is aan de vmbo-school om een samenhangend traject van activiteiten aan te bieden, met betrokkenheid van mentoren, docenten en andere begeleiders. Doel is om leerlingen te informeren en te enthousiasmeren. Contact met de ouders van de leerlingen helpt eveneens het studiekeuzeproces te versterken. De school legt verbinding met de beroepspraktijk door snuffelstages, bedrijfsbezoeken en gastlessen door beroepsbeoefenaren te organiseren. De aankomend student speelt hierin een actieve rol en voert opdrachten tijdens deze activiteiten uit.
Docenten en mentoren gaan in gesprek met de leerling over zijn of haar motieven, ambities en kwaliteiten. En over verwachtingen, van henzelf en van anderen – en hoe ze daarmee om kunnen gaan. Verder kan het leerlingen helpen als ze kennis opdoen over ondernemerschap en solliciteren. Dat heeft een positieve uitwerking op het zelfvertrouwen van leerlingen om een goede studiekeuze te maken.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Martijn Peters (antwoordspecialist) en Marloes de Lange (kennismakelaar Kennisrotonde).