Muziekonderwijs bevordert de onderwijsprestaties van leerlingen voor onder meer taal, lezen en rekenen. Er zijn geen studies bekend waarin dit effect specifiek is onderzocht voor leerlingen met laagopgeleide ouders. De verwachting is wel dat het effect sterker is voor hen, omdat ze in muziek mogelijk niet de frustratie van hun achterstand ondervinden en minder faalangst ervaren.
Leerlinggestuurd onderwijs gaat uit van de autonomie van leerlingen. Gevoel van autonomie is een van de factoren die bijdragen aan motivatie. Dit geldt voor alle leerlingen op alle niveaus. Andersom zet motivatie leerlingen ertoe aan hun eigen leerproces te sturen. Essentieel aspect van leerlinggestuurd onderwijs is dat leerlingen actief gebruikmaken van leerstrategieën; dat is gunstig voor hun motivatie en hun leerresultaten. Om zelfsturend vermogen te ontwikkelen en te versterken hebben leerlingen wel begeleiding nodig, ook op het vwo.
Een zeker vermogen tot samenwerken, communiceren en zelfregulatie is nodig om onderzoekend te kunnen leren. Of onderzoekend leren bijdraagt aan het verder ontwikkelen van die vaardigheden, is niet onderzocht. Ook is niet bekend hoe je onderzoekend leren specifiek in vmbo-t kunt inzetten. Wel weten we dat het belangrijk is dat leraren specifieke begeleiding geven tijdens in de fasen van onderzoekend leren, gericht op conceptuele, metacognitieve en sociale aspecten.
Leerlingen leren spellen op verschillende manieren. Twee mogelijke hulpstappen zijn een woord eerst fonetisch opschrijven en dan de juiste regel toepassen, of het opschrijven van de spellingregel. Beide hulpstappen bevatten effectieve componenten: werken aan regelkennis en spellingbewustzijn. Het letterlijk weergeven van tekens van de klankstructuur, maakt voor leerlingen de toepassing van de spellingregels inzichtelijk. Of die werkwijze een meer of minder effectieve hulpstap is dan het opschrijven van de spellingregels, is niet bekend.
Volwassenen met lage basisvaardigheden beschikken na deelname aan een leertraject over betere sociale vaardigheden. Ze worden assertiever en meer zelfwerkzaam. Verder ontwikkelen ze een positiever zelfbeeld. Als ouder krijgen ze een beter contact met hun kinderen en met school. Vooral de inzet van goede docenten, goede materialen en activiteiten, en transfermogelijkheden bevorderen de groei in sociale vaardigheden tijdens een leertraject. Ook betrokkenheid van de omgeving en ondersteuning van een vrijwilliger helpen.
Voorlezen bij het leren van een vreemde taal heeft een positief effect bij beginnende en bij zwakke vreemde taalleerders. Het stimuleert het globale tekstbegrip en maakt deze leerlingen bewust van hoe de geschreven taal klinkt, inclusief intonatie en klemtoon. Voor het verwerven van leesstrategieën bij gevorderde vreemde taalleerders wordt voorlezen niet aangeraden.
Onderzoekend en ontwerpend leren zijn actieve manieren van leren, waarbij vooral combinaties van leerkracht- en leerlingsturing effectief lijken. Leerkrachten zouden zich moeten richten op metacognitieve vaardigheden, sociale aspecten en conceptuele aspecten. Belangrijk is verder dat leerkrachten helder communiceren wat ze van leerlingen verwachten. Leerkrachten laten voorbeeldgedrag zien en werken samen met collega’s om onderzoekend en ontwerpend leren vorm te geven.
Meer eigenaarschap van het eigen leerproces en/of zelfregulatie leidt bij leerlingen in het voortgezet niet automatisch tot betere leerprestaties. Dat werkt alleen indien die leerlingen de bijbehorende metacognitieve leerstrategieën aangeleerd krijgen. Leerlingen van lager opgeleide ouders beschikken gemiddeld genomen minder over deze vaardigheden. Ze hebben waarschijnlijk ook meer moeite deze vaardigheden aan te leren.
Door deelname aan een online leertraject kunnen laagopgeleide NT2-studenten betere studievaardigheden en daardoor meer zelfsturing ontwikkelen. Als docent kun je studievaardigheden stimuleren door een diversiteit aan leerstrategieën aan te bieden en daarnaast stapsgewijs de verantwoordelijkheid voor het leerproces bij de student te leggen. Ook peer support, het aanleren van open vaardigheden (zoals planning en reflectie) en inzicht hoe je het geleerde in de praktijk toepast, kan zelfsturing bevorderen.
Bewegend leren heeft in het algemeen een positief effect op leeruitkomsten en op executieve functies. Dat het positief kan uitwerken op spellingsvaardigheid, wijst onderzoek naar het programma Fit en Vaardig uit. Behalve dat leerlingen bewegen tijdens de les, is dat effect mogelijk mede te danken aan de extra tijd die leerlingen besteden aan herhalen en automatiseren. Het is aannemelijk dat daarom ook zwakke spellers baat hebben bij bewegingsprogramma’s. Deze leerlingen werken bovendien direct na de beweegactiviteit geconcentreerder.