Studenten kunnen veel leren van samenwerken. Het kan ook praktisch zijn om groepsopdrachten te geven. Docenten doen er goed aan om te zorgen voor voldoende maar ook niet té grote diversiteit in samenwerkingsgroepjes. De bewuste keuzes die hiervoor nodig zijn vragen veel analyse en expertise, maar leveren meer leerwinst op dan een random groepssamenstelling of eigen keuze van studenten.
Het aanleren van schoolse en digitale vaardigheden tijdens een alfabetiseringscursus vergroot de zelfredzaamheid van analfabete anderstalige volwassenen. Welke vaardigheden precies cruciaal zijn, is niet duidelijk; daarover zijn geen studies gevonden. Wel is er iets te zeggen over de didactiek. Om schoolse en digitale vaardigheden aan te leren, lijkt het effectief om authentieke leersituaties te creëren die aansluiten bij de leerbehoeftes van cursisten.
Volwassenen met lage basisvaardigheden beschikken na deelname aan een leertraject over betere sociale vaardigheden. Ze worden assertiever en meer zelfwerkzaam. Verder ontwikkelen ze een positiever zelfbeeld. Als ouder krijgen ze een beter contact met hun kinderen en met school. Vooral de inzet van goede docenten, goede materialen en activiteiten, en transfermogelijkheden bevorderen de groei in sociale vaardigheden tijdens een leertraject. Ook betrokkenheid van de omgeving en ondersteuning van een vrijwilliger helpen.
Motivatie tijdens het (online) leren van volwassen tweede taalleerders kan worden bevorderd als deelnemers van en over elkaar leren en toepassing in het dagelijks leven centraal staat. Hierbij is het belangrijk dat de deelnemers inhoud van buiten de les aandragen en daar gezamenlijk op reflecteren – ook tijdens online lessen. Docenten kunnen dit onder meer faciliteren via de flipped classroom-methode.
Reciprocal teaching heeft een positief effect op het leesbegrip van verschillende groepen volwassen leerders. In deze methode geeft de docent eerst klassikale instructie in het toepassen van leesstrategieën door ze voor te doen via hardop denken. Daarna oefenen studenten met het toepassen van leesstrategieën, ook door onder andere hardop denken. Ten slotte passen studenten in kleine groepen de leesstrategieën toe en doen ze die aan elkaar voor. De docent heeft dan vooral een coachende rol.
Of volwassenen met een zwakke beheersing van de (moeder)taal ook problemen hebben met beheersing van executieve functies is niet bekend. Onderzoek op dit gebied is schaars, evenals onderzoek naar de relatie met de leeromgeving. Wel weten we dat bij jongvolwassen studenten er een samenhang is tussen taalontwikkeling en de ontwikkeling van executieve functies. Achtergrondkenmerken, de leeromgeving of het leerproces kunnen die samenhang versterken.
Kennis van letternamen helpt bij het leren lezen en schrijven, en versterkt de klank-tekenkoppeling. Wanneer de bijbehorende letterklank niet aan het begin van de letternaam staat, kan er echter verwarring optreden. Dit is onderzocht bij kinderen; en het is aannemelijk dat het ook voor anderstalige volwassenen geldt. Instructie in kleine groepen kan helpen, deze levert grotere alfabetkennis op dan individuele instructie.
Of een activiteit op de werkplek bijdraagt aan de taalontwikkeling van volwassen NT2-leerders is afhankelijk van de context. In zijn algemeenheid: activiteiten die aansluiten op de leerbehoeften van deelnemers vergroten de effectiviteit. Door een analyse van vereiste vaardigheden op de werkplek, is het mogelijk activiteiten daarop toe te spitsen. Het is van belang om alle partijen, ook de deelnemers, bij het leertraject te betrekken. Het is een pre als docenten ervaring hebben met het geven van taaltrajecten op de werkplek.
Het maakt uit of een docent beschikt over kennis over rekenen en over pedagogische vakkennis om op verschillende manieren rekenen aan te leren. Wanneer docenten over deze specifieke kennis beschikken, gaan volwassen deelnemers meer vooruit. Het koppelen van rekenen aan het beroep of een praktijksituatie zorgt voor succesvollere leerresultaten. Connectionist teaching kan die koppeling versterken. Deze onderwijsvorm legt een sterke verbinding met de buitenwereld en tussen verschillende rekenonderdelen.
Geactualiseerd: 10 januari 2024
Zowel een functionele als een grammaticale onderwijsbenadering kan in het volwassenenonderwijs bijdragen aan het leren van een tweede taal. Aansluiting bij de behoeften van deelnemers en een leeromgeving waarin hun eigen context centraal staat, leveren goede leerresultaten op. Het gaat dan om de functionele benadering met onder meer voldoende oefenmomenten en authentieke leeractiviteiten. Expliciete instructie van grammatica werkt eveneens. Daarbij gebruiken docenten sleutelwoorden of klanken, bieden zij categorische woordenlijsten aan of zetten de methode van uitgebreid lezen in (de grammaticale benadering).