Wat is de relatie tussen intelligentie en prestaties op methode-onafhankelijke toetsen voor begrijpend lezen in groep 5-8?

Leerlingen met een hogere intelligentie zijn over het algemeen beter in begrijpend lezen. Deze relatie is echter tamelijk complex omdat beide concepten uit meerdere deelvaardigheden bestaan. Specifieke deelvaardigheden van intelligentie spelen een belangrijke rol bij begrijpend lezen. Deze deelvaardigheden hangen samen met de kennis en vaardigheden getoetst op methodeonafhankelijke toetsen. Daarom is het aannemelijk dat intelligentie van invloed is op de scores van deze toetsen. We weten niet of dat ook geldt voor methodegebonden toetsen.

Gepubliceerd:

De betekenis van een geschreven tekst achterhalen is een van de belangrijkste vaardigheden die kinderen leren op school. Veel scholen brengen deze vaardigheid in kaart met zowel methodeonafhankelijke toetsen als methodegebonden toetsen. In hoeverre hangen de prestaties van leerlingen op die toetsen samen met hun intelligentie?

De relatie tussen intelligentie en begrijpend lezen

Er bestaat een relatie tussen intelligentie en begrijpend lezen. Herhaaldelijk is aangetoond dat leerlingen met een hogere intelligentie beter zijn in begrijpend lezen  Oakhill, J. V., & Cain, K. (2012). The precursors of reading ability in young readers: Evidence from a   four-year longitudinal study. Scientific Studies of Reading, 16, 91-121.                https://doi.org/10.1080/10888438.2010.529219
  Swart, N. M., Muijselaar, M. M. L., Steenbeek-Planting, E. G., Droop, M., De Jong, P. F., & Verhoeven, L. (2017). Differential lexical predictors of reading comprehension in fourth graders. Reading and Writing, 30, 489–507. https://doi.org/10.1007/s11145-016-9686-0
  Tighe, E. L., Wagner, R. K., & Schatschneider, C. (2015). Applying a multiple group causal indicator modeling framework to the reading comprehension skills of third, seventh, and tenth grade students. Reading and Writing, 28, 439-466. https://doi.org/10.1007/s11145-014-9532-1
. Intelligentie beschouwen we als het vermogen doelgericht te handelen, rationeel te denken en effectief met de omgeving om te gaan  Resing, W. C. M., & Verschueren, K. (2016). Intelligentie. In K. Verschueren & H. Koomen (Eds.), Handboek diagnostiek in de leerlingenbegeleiding: Kind en context (pp. 109-130). Garant.
. Dit vermogen bestaat uit verschillende deelvaardigheden die met intelligentietesten ingeschat kunnen worden  Wechsler, D. (2018). WISC-V-NL. Wechsler Intelligence Scale for Children – Fifth Edition – Nederlandse bewerking.
 [zie kader voor meer informatie].

Twee van deze deelvaardigheden spelen een belangrijke rol bij begrijpend lezen; namelijk verbaal begrip  Förrer, M., & Van de Mortel, K. (2010). Lezen… denken… begrijpen! Handboek begrijpend luisteren en lezen in het basisonderwijs. CPS Onderwijsontwikkeling en advies.
 en abstract en logisch redeneren  Johann, V., Könen, T., & Karbach, J. (2019). The unique contribution of working memory, inhibition, cognitive flexibility, and intelligence to reading comprehension and reading speed. Child Neuropsychology, 26(3), 324–344. https://doi.org/10.1080/09297049.2019.1649381
. Verbaal begrip is de taalafhankelijke vaardigheid om algemene kennis en woordkennis toe te kunnen passen en is in sterke mate afhankelijk van cultuur en scholing. Abstract en logisch redeneren is het taalonafhankelijke vermogen om verbanden te zien en daarmee regels te herkennen en toe te passen in een nieuwe context. Deze deelvaardigheden helpen lezers om met hun eigen wereldkennis verbanden te leggen binnen de tekst om zo tot een situatiemodel (mentale representatie van de tekst)) te komen  Kintsch, W. (1988). The role of knowledge in discourse comprehension: A construction-integration model. Psychological Review, 95, 163-182. https://doi.org/10.1016/S0166-4115(08)61551-4
  Kintsch, W. (2012). Psychological models of reading comprehension and their implications for assessment. In J. P. Sabatini, E. R. Albro, & T. O’Reilly (Eds.), Measuring up: Advances in how we assess reading ability (pp. 21-38). Rowman & Littlefield Education.
. Deze verbanden staan vaak niet expliciet in de tekst, maar door die zelf te leggen ontwikkelen lezers een gedetailleerder situatiemodel en dieper begrip van de tekst.

Intelligentie omvat echter meer dan deze twee aspecten en ook begrijpend lezen is een optelsom van vaardigheden. Daardoor is de relatie tussen intelligentie en begrijpend lezen tamelijk complex  Kennisrotonde. (2018). Is er een toename van het aandeel leerlingen met een disharmonisch IQ-profiel en/of grotere leerachterstanden op terrein van lezen dat vanuit het basisonderwijs naar het vmbo doorstroomt? (KR. 348).
. Dat geldt ook als we kijken naar verschillende soorten toetsen.

Methodeonafhankelijke en methodegebonden toetsen voor begrijpend lezen

Methodeonafhankelijke toetsen, zoals de LVS-toetsen van Cito, toetsen de algemene vaardigheid in begrijpend lezen. Daarbij wordt een sterk beroep gedaan op de wereldkennis en woordenschat van leerlingen. Daarnaast spelen algemene cognitieve vaardigheden ook een belangrijke rol, bijvoorbeeld het kunnen leggen van verbanden of redeneren in nieuwe situaties. En juist deze twee aspecten zijn sterk verbonden met intelligentie, denk bijvoorbeeld aan de deelvaardigheden verbaal begrip en abstract en logisch redeneren. Het ligt dus voor de hand dat intelligentie op deze manier invloed kan uitoefenen op de scores van methodeonafhankelijke toetsen. Uit een Amerikaanse studie blijkt inderdaad dat de scores op veelgebruikte methodeonafhankelijke toetsen voor begrijpend lezen sterk samenhangen met het IQ van de leerlingen  Keenan, J. M., & Meenan, C. E. (2014). Test differences in diagnosing reading comprehension deficits. Journal of Learning Disabilities, 47, 125-35. https://doi.org/10.1177/0022219412439326
.

We weten niet in hoeverre intelligentie een (andere) rol speelt bij methodegebonden toetsen. Met methodegebonden toetsen kijk je of een leerling de geleerde lesstof voldoende beheerst. Je kan de resultaten echter niet vergelijken met een landelijke norm. Daarom worden methodegebonden toetsen dan ook minder vaak meegenomen in wetenschappelijk onderzoek dan methodeonafhankelijke, gestandaardiseerde toetsen voor begrijpend lezen.

Geraadpleegde bronnen

Oakhill, J. V., & Cain, K. (2012). The precursors of reading ability in young readers: Evidence from a   four-year longitudinal study. Scientific Studies of Reading, 16, 91-121.                https://doi.org/10.1080/10888438.2010.529219
Swart, N. M., Muijselaar, M. M. L., Steenbeek-Planting, E. G., Droop, M., De Jong, P. F., & Verhoeven, L. (2017). Differential lexical predictors of reading comprehension in fourth graders. Reading and Writing, 30, 489–507. https://doi.org/10.1007/s11145-016-9686-0
Tighe, E. L., Wagner, R. K., & Schatschneider, C. (2015). Applying a multiple group causal indicator modeling framework to the reading comprehension skills of third, seventh, and tenth grade students. Reading and Writing, 28, 439-466. https://doi.org/10.1007/s11145-014-9532-1
Resing, W. C. M., & Verschueren, K. (2016). Intelligentie. In K. Verschueren & H. Koomen (Eds.), Handboek diagnostiek in de leerlingenbegeleiding: Kind en context (pp. 109-130). Garant.
Wechsler, D. (2018). WISC-V-NL. Wechsler Intelligence Scale for Children – Fifth Edition – Nederlandse bewerking.
Förrer, M., & Van de Mortel, K. (2010). Lezen… denken… begrijpen! Handboek begrijpend luisteren en lezen in het basisonderwijs. CPS Onderwijsontwikkeling en advies.
Johann, V., Könen, T., & Karbach, J. (2019). The unique contribution of working memory, inhibition, cognitive flexibility, and intelligence to reading comprehension and reading speed. Child Neuropsychology, 26(3), 324–344. https://doi.org/10.1080/09297049.2019.1649381
Kintsch, W. (1988). The role of knowledge in discourse comprehension: A construction-integration model. Psychological Review, 95, 163-182. https://doi.org/10.1016/S0166-4115(08)61551-4
Kintsch, W. (2012). Psychological models of reading comprehension and their implications for assessment. In J. P. Sabatini, E. R. Albro, & T. O’Reilly (Eds.), Measuring up: Advances in how we assess reading ability (pp. 21-38). Rowman & Littlefield Education.
Kennisrotonde. (2018). Is er een toename van het aandeel leerlingen met een disharmonisch IQ-profiel en/of grotere leerachterstanden op terrein van lezen dat vanuit het basisonderwijs naar het vmbo doorstroomt? (KR. 348).
Keenan, J. M., & Meenan, C. E. (2014). Test differences in diagnosing reading comprehension deficits. Journal of Learning Disabilities, 47, 125-35. https://doi.org/10.1177/0022219412439326

Deelvaardigheden & intelligentietesten

Met behulp van intelligentietesten kun je verschillende deelvaardigheden meten. De WISC-V, een herziene versie van de meest gebruikte intelligentietesten in Nederland (WISC-III), is gebaseerd op het CHC-model  Flanagan, D. P., & Dixon, S. G. (2013). The Cattell-Horn-Carroll Theory of cognitive abilities. Encyclopedia of Special Education. Wiley & Sons. https://doi.org/10.1002/9781118660584.ese0431
. Het CHC-model is een van de meest actuele intelligentiemodellen, waarin intelligentie wordt onderverdeeld in acht verschillende brede cognitieve vaardigheden. De WISC-V  Wechsler, D. (2018). WISC-V-NL. Wechsler Intelligence Scale for Children – Fifth Edition – Nederlandse bewerking.
 toetst vijf van deze vaardigheden: 

  • Verbaal begrip: het vermogen om algemene kennis en woordkennis toe te kunnen passen; deze kennis is in sterke mate afhankelijk van cultuur en scholing.
  • Abstract en logisch redeneren: het vermogen om verbanden te zien en daarmee regels te herkennen en deze regels toe te passen in een nieuwe context (abstract en logisch redeneren).
  • Visueel ruimtelijk inzicht: het vermogen om visuele informatie te verwerken en visueel-ruimtelijke relaties te begrijpen.
  • Verwerkingssnelheid: de snelheid en nauwkeurigheid van visuele identificatie, en het nemen en uitvoeren van beslissingen.
  • Auditief werkgeheugen: de mogelijkheid om mondeling aangeboden informatie tijdelijk op te slaan en te kunnen gebruiken.

Geraadpleegde bronnen

Flanagan, D. P., & Dixon, S. G. (2013). The Cattell-Horn-Carroll Theory of cognitive abilities. Encyclopedia of Special Education. Wiley & Sons. https://doi.org/10.1002/9781118660584.ese0431
Wechsler, D. (2018). WISC-V-NL. Wechsler Intelligence Scale for Children – Fifth Edition – Nederlandse bewerking.

Kennismakelaars: Anne Luc van der Vegt, update door Liza van den Bosch

Antwoordspecialisten: Nicole Swart , Joyce Gubbels , en Judith Stoep 

Referentie: Kennisrotonde. (2018, 2026). Wat is de relatie tussen intelligentie en prestaties op methodeonafhankelijke toetsen voor begrijpend lezen in groep 5-8? (KR. 386).

Flanagan, D. P., & Dixon, S. G. (2013). The Cattell-Horn-Carroll Theory of cognitive abilities. Encyclopedia of Special Education. Wiley & Sons. https://doi.org/10.1002/9781118660584.ese0431

Förrer, M., & Van de Mortel, K. (2010). Lezen… denken… begrijpen! Handboek begrijpend luisteren en lezen in het basisonderwijs. CPS Onderwijsontwikkeling en advies. 

Johann, V., Könen, T., & Karbach, J. (2019). The unique contribution of working memory, inhibition, cognitive flexibility, and intelligence to reading comprehension and reading speed. Child Neuropsychology, 26(3), 324–344. https://doi.org/10.1080/09297049.2019.1649381

Keenan, J. M., & Meenan, C. E. (2014). Test differences in diagnosing reading comprehension deficits. Journal of Learning Disabilities, 47, 125-35. https://doi.org/10.1177/0022219412439326 

Kintsch, W. (1988). The role of knowledge in discourse comprehension: A construction-integration model. Psychological Review, 95, 163-182. https://doi.org/10.1016/S0166-4115(08)61551-4 

Kintsch, W. (2012). Psychological models of reading comprehension and their implications for assessment. In J. P. Sabatini, E. R. Albro, & T. O’Reilly (Eds.), Measuring up: Advances in how we assess reading ability (pp. 21-38). Rowman & Littlefield Education.

Oakhill, J. V., & Cain, K. (2012). The precursors of reading ability in young readers: Evidence from a   four-year longitudinal study. Scientific Studies of Reading, 16, 91-121.                https://doi.org/10.1080/10888438.2010.529219

Resing, W. C. M., & Verschueren, K. (2016). Intelligentie. In K. Verschueren & H. Koomen (Eds.), Handboek diagnostiek in de leerlingenbegeleiding: Kind en context (pp. 109-130). Garant.

Swart, N. M., Muijselaar, M. M. L., Steenbeek-Planting, E. G., Droop, M., De Jong, P. F., & Verhoeven, L. (2017). Differential lexical predictors of reading comprehension in fourth graders. Reading and Writing, 30, 489–507. https://doi.org/10.1007/s11145-016-9686-0 

Tighe, E. L., Wagner, R. K., & Schatschneider, C. (2015). Applying a multiple group causal indicator modeling framework to the reading comprehension skills of third, seventh, and tenth grade students. Reading and Writing, 28, 439-466. https://doi.org/10.1007/s11145-014-9532-1 

Wechsler, D. (2018). WISC-V-NL. Wechsler Intelligence Scale for Children – Fifth Edition – Nederlandse bewerking. 


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Een disharmonisch intelligentieprofiel bij leerlingen – waarbij verbaal IQ en performaal IQ sterk uiteen lopen - is geen voorspeller of indicator voor probleemgedrag, psychosociale problemen of neurologische problemen. Zo’n profiel voorspelt evenmin leerproblemen of taalachterstanden. Daarvoor is het verbale IQ een betere voorspeller. Of het aantal vmbo-leerlingen met een disharmonisch intelligentieprofiel groeit of afneemt is niet bekend. Wel is duidelijk dat vmbo’ers veel minder lezen dan havo/vwo’ers. Het niveau van tekstbegrip van schoolboeken ligt in het vmbo lager dan in havo/vwo.

    Lees meer