Verrijken raakt cognitieve en metacognitieve aspecten. Bij metacognitieve aspecten gaat het bijvoorbeeld om kennis over leer- en samenwerkingsprocessen en om zelfregulatievaardigheden. Als het cognitieve aspecten betreft, spreken we over verdiepen. Verdiepende programma’s bieden inhoudelijke kennis die in het reguliere leerstofaanbod niet aan bod komt. Of dergelijke inhoud ook voor goede spellers werkt, is niet bekend. We weten dus ook niet welke vorm van verdieping voor hen effectief is.
Bewuste taalvaardigheid als verdieping in het basisonderwijs
Verdieping voor goede spellers in het basisonderwijs kan wellicht vormgegeven worden door onderwijs in bewuste taalvaardigheid. Dit is een aanpak die een aantal neerlandici bepleiten voor het voortgezet onderwijs. Onder bewuste taalvaardigheid verstaan ze ‘een vaardigheid die steunt op kennis en inzicht in taal en taalgebruik’. Leerlingen leren nadenken en redeneren over taal, en leren verbanden leggen. Aansluitend op de basisstof vergroten leerlingen hiermee hun kennis. Dit zou vervolgens vragen om een aanpak die de creativiteit en het denkvermogen van leerlingen aanspreekt. Deze werkwijze is geen gemeengoed in het basis- en voortgezet onderwijs. Het aanbieden van deze werkwijze in het basisonderwijs betekent dus geen versnelling, maar een verdieping van het reguliere leerstofaanbod.
Het verwerven van inzicht in spelling
Deze aanpak houdt in dat leerlingen de onderliggende principes van spelling moeten leren. Dat zijn het fonologisch principe, het principe van gelijkvormigheid, het etymologisch principe en het principe van analogie.
Zonder kennis van deze principes, en het besef van het verschil tussen principes en trucjes, is het voor leerlingen sowieso moeilijk om inzicht te verwerven in spelling. Deze aanpak zou dus niet alleen voor goede spellers, maar misschien ook voor de zwakkere spellers, gunstige effecten op de taalvaardigheid kunnen hebben.
Verschillende onderzoeken ondersteunen het belang van taalkundige kennis in de spellingdidactiek. Zo leren brugklasleerlingen beter spellen door een uitleg gebaseerd op het principe van gelijkvormigheid. Voorbeeld: je schrijft hetzelfde woord of woorddeel zoveel mogelijk op dezelfde manier (bijvoorbeeld tand vanwege het meervoud tanden en kant vanwege kanten).
Ook voor werkwoordspelling kan een meer taalkundige benadering helpen. Onderzoek onder middelbare scholieren laat bijvoorbeeld zien dat sommige leerlingen, ondanks beheersing van de juiste grammaticaregel, het werkwoord in de zin toch fout spellen. Die leerlingen gebruiken een andere strategie, namelijk de keuze voor de hoogfrequente spellingvorm. Gebeurd komt vaker voor dan gebeurt en dat woordbeeld is blijkbaar sterker dan kennis van de juiste regel. Leerlingen moeten daarom ook inzicht krijgen in andere factoren die een rol spelen bij de werkwoordspelling, zoals het frequentie-effect. Daar kan al in de bovenbouw van het basisonderwijs mee gestart worden.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Martine Gijsel (kennismakelaar Kennisrotonde).