Welke invloed heeft de verdeling van de onderwijstijd over de schoolweek en over het schooljaar op individuele leerkrachten?

Wanneer leerkrachten meer vrijheid krijgen om hun rooster zelf in te vullen, kan dat leiden tot meer arbeidstevredenheid, minder werkdruk en minder verzuim. Een andere verdeling van de onderwijstijd vraagt evenwel meer van scholen, zowel op organisatorisch als op didactisch gebied. De invloed van de verdeling van onderwijsuren op leerkrachten en op de schoolorganisatie is nauwelijks onderzocht. Wel is bekend dat leerkrachten het continurooster vaak als taakverzwaring ervaren, vooral door toezichttaken tussen de middag.

Gepubliceerd:

Onderwijstijd

Basisscholen kunnen, binnen de wet- en regelgeving, zelf hun schooltijden vaststellen. Leerlingen moeten minimaal 7.520 uur onderwijs krijgen, verdeeld over ten minste 3.520 uur in de onderbouw en minstens 3.760 uur in de bovenbouw. De overgebleven 240 uur mogen scholen vrij verdelen.

Gebruikelijke onderwijstijden op basisscholen

In het traditionele schooltijdenmodel start de school rond half negen en eindigt tussen half drie en half vier. De leerlingen zijn meestal woensdagmiddag vrij. Een school kan ook kiezen voor een vijf-gelijke-dagen model – met elke dag evenveel uren onderwijs – of voor een continurooster. Dan hebben leerlingen een kortere pauze en zijn ze ’s middags eerder uit. Daarnaast bestaan het Hoorns model (woensdag- en vrijdagmiddag vrij), het bioritme-model (langere schooldag met opvang en recreatieve activiteiten) en het 7-tot-7 model (hele jaar open, onderwijs en opvang werken samen).

Experimentele onderwijstijden op basisscholen

Van 2011 tot 2018 liep het landelijk experiment Flexibele Onderwijstijden Basisonderwijs. Elf scholen mochten afwijken van de centraal vastgestelde vakanties en/of de schoolweek van vijf dagen. Scholen konden meer dan 42 weken onderwijs geven, compensatiedagen voor leerkrachten aanbieden of flexibele schooltijden combineren met individuele leerroutes, afgestemd op de ontwikkeling van de leerling.

In 2020 startte het experiment Ruimte in Onderwijstijd dat vijf jaar duurt. Twintig basisscholen mogen afwijken van de vakantieregeling en van de vijfdaagse schoolweek.

Opvattingen van leerkrachten over onderwijstijden

Studies naar de effecten van onderwijstijden richten zich vooral op schoolprestaties van leerlingen. In een aantal studies is ook de (te verwachten) invloed op leerkrachten meegenomen. Zo zeggen leerkrachten dat het continurooster een taakverzwaring voor hen is. Het vijf-gelijke-dagen model geeft leerkrachten na schooltijd meer ruimte voor voorbereiding, overleg en oudercontacten. Minpunt hier is de ervaren werkdruk; die neemt toe omdat ze tijdens de pauzes toezicht moeten houden.

Uit het experiment Flexibele Onderwijstijden Basisonderwijs blijkt dat leerkrachten het niet gebonden zijn aan landelijk vastgestelde vakanties waarderen. Ook zijn ze tevreden over flexibele werktijden. Minder tevredenheid is er over de pauzemogelijkheden.

Te verwachten effecten van Ruimte in Onderwijstijd

In het lopende experiment Ruimte in Onderwijstijd mogen scholen variëren in het aantal dagen per schoolweek. De deelnemende scholen verwachten dat leerkrachten op de dagen dat ze geen les hoeven te geven, meer ruimte krijgen voor ontwikkeling en onderwijsverbetering. Daarnaast verwachten ze de kansengelijkheid van leerlingen te vergroten. Verder denken ze betere onderwijskwaliteit te leveren en de school aantrekkelijker te maken voor leerkrachten en ouders. Leerkrachten schatten in dat ze door de grotere flexibiliteit meer tijd kwijt zijn aan planning en administratie.

Invloed van minder uren onderwijs op leerkrachten

Administratieve taken, contacten met ouders en zorgen over leerlingen met gedragsproblemen hebben een sterk effect op de ervaren werkdruk. Een onderwijsmodel waarbij de school kiest voor vermindering van onderwijsuren zal dus niet automatisch tot een afname van stress en ziekteverzuim leiden. Wat wel gunstig werkt is een model waarin leerkrachten meer autonomie hebben om hun rooster samen te stellen, verlof op te nemen en werktijden aan te passen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Karin Hoogeveen (kennismakelaar Kennisrotonde).


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Over harde effecten van schooltijden op de cognitieve en niet-cognitieve resultaten van leerlingen is weinig te zeggen. Wel zijn ervaringen van schoolleiders en leerkrachten bekend. Zo menen zij dat rust en regelmaat een groot voordeel zijn van niet-traditionele schooltijdenmodellen. Vooral het vijf-gelijke-dagenmodel kan volgens hen leiden tot effectievere onderwijstijd en daarmee tot betere leerresultaten van leerlingen. Langere schooldagen voor jonge leerlingen zijn niet per se belastender dan traditionele schooltijden.

    Lees meer

    Het stimuleren van deeltijders om meer uren te gaan werken, lijkt de beste manier om met minder personeel dezelfde kwaliteit te bieden. Daarvoor is een daling van de werkdruk nodig. Scholen kunnen dit bereiken door een duidelijke taakdefiniëring, taakafbakening en herverdeling van werkzaamheden. Vier benaderingen hiervoor zijn: functiedifferentiatie, taakdifferentiatie, grotere eenheden en taakdefiniëring. Welke van deze benaderingen het effectiefst is om het tekort aan leerkrachten op te vangen, is niet te zeggen.

    Lees meer

    Geactualiseerd: 15 mei 2019

    Bij een continurooster blijven de leerlingen van de school verplicht tussen de middag over op school. Ondanks over het algemeen positieve oordelen van leraren en directie op scholen met een ‘5-gelijke-dagen-model’ (variant van continurooster) ontbreekt wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van een continurooster. Wel zijn er beperkte resultaten van onderzoek naar het bioritme van basisschoolkinderen in relatie tot hun functioneren en leerprestaties. Die suggereren dat de beste tijd om met meer aandacht en concentratie te werken tussen 10 en 12 uur en tussen 14 en 16.30 uur ligt. Een continurooster zou op basis hiervan dus slecht aansluiten bij het concentratievermogen van de leerlingen.

    Lees meer