Het is aannemelijk dat onderwijs op een zeer kleine school geen negatief effect heeft op de sociale vorming van een leerling. Dat is in die specifieke context weliswaar niet onderzocht, maar valt af te leiden uit onderzoek naar de gevolgen van thuisonderwijs. Die situatie vertoont duidelijke verwantschap met de situatie op zeer kleine scholen met maximaal vijf leerlingen. Leerlingen die les krijgen op zeer kleine scholen ontwikkelen hun sociale vaardigheden even goed als leerlingen op reguliere scholen, mits sociale interacties met leeftijdgenoten buiten de school om worden gefaciliteerd.
Extra geld voor onderwijs leidt gemiddeld genomen tot hogere onderwijsopbrengsten. In het basis- en voortgezet onderwijs verbeteren de toetsresultaten, is er meer doorstroom naar vervolgonderwijs en halen meer leerlingen hun diploma. De financiële middelen worden voornamelijk ingezet voor kleinere groepen en klassen, huisvesting, meer onderwijstijd en lerarensalarissen.
Om leerlingen goed te ondersteunen in hun leerproces en om een veilig klas- en schoolklimaat te creëren, moet een docent in staat zijn tot goed pedagogisch handelen. Om dat handelen te meten en te evalueren, kunnen docenten verschillende instrumenten gebruiken. De belangrijkste zijn zelfrapportages en observaties. Daarmee kunnen docenten inzicht krijgen in onder meer opvattingen over lesgeven en leren, keuzes voor instructie, klassenmanagement, leerlingbetrokkenheid en wijze van communiceren.
Het aantal uren onderwijs in een schooljaar hangt in het voortgezet onderwijs licht samen met positieve leerprestaties. Dat geldt vooral voor instructietijd en uren binnen het reguliere curriculum. De lesweek onbeperkt uitbreiden is niet zinvol; tot ongeveer vier uur per week is er sprake van meeropbrengsten. Ook andere factoren spelen een rol in de relatie tussen onderwijstijd en leerprestaties, zoals de kwaliteit van de lessen en van de school, en de middelen die een school tot zijn beschikking heeft.
Geactualiseerd: 14 juni 2024
Een combinatie van ondersteuning, begeleiding en oriëntatieprogramma’s verkleint de kans op uitval onder startende leerkrachten. Hoe meer verschillende activiteiten de school aanbiedt, hoe lager de kans op uitval. De inzet van een mentor kan eveneens helpen om nieuwe leerkrachten voor het onderwijs te behouden. Mogelijk zijn deze vormen van begeleiding ook effectief voor zij-instromers in het beroep, hoewel daar geen onderzoek naar is gedaan.
Vakinhoudelijke en vakdidactische kennis van leerkrachten zouden belangrijke competenties zijn bij de implementatie en uitvoering van thematisch onderwijs. Andere veronderstelde competenties zijn dat leerkrachten het curriculum en de onderliggende samenhang tussen vakken kunnen overzien en dat ze in staat zijn het veranderproces te monitoren. Ook wordt aangenomen dat leerkrachten zich nieuwe toetsvormen eigen kunnen maken en kunnen samenwerken. Empirisch bewijs ontbreekt echter.
In de onderbouw van de basisschool maken leerlingen een grote sociaal-emotionele ontwikkeling door. Ze leren omgaan met verschillende emoties, ontwikkelen hun zelfbeeld en kunnen zich steeds beter verplaatsen in het perspectief en emoties van anderen. In deze ontwikkeling spelen leeftijdsgenootjes een belangrijke rol. Of een kleine klas een negatieve invloed heeft op de sociaal-emotionele ontwikkeling is niet bekend.
Effectieve begeleiding van stagiairs in het basisonderwijs bestaat uit een combinatie van gerichte feedback en duidelijke doelen. Daarnaast helpen lesobservaties de professionele ontwikkeling van stagiairs in kaart te brengen. In de zogeheten ICALT-methode zijn deze begeleidingsvormen samengebracht. Stagiaires die hiermee werken, bereiken een aanzienlijk hoger niveau van pedagogische en didactische vaardigheden dan stagiaires die andere vormen van begeleiding ontvangen.
Om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen, kunnen leraren hun krachten bundelen en gezamenlijk werken aan innovaties. Een veelbelovende vorm daarvoor is een professionele leergemeenschap. Een langetermijnplanning met een gestructureerde aanpak, faciliteiten en tijd bevorderen kennisdeling tussen en kennisbenutting van professionele leergemeenschappen. Daarnaast zijn stimulerend leiderschap en eigenaarschap van leraren van de opgedane kennis belangrijk.
Om kwalitatief goed onderwijs te kunnen bieden, is constructieve samenwerking binnen een mbo-team wenselijk. Verschillende interventies dragen bij aan bevordering van samenwerking tussen docenten in teams. Dat zijn: ontwikkeling van groepsdoelen en -normen, organisatie van groepsrollen, stimulering van een kritisch-reflectieve houding en bevordering van onderling vertrouwen. En taakafhankelijkheid en taakeigenaarschap, het zorgen voor een collectief geheugen en versterking van het regelvermogen.