Wat zijn de ervaringen met vakspecialisatie in het primair onderwijs en wat zijn de effecten?

Geactualiseerd: 28 mei 2019

Vormen van vakspecialisatie waar leerkrachten in het primair onderwijs zelf taal en rekenen geven aan een eigen groep en zich daarnaast specialiseren in de andere vakken en daarin les geven aan meer groepen, komen weinig voor. Andere vormen van specialisatie komen wel vaker voor, namelijk de inzet van vakdocenten en specialisten, soms ook van buiten de school. Vakspecialisatie wordt vooral ingezet om de prestaties van leerlingen te verbeteren. De verwachte positieve effecten blijken soms wel, soms niet op te treden.

Gepubliceerd:

primair onderwijs

Dit antwoord is geschreven voor 2020. Benieuwd naar de nieuwste inzichten? Stel de vraag opnieuw via Stel je vraag. 

Raadpleging van experts en onderzochte literatuur hebben geen concrete voorbeelden van genoemde vorm van vakspecialisatie in het basisonderwijs opgeleverd. Met name over ‘deeltijdspecialisatie’ van leraren in de zaakvakken en techniek blijkt weinig te vinden in de Nederlandse en internationale onderzoeksliteratuur.

Wel wordt in het basisonderwijs geëxperimenteerd met het inzetten van specialisten. Zo worden bijvoorbeeld specialisten ingezet voor taal- en rekenonderwijs en vakdocenten gymnastiek, muziek, drama,  dans en science. Daarnaast zijn er scholen waar individuele teamleden een voortrekkersrol krijgen bij een vak en andere teamleden ondersteunen bij het lesgeven in dat vak. Ten slotte zien we dat scholen op projectbasis externe experts inhuren die samen met leraren projectmatig onderwijs ontwikkelen en verzorgen.

Effecten op de prestaties van leerlingen

Het belangrijkste argument om specialisten in te zetten is dat het curriculum in het basisonderwijs breed is en dat niet van leraren verwacht kan worden dat zij alle onderdelen van dat curriculum op hoog niveau beheersen.

De bevindingen over effecten van de inzet van specialisten op de prestaties van leerlingen zijn wisselend. Positieve effecten zijn aanvankelijk maar mondjesmaat gerapporteerd. Onderzoekers schrijven dit toe aan het gegeven dat een specialist lesgeeft aan meer leerlingen en daardoor minder goed in staat is om maatwerk te bieden. Dit is vooral nadelig voor zorgleerlingen en maakt vakspecialisatie geschikter voor de bovenbouw dan voor de onderbouw. Ook kunnen ervaren leraren er pedagogisch-didactisch beter mee uit de voeten dan startende leraren. De verwachte effecten op motivatie en betrokkenheid van de leerlingen worden soms gevonden. Recentere studies wijzen op positieve effecten van de inzet van vakleerkrachten op leerprestaties en in het geval van bewegingsonderwijs ook op de fysieke ontwikkeling van leerlingen.

Voordelen en nadelen

Voordelen van werken met specialisten zijn: er kan beter en efficiënter onderwijs  worden aangeboden, leraren worden ingezet op hun sterkte en leerlingen worden beter  voorbereid op het voortgezet onderwijs. Nadelen of knelpunten – naast minder continuïteit in de pedagogisch-didactische aanpak van individuele leerlingen – zijn: een gecompliceerder HRM-beleid (werving, selectie, vervanging, professionalisering), roostertechnische problemen, onrust bij het wisselen van lokalen en dat specialisatie in de lerarenopleidingen nog onvoldoende vorm krijgt. Dit onderstreept het geconstateerde belang van goed schoolleiderschap in relatie tot de inzet van vakspecialisten.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Edith van Eck (kennismakelaar Kennisrotonde). Zij heeft hiervoor Monique Volman (UvA), Gerda Geerdink (HAN), Irma Heemskerk (Kohnstamm Instituut) geconsulteerd.


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Wanneer meerdere professionals zich dagelijks met dezelfde groep leerlingen bezighouden, zoals gebeurt in het unitonderwijs, zijn het werken vanuit een gedeelde visie en een gedeeld pedagogisch beleid essentieel. Vooral het samen betekenis geven aan goed onderwijs, goed leren en goed lesgeven zijn daarbij belangrijke factoren. Welke invloed deze werkwijze heeft op de ontwikkeling van jonge leerlingen van vier tot zes jaar is echter niet bekend.

    Lees meer