Het leerkrachtentekort in het primair onderwijs is voor veel scholen een probleem en zal de komende jaren verder toenemen. Het ministerie van OCW heeft een aanpak van het lerarentekort opgesteld die bestaat uit meerdere actielijnen. Een daarvan is het anders organiseren van het onderwijs. Daar is geen blauwdruk voor; wel vier benaderingen: functiedifferentiatie, taakdifferentiatie, grotere organisatorische eenheden, en taakdefiniëring en -afbakening. Wat is van deze benaderingen bekend over de effecten op het werk van leerkrachten en op het onderwijs?
Functiedifferentiatie verhoogt werkplezier en verlaagt werkdruk
Functiedifferentiatie kan een positief effect hebben op werkplezier, stressniveau en werkdruk. Leerkrachten kunnen bijvoorbeeld worden ondersteund door een onderwijsassistent. Dat brengt wel risico’s met zich mee voor de onderwijskwaliteit. De instructie die onderwijsassistenten geven is van mindere kwaliteit dan die van de leerkracht. Ook het ondersteunen van de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen blijkt niet heel succesvol.
Het werken met onderwijsassistenten is het effectiefst als de school een duidelijke visie op hun rol heeft. En er moet een heldere taakverdeling met de leerkracht zijn. Bijkomend voordeel voor de aanpak van het leerkrachttekort is dat bijna een kwart van de onderwijsassistenten doorstroomt naar de pabo.
Taakdifferentiatie verruimt loopbaanmogelijkheden
Bij taakdifferentiatie krijgen leerkrachten in eenzelfde functie een verschillend takenpakket. Het biedt hen de mogelijkheid zich te specialiseren. Zo maken scholen gebruik van vakspecialisten in gymnastiek, muziek en drama, en science. Verder komen specialismen voor als intern begeleider of begeleider hoogbegaafdheid.
Of taakdifferentiatie leidt tot minder werkdruk is twijfelachtig. Er zijn wel andere effecten, zoals meer loopbaanmogelijkheden, verrijking van het werk en verhoging van de onderwijskwaliteit. Effecten van specialisatie op leerprestaties zijn wisselend. Dat komt vooral door verschillen tussen scholen en doordat de specialist lesgeeft aan meerdere leerlingen en daarom minder maatwerk kan bieden.
Voordelen van werken met grotere eenheden niet eenduidig
Er is geen eenduidig bewijs dat werken met grotere eenheden dan klassen helpt om het leerkrachtentekort te verminderen. Een voorbeeld van een zo’n eenheid is unitonderwijs; daar worden groepen samengevoegd in units van 70-90 leerlingen. In een unit werkt een team van leerkrachten, al dan niet in samenwerking met onderwijsassistenten en vakspecialisten. Motieven om voor unitonderwijs te kiezen zijn onder meer een aantrekkelijke pedagogische en onderwijskundige visie en het bieden van maatwerk. En als een leerkracht uitvalt kunnen collega’s dit makkelijker opvangen.
Het is niet duidelijk of er verschillen in leeropbrengsten zijn in unitonderwijs of klassikaal onderwijs. Wel zijn er aanwijzingen dat basisschoolleerlingen in unitonderwijs beter soft skills leren, zoals samenwerken, prestatievaardigheden en eigenaarschap voor hun leerproces.
Effect van taakdefiniëring en -afbakening nog diffuus
Een analyse van tijdsbesteding helpt de school om taken te definiëren en af te bakenen. De school kan dan een werkverdelingsplan opstellen en andere professionals inzetten. Ook het terugdringen van administratieve taken valt te overwegen, evenals het bijstellen van de urennorm. De relatie tussen onderwijstijd, kwaliteit en werkdruk is namelijk onduidelijk. Het aantal lesuren is niet allesbepalend en leerresultaten van leerlingen worden niet altijd beter bij meer onderwijstijd.
Of scholen waar taken helder zijn gedefinieerd en scherp zijn afgebakend met minder leerkrachten toekunnen, is niet bekend. Evenmin of medewerkers minder werkdruk ervaren.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Frank Studulski (antwoordspecialist) en Sandra Beekhoven (kennismakelaar Kennisrotonde).