Is de beheersing van executieve functies onder volwassenen afhankelijk van een zwakke beheersing van de (moeder)taal en van de leeromgeving?

Of volwassenen met een zwakke beheersing van de (moeder)taal ook problemen hebben met beheersing van executieve functies is niet bekend. Onderzoek op dit gebied is schaars, evenals onderzoek naar de relatie met de leeromgeving. Wel weten we dat bij jongvolwassen studenten er een samenhang is tussen taalontwikkeling en de ontwikkeling van executieve functies. Achtergrondkenmerken, de leeromgeving of het leerproces kunnen die samenhang versterken.

Gepubliceerd:

executieve functies

Executieve functies omvatten een set controleprocessen, die ervoor zorgen dat iemand zelf cognitieve activiteiten, emotionele reacties en gedrag kan reguleren. Bij volwassenen gaat het om onder meer afremmen van impulsen, flexibiliteit, emotieregulatie, zelfevaluatie en initiatief nemen. Verder vallen plannen en organiseren, en taakevaluatie en ordelijkheid daaronder. En ook het werkgeheugen; het vermogen om informatie vast te houden en op basis daarvan een taak te doen of een reactie te geven.

Executieve functies en taalvaardigheid bij kinderen en jongeren

Bij kinderen en jongeren is er een samenhang tussen het beheersen van executieve functies en taalvaardigheden. Zo hebben bij kinderen de executieve functies werkgeheugen en afremmen van impulsen een link met de gesproken taal of expressieve en receptieve taalvaardigheden. Onder jongeren is er een verband aangetoond tussen taalproblemen en dysexecutieve gedragingen.

Onderlinge afhankelijkheid taalontwikkeling en executieve functies

Deels beïnvloed door andere factoren is er een verband tussen taalontwikkeling en ontwikkeling van executieve functies onder jongvolwassen studenten. Zo blijkt de executieve functie van cognitieve flexibiliteit significant lager te zijn bij jongvolwassen studenten met een lager leesbegrip.

Er is geen onderzoek bekend naar de invloed van taalontwikkeling op de ontwikkeling van executieve functies. Wel is er een bepaalde invloed van executieve functies op taalontwikkeling geconstateerd, maar de omvang daarvan is niet duidelijk. Vooral de executieve functie werkgeheugen heeft een impact op bijvoorbeeld verhalen vertellen, gesprekken voeren en zinnen herhalen. En verder onder meer op het afleiden van informatie uit teksten, het geven van goede antwoorden bij schrijftaken en het begrijpen van grammatica. Hier is wel een nuancering op zijn plaats. De meeste onderzoeken hiernaar zijn uitgevoerd onder mensen met dementie, afasie en traumatische hersenschade.

Invloed van achtergrondkenmerken en het leerproces

Andere factoren zoals achtergrondkenmerken en onderdelen van het leerproces zijn eveneens van invloed op de taalontwikkeling en de ontwikkeling van de executieve functies. Daardoor lijkt er een verband te bestaan tussen taal en executieve functies. Zo bevordert bij jongvolwassen tweetalige studenten de mate van beheersing van begrijpend lezen en luisteren de executieve functies. En vervolgens ook taken op het non-verbaal functioneren. Dit komt doordat deze studenten de mechanismen voor begrijpend lezen en luisteren ook kunnen inzetten voor het uitvoeren van executieve functies.

Tweetalige volwassenen die op een dag vaak van taal wisselen, hebben betere (cognitieve) flexibiliteitsvaardigheden dan tweetalige volwassenen die dagelijks weinig van taal wisselen of volwassenen die één taal spreken.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Maurice de Greef (kennismakelaar Kennisrotonde).


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Geactualiseerd: 12 maart 2024

    Kinderen laten na training in cognitieve flexibiliteittaken in het algemeen verbeteringen op die taken zien. Bij kinderen met een Autisme Spectrum Stoornis (ASS) is dat minder duidelijk. Evenmin is duidelijk of kinderen door deze trainingen in de klas of in het dagelijkse leven minder problemen met cognitieve flexibiliteit tonen. Een meer samenhangend cognitief gedragsprogramma (Unstuck and On Target) laat bij kinderen met ASS enige bemoedigende resultaten zien.

    Lees meer