Wat is de relatie tussen onderwijstijd en leerprestaties in het voortgezet onderwijs en welke factoren zijn daarop van invloed?

Het aantal uren onderwijs in een schooljaar hangt in het voortgezet onderwijs licht samen met positieve leerprestaties. Dat geldt vooral voor instructietijd en uren binnen het reguliere curriculum. De lesweek onbeperkt uitbreiden is niet zinvol; tot ongeveer vier uur per week is er sprake van meeropbrengsten. Ook andere factoren spelen een rol in de relatie tussen onderwijstijd en leerprestaties, zoals de kwaliteit van de lessen en van de school, en de middelen die een school tot zijn beschikking heeft.

Gepubliceerd:

leerling-leraar interactie

In het vmbo moet iedere leerling in totaal 3700 uur onderwijs kunnen volgen. Voor havo- en vwo-leerlingen ligt het aantal uren op 4700 respectievelijk 5700. Scholen hebben veel vrijheid als het gaat om de invulling van de uren en de verdeling, zolang ze leerlingen minimaal 189 dagen onderwijs per schooljaar aanbieden.

Meer lesuren kunnen leiden tot betere leerprestaties, meer studietijd niet

De OECD voert elke drie jaar de PISA-studie uit. In 2006 is daarbij ook de relatie betrokken tussen onderwijstijd – de uren binnen reguliere lessen – en leerprestaties. Landen met meer reguliere lesuren voor wiskunde, natuurwetenschappen en lezen boeken betere resultaten, al zijn de effecten niet heel sterk. Daarentegen behalen landen met meer studietijd buiten het reguliere curriculum, zowel individueel als in klasverband, juist duidelijk slechtere leerprestaties.

Uit deze PISA-studie komt verder naar voren dat leerlingen in landen met hoge leerprestaties minder tijd besteden aan bijlessen en zelfstudie, en meer reguliere lessen op school volgen. Een mogelijke verklaring daarvoor is dat scholen met een hogere kwaliteit instructie betere resultaten behalen; daar ontbreekt de noodzaak voor veel zelfstudie en huiswerk. Omgekeerd kan het zijn dat leerlingen op scholen met een lagere instructiekwaliteit wel de noodzaak voelen om meer tijd buiten de reguliere lessen aan studie te besteden, maar dat dit tot minder resultaat leidt dan een hoge kwaliteit instructie.

Instructietijd bevordert leerprestaties

Vooral het aantal instructie-uren zorgt voor een verbetering van leerprestaties. Zo kan een extra uur instructie per week in lezen, rekenen/wiskunde en natuurwetenschappen leiden tot een toename van zes procent vergeleken met de gemiddelde testscore. Deze resultaten zijn overigens het zichtbaarst bij landen met een laag aantal instructie-uren. Dus als er relatief weinig instructie-uren zijn, dan levert meer instructietijd voor een vak al snel betere leerprestaties op voor dat vak.

Omslagpunt ligt bij vier uur extra onderwijstijd

Het is echter weinig zinvol om de lesweek onbeperkt uit te breiden. Er is sprake van een afnemende meeropbrengst en het omslagpunt lijkt bij vier uur meer onderwijs per week te liggen. Twee uur meer per vak is beter is dan één uur en drie uur beter dan twee uur, maar vanaf vier uur dooft het effect uit. Dat geldt zowel voor instructie als voor zelfstudie.

De factor kwaliteit

Andere factoren die van invloed zijn op de relatie tussen onderwijstijd en leerprestaties hebben onder meer te maken met kwaliteit van de school en van de instructie. Effecten van meer instructie-uren zijn positiever voor leerlingen die een hoge kwaliteit van onderwijs genieten in vergelijking met leerlingen op scholen die kwalitatief minder goed zijn. Dit lijkt een open deur – leerlingen hebben nu eenmaal meer profijt van onderwijs van hoge kwaliteit – maar dat blijft zichtbaar, ook bij meer uren onderwijs.

De positieve relatie tussen verhoging van het aantal uren en leerprestaties zijn het zichtbaarst voor landen met een laag aantal instructie-uren. Deze landen, met naar verhouding minder uren onderwijs en lagere leerprestaties, delen een aantal kenmerken. De scholen hebben minder autonomie over hun aanbod en minder financiële middelen tot hun beschikking.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Thomas Braas (antwoordspecialist) en Karin Hoogeveen (kennismakelaar Kennisronde).


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Wanneer leerkrachten meer vrijheid krijgen om hun rooster zelf in te vullen, kan dat leiden tot meer arbeidstevredenheid, minder werkdruk en minder verzuim. Een andere verdeling van de onderwijstijd vraagt evenwel meer van scholen, zowel op organisatorisch als op didactisch gebied. De invloed van de verdeling van onderwijsuren op leerkrachten en op de schoolorganisatie is nauwelijks onderzocht. Wel is bekend dat leerkrachten het continurooster vaak als taakverzwaring ervaren, vooral door toezichttaken tussen de middag.

    Lees meer

    Over harde effecten van schooltijden op de cognitieve en niet-cognitieve resultaten van leerlingen is weinig te zeggen. Wel zijn ervaringen van schoolleiders en leerkrachten bekend. Zo menen zij dat rust en regelmaat een groot voordeel zijn van niet-traditionele schooltijdenmodellen. Vooral het vijf-gelijke-dagenmodel kan volgens hen leiden tot effectievere onderwijstijd en daarmee tot betere leerresultaten van leerlingen. Langere schooldagen voor jonge leerlingen zijn niet per se belastender dan traditionele schooltijden.

    Lees meer

    Kortere lesuren, en daarmee een vermindering van de totale instructietijd, zullen leiden tot een daling in leerprestaties voor leerlingen in havo/vwo. Het staat dus buiten kijf dat dan compenserende maatregelen nodig zijn. Er is onvoldoende informatie over welke interventies daarvoor afdoende zijn. Wel is duidelijk dat docenten de vrijgekomen tijd zouden moeten besteden aan het verbeteren van hun competenties om leerprestaties te bevorderen.

    Lees meer

    Onderwijstijdverlenging via verlengde schooldagen heeft een neutraal tot zwak positief effect op de leerprestaties (taal en rekenen) van basisschoolleerlingen. Vooral leerlingen op achterstandsscholen lijken te profiteren van deelname. Wat het optimaal aantal uren is voor de verlenging, is niet bekend. Meer uren leiden tot betere prestaties, maar waar het omslagpunt ligt, is onduidelijk. Programma’s gericht op niet-cognitieve ontwikkeling van leerlingen dragen positief bij aan het zelfbeeld van leerlingen en zorgen voor minder probleemgedrag. Daarnaast hebben leerlingen een betere band met school, minder drugsgebruik en positievere interacties met anderen.

    Lees meer

    Geactualiseerd: 3 januari 2024

    Bij deze leerlingpopulatie zal tijdens de zomervakantie vermoedelijk een terugval in leerprestaties optreden, voornamelijk bij rekenen/wiskunde, zo blijkt uit het weinig beschikbare onderzoek. Onbekend is welke effecten de zomervakantie heeft op het welbevinden van deze groep. Leerlingen hebben vermoedelijk meer baat bij een aanvullend zomerprogramma gericht op rekenen/wiskunde dan bij een onderwijsaanbod verdeeld over 50 weken.

    Lees meer