Zeer kleine door de overheid bekostigde scholen (maximaal vijf leerlingen) bestaan niet in Nederland. De opheffingsnorm ligt voor basisscholen in dunbevolkt gebied op 23 leerlingen. Daarom gaat het bij scholen met maximaal vijf leerlingen altijd om particulier onderwijs.
Particulier onderwijs zit in de lift
De laatste jaren stijgt het aantal leerlingen dat particulier onderwijs volgt. Hieronder vallen de zogeheten B3-scholen: scholen in het primair en voortgezet onderwijs die door een leerplichtambtenaar zijn aangemerkt als ‘school’ om vervulling te kunnen geven aan de leerplicht. De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de kwaliteit. De B3-scholen wijken qua grootte en onderwijsconcept vaak af van de door de overheid bekostigde scholen. Zo telt ongeveer de helft van de B3-scholen twintig leerlingen of minder. Op circa vijftien procent van deze scholen zitten drie leerlingen of minder.
De kleinschaligheid is voor ouders een belangrijk motief om te kiezen voor particulier onderwijs. Consequentie is dat hun kind daar minder mogelijkheden heeft om te leren omgaan met andere leerlingen.
Sociale vorming vindt thuis en op school plaats
Bij sociale vorming gaat het om sociale vaardigheden verwerven. Leerlingen leren om positieve relaties met anderen te ontwikkelen, gevoelens en handelingen te coördineren en daarover te communiceren. Ook kunnen ze emoties en handelingen in sociale interactie herkennen en reguleren. De school speelt, naast thuis, een belangrijke rol in de ontwikkeling van deze sociale vaardigheden bij leerlingen.
Leerling op kleine school mogelijk behulpzamer en zelfstandiger
Uit een overzichtsstudie naar effecten van kleine scholen op de ontwikkeling van leerlingen komt naar voren dat kleine scholen geen negatief effect hebben op de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. Er zijn zelfs aanwijzingen dat leerlingen op kleine scholen behulpzamer en zelfstandiger zijn door bijvoorbeeld de eisen die een combinatieklas aan hen stelt. Een belangrijke kanttekening is dat deze kleine scholen qua omvang vaak veel groter zijn dan de kleine B3-scholen.
Thuisonderwijs niet nadelig voor sociale vorming
Aangezien zeer kleine B3-scholen overeenkomsten vertonen met thuisonderwijs, bieden studies naar de sociale vorming van leerlingen die thuisonderwijs krijgen enig inzicht. Bijvoorbeeld dat leerlingen die thuisonderwijs hebben gevolgd over het algemeen goede sociale vaardigheden hebben ontwikkeld. Een overzichtsstudie naar thuisonderwijs laat overwegend positieve resultaten zien wat betreft de sociale en emotionele ontwikkeling van leerlingen, vergeleken met leerlingen die naar reguliere scholen zijn gegaan. Ook de politieke tolerantie van thuisonderwijs-leerlingen, is doorgaans hoger.
Thuisonderwijs meestal niet nadelig voor sociale vaardigheden
Daarnaast zijn er aanwijzingen dat thuisonderwijs meestal geen belemmering vormt voor de sociale vaardigheden van leerlingen. Deelname aan buitenschoolse activiteiten is voor deze leerlingen een manier om te socialiseren en relaties op te bouwen met leeftijdgenoten. Mochten die mogelijkheden er niet of in onvoldoende mate zijn, dan kleven er volgens een beperkte groep volwassenen die als kind thuisonderwijs volgden daar wel nadelen aan. Hun sociale ontwikkeling bleef achter. Het gaat dan om weinig vrienden, een bepaald stigma, weinig gedeelde ervaringen en interesses met leeftijdgenoten, en onvoldoende sociale voorbereiding.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Esther Kamphuis, Surya Carrilho (antwoordspecialisten) en Sjerp van der Ploeg (kennismakelaar Kennisrotonde).