Antwoorden op onderwijsvragen

De Kennisrotonde beantwoordt onderwijsvragen op basis van kennis uit onderzoek. De antwoorden helpen jou om wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken in de praktijk. Heb je niet gevonden waar je naar op zoek bent? Stel dan zelf jouw onderwijsvraag!

870 resultaten

    Het is onduidelijk welke effecten kortdurende praktijkgerichte projecten en activiteiten hebben op de interesse en keuze van basisschoolleerlingen voor techniek. Direct na afloop van zo’n activiteit zijn leerlingen meestal meer geïnteresseerd, maar dat lijkt na verloop van tijd af te nemen. Bij Nederlandse middelbare schoolleerlingen kon ook direct na afloop geen effect op techniek-interesse worden vastgesteld. Er zijn aanwijzingen dat bij langer lopende schoolinterventies, en die waar leerlingen zich vrijwillig voor aanmelden, er wel op de langere termijn een verschil in is in interesse én studiekeuze.

    Lees meer

    Het lijkt erop dat individueel digitaal thuisonderwijs niet gunstig is voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van de meeste basisschoolleerlingen. Omdat er minder persoonlijk contact is, lopen met name kwetsbare leerlingen risico om zich eenzaam te voelen. Maar er is te weinig robuust onderzoek gedaan om het effect van dit type onderwijs op de sociaal-emotionele ontwikkeling van basisschoolleerlingen goed te beschrijven.

    Lees meer

    Als leerlingen (langdurig) afwezig zijn doordat zij veel stress en angst ervaren rond school, wordt dit ook wel ‘schoolweigering’ genoemd. Het lijkt belangrijk om dit vroeg te signaleren, omdat terugkeren naar school moeilijker wordt naarmate leerlingen langer afwezig zijn. Bij leerlingen die een veilig schoolklimaat en positieve relaties met leraren ervaren, komt schoolweigering minder vaak voor. Pesten en eenzaamheid op school hangen er juist mee samen. Het is daarbij niet altijd duidelijk in hoeverre dit oorzaken of ook deels gevolgen zijn van schoolweigering. Bij interventies gebaseerd op cognitieve gedragstherapie oefenen leerlingen stapsgewijs met situaties die spanning oproepen, zoals naar school gaan. Dit leidt doorgaans tot verbeterde schoolaanwezigheid.

    Lees meer

    Onderzoek naar procedures die leiden tot plaatsing van leerlingen op een niveau dat aansluit bij hun competenties ontbreekt. Beschikbare onderzoeken naar procedures kijken naar andere uitkomsten, zoals objectiviteit van de besluitvorming en acceptatie van het advies door leerlingen en ouders. Mogelijk zijn kenmerken van die procedures te gebruiken voor een passende plaatsing.

    Lees meer

    Er is nog weinig bekend over hoe docenten pesten tussen mbo’ers kunnen voorkomen en aanpakken. Er zijn aanwijzingen dat een ervaringsgericht anti-pestprogramma, waarbij mbo’ers sociale situaties en emoties zelf ervaren, bespreken en toepassen, effectiever is dan een traditionele aanpak met vooral voorlichting en begeleiding. Pesten komt minder vaak voor op mbo-scholen met een positief schoolklimaat en weinig onderlinge competitie. Mbo-scholen die voorlichting geven over pesten en onderwijs over digitaal burgerschap, hebben minder last van (cyber)pesten.

    Lees meer

    Wanneer leerlingen coöperatief schrijven, dus in duo’s of kleine groepjes een gedicht of een verhaal schrijven, gaat de kwaliteit van de tekst vooruit. Dit geldt voor leerlingen van groep 3 tot en met groep 8 uit zowel regulier als speciaal basisonderwijs. Wel moet je als leerkracht bij coöperatief schrijven het doel specifiek formuleren en de samenwerking goed (voor)structureren.

    Lees meer

    Leerlingen met een hogere intelligentie zijn over het algemeen beter in begrijpend lezen. Deze relatie is echter tamelijk complex omdat beide concepten uit meerdere deelvaardigheden bestaan. Specifieke deelvaardigheden van intelligentie spelen een belangrijke rol bij begrijpend lezen. Deze deelvaardigheden hangen samen met de kennis en vaardigheden getoetst op methodeonafhankelijke toetsen. Daarom is het aannemelijk dat intelligentie van invloed is op de scores van deze toetsen. We weten niet of dat ook geldt voor methodegebonden toetsen.

    Lees meer

    Met steunlessen kun je de reken-wiskundevaardigheden van middelbareschoolleerlingen verbeteren, als je daarbij expliciete instructie geeft gericht op strategieën, meerdere representaties en reken-wiskundetaal. Ook sluit je aan bij de kennishiaten van je leerlingen en bied je de steunlessen voor een langere periode aan. Leerlingen van verschillende leeftijden en leerjaren, en in kleine en grote groepen kunnen zo hun rekenvaardigheden verbeteren.

    Lees meer

    Kleuters kunnen kennismaken met zowel hoofdletters als kleine letters wanneer zij voor het eerst leren welke klank bij welke letter hoort (de klank-tekenkoppeling). Het is vaak handig om met de hoofdletter te beginnen. Die is namelijk gemakkelijker te leren. De kleine letter kun je tegelijkertijd of daarna aanbieden. Zo ontdekken kinderen dat verschillende lettervormen bij dezelfde klank horen. Kennis van hoofdletters helpt hen ook om deze ‘nieuwe’ vormen (kleine letters) aan de juiste klank te koppelen. Uiteindelijk is kennis van kleine letters nodig om te leren lezen. Woorden en teksten lees je namelijk sneller in kleine letters dan in hoofdletters.

    Lees meer

    Het is aannemelijk dat alle leerlingen beter presteren op taken waarbij ze steunkaarten gebruiken. Maar om beter te leren lijkt het juist niet effectief om steunkaarten aan alle leerlingen te geven. Steunkaarten zijn waarschijnlijk vooral effectief als je ze inzet als tijdelijke ondersteuning. Je bouwt het gebruik van steunkaarten weer stapsgewijs af zodra leerlingen ze minder of niet meer nodig hebben. Dit blijkt uit onderzoek naar de effecten van hulpmiddelen zoals steunkaarten in het algemeen. Specifiek voor leren lezen en schrijven in groep 3 is dit niet onderzocht.

    Lees meer