Welke hulpstap is voor leerlingen effectiever: woorden fonetisch opschrijven of de bijbehorende spellingregels opschrijven?

Leerlingen leren spellen op verschillende manieren. Twee mogelijke hulpstappen zijn een woord eerst fonetisch opschrijven en dan de juiste regel toepassen, of het opschrijven van de spellingregel. Beide hulpstappen bevatten effectieve componenten: werken aan regelkennis en spellingbewustzijn. Het letterlijk weergeven van tekens van de klankstructuur, maakt voor leerlingen de toepassing van de spellingregels inzichtelijk. Of die werkwijze een meer of minder effectieve hulpstap is dan het opschrijven van de spellingregels, is niet bekend.

Gepubliceerd:

schrijven

Om te leren spellen moeten leerlingen het fonologisch principe van de spelling begrijpen en kunnen toepassen: een woord wordt gespeld met de fonemen (klanken) die je hoort. Bij deze zogenoemde fonologische strategie worden de spraakklanken geanalyseerd en gekoppeld aan grafemen (geschreven letters of lettercombinaties). Deze kennis is voldoende om klankzuivere woorden zoals ‘pot’ te kunnen spellen.

Regelkennis en spellingbewustzijn noodzakelijk bij niet-klankzuivere woorden

Kennis over de fonologische strategie is echter niet afdoende bij niet-klankzuivere woorden, zoals woorden met open lettergrepen (‘poten’) of gesloten lettergrepen (‘potten’). Ook bij woorden die vanwege het principe van gelijkvormigheid anders worden geschreven (tand vanwege het meervoud tanden, en kant kanten) is de fonologische strategie ontoereikend. Leerlingen hebben expliciete regelkennis nodig en moeten een vaste regelstrategie toepassen om bij dergelijke woorden tot de juiste spellingwijze te komen.

Naast regelkennis is ook spellingbewustzijn nodig voor het spellen van niet-klankzuivere woorden. Spellingbewustzijn is het vermogen te reflecteren op de eigen spellingvaardigheid, spellingprocessen en de toepassing van spellingregels. Training om het spellingbewustzijn te bevorderen is effectief; een klein aantal sessies blijkt al voldoende. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat ‘getrainde’ leerlingen iets meer woorden correct spellen dan leerlingen zonder training.

Vergelijkend onderzoek fonetisch spellen - spellingregels opschrijven ontbreekt

Er is geen onderzoek bekend waarin een vergelijking tussen het effect van fonetisch spellen of het effect van het opschrijven van spellingregels bij niet-klankzuivere woorden is gemaakt. Evenmin zijn er interventiestudies bekend waarin het effect van beide oefenvormen is vergeleken met een ander type spellingsoefening. Zowel bij fonetisch spellen als bij het opschrijven van de regels oefenen leerlingen om een bepaalde spellingstrategie toe te passen voordat ze een woord definitief opschrijven, wat bevorderlijk lijkt voor hun spellingresultaten.

Weergave op basis van klankstructuur lijkt effectieve tussenstap

Het fonetisch spellen als oefenvorm lijkt in sommige opzichten op de werkwijze van de Fonologische en Leerpsychologische methode. Deze methode onderscheidt met kleuren zes verschillende klankgroepen: lange klanken (aa, ee, oo, uu), korte klanken (a, e, i, u, o), tweeteken klanken (ij/ei, au/ou, ui, eu, oe, ie), stomme klinkers (e, ‘i’ in ‘-ig’, ‘ij’ in ‘- lijk’), drietekenklanken (aai, ooi, oei,…) en medeklinkers. Daarnaast worden er leenwoordklanken onderscheiden (c, y,..). De klanken zijn steeds het uitgangspunt en het beslissingscriterium voor het al dan niet toepassen van een regel. Deze werkwijze is effectief. Leerlingen met lees- en spellingproblemen die deze methode volgen, maken een inhaalslag in het spellen van woorden ten opzichte van de gemiddelde leerling.

Het opschrijven van spellingregels is een andere oefenvorm waarin leerlingen direct tot de juiste schrijfwijze proberen te komen en daarna de corresponderende spellingregel opschrijven. Hoewel deze werkwijze niet lijkt op reeds onderzochte methodes, bevat het effectieve didactische componenten: leerlingen moeten nadenken over de toepassing van de juiste spellingregel en het is aannemelijk dat door de herhaling de spellingregels worden ingeslepen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Martine Gijsel (kennismakelaar Kennisrotonde).


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Geactualiseerd: juli 2024

    Voor hoogbegaafde leerlingen is verrijking van lesstof effectief. Of dat ook opgaat voor goede spellers is niet onderzocht. Wel is bekend dat het vergroten van de taalkundige kennis met aandacht voor spellingprincipes bij brugklassers effectief is. Deze aanpak maakt nu geen deel uit van het taalonderwijs op de basisschool. Het zou geschikt verdiepend aanbod kunnen zijn voor goede spellers in de bovenbouw van de basisschool. Overigens zouden ook mindere spellers baat kunnen hebben bij dit aanbod.

    Lees meer

    Geactualiseerd: 23 september 2023

    Formele spellinginstructie zorgt voor betere spellingresultaten dan meer informele instructie. Daarbij is het belangrijk om regelmatigheden in spelling expliciet te maken en één spellingregel tegelijk uit te leggen. Ook moeten leerlingen de toepassing van een spellingregel zolang inoefenen tot ze deze echt beheersen. Leerlingen meer zelfstandigheid geven kan ook positieve resultaten opleveren wanneer zij vooraf expliciete instructie krijgen over wat ze moeten doen. Spellingwerk direct na de opdracht door leerlingen zelf laten nakijken, leidt eveneens tot positieve resultaten.

    Lees meer