Of vrij lezen in een andere taal bijdraagt aan de Nederlandse leesvaardigheid van basisschoolleerlingen, is niet bekend. Wel blijkt uit internationaal onderzoek dat lezen in een tweede taal geen negatief effect heeft op de leesvaardigheid in de eerste taal. Het kan juist bijdragen aan algemene leesvaardigheden. Ook kan de taalkeuze bij vrij lezen de leesmotivatie van leerlingen bevorderen.
De taalontwikkeling van kleuters kun je bevorderen met verschillende pedagogisch-didactische aanpakken. Vooral (interactief) voorlezen en gesprekken stimuleren zijn zinvol. Dat kunnen gesprekken zijn tussen kleuters en volwassenen, zoals de leerkracht, of tussen kleuters onderling. Didactische middelen als praatplaten en digitale prentenboeken kunnen ook positief uitwerken op de taalontwikkeling van kleuters, net als een rijke leercontext van spel en natuur.
Het is aannemelijk dat alle leerlingen beter presteren op taken waarbij ze steunkaarten gebruiken. Maar om beter te leren lijkt het juist niet effectief om steunkaarten aan alle leerlingen te geven. Steunkaarten zijn waarschijnlijk vooral effectief als je ze inzet als tijdelijke ondersteuning. Je bouwt het gebruik van steunkaarten weer stapsgewijs af zodra leerlingen ze minder of niet meer nodig hebben. Dit blijkt uit onderzoek naar de effecten van hulpmiddelen zoals steunkaarten in het algemeen. Specifiek voor leren lezen en schrijven in groep 3 is dit niet onderzocht.
Kleuters kunnen kennismaken met zowel hoofdletters als kleine letters wanneer zij voor het eerst leren welke klank bij welke letter hoort (de klank-tekenkoppeling). Het is vaak handig om met de hoofdletter te beginnen. Die is namelijk gemakkelijker te leren. De kleine letter kun je tegelijkertijd of daarna aanbieden. Zo ontdekken kinderen dat verschillende lettervormen bij dezelfde klank horen. Kennis van hoofdletters helpt hen ook om deze ‘nieuwe’ vormen (kleine letters) aan de juiste klank te koppelen. Uiteindelijk is kennis van kleine letters nodig om te leren lezen. Woorden en teksten lees je namelijk sneller in kleine letters dan in hoofdletters.
Wanneer leerlingen coöperatief schrijven, dus in duo’s of kleine groepjes een gedicht of een verhaal schrijven, gaat de kwaliteit van de tekst vooruit. Dit geldt voor leerlingen van groep 3 tot en met groep 8 uit zowel regulier als speciaal basisonderwijs. Wel moet je als leerkracht bij coöperatief schrijven het doel specifiek formuleren en de samenwerking goed (voor)structureren.
Het is niet bekend of er verschil is tussen voorlezen in heterogene groepjes met verschillende taalniveaus of homogene groepjes met een vergelijkbaar taalniveau. In beide type groepjes kunnen peuters met een taalontwikkelingsachterstand hun taalvaardigheid verbeteren als een pedagogisch professional ze regelmatig, bewust en interactief voorleest.
Leerlingen leren een vreemde taal vloeiender, gevarieerder en creatiever spreken wanneer de nadruk in de onderbouw ligt op interactie en communiceren, zonder expliciete grammatica-instructie en -oefening. Veel gangbare lesmethoden leggen nadruk op grammatica-instructie, terwijl actief en betekenisvol communiceren in de doeltaal effectiever is voor het ontwikkelen van spreekvaardigheid. Grammatica komt daarbij impliciet aan bod. Deze aanpak gaat niet ten koste van de grammaticale vaardigheid van leerlingen. Van docenten vraagt dit een aangepaste manier van lesgeven, zonder houvast van grammatica, die in het begin mogelijk intensiever is.
Vlot en leesbaar kunnen schrijven met de hand is een belangrijke vaardigheid. Leerlingen oefenen deze vaardigheid in de bovenbouw van het po nauwelijks meer, terwijl dat dan juist heel effectief is. Er zijn verschillende schrijfoefeningen die helpen om vlotter en leesbaarder te leren schrijven. Het is effectief om schrijfoefeningen geregeld te herhalen, doelen te stellen en feedback te geven. Wanneer het schrijftempo van een leerling toch achterblijft, dan helpt het om schrijfoefeningen aan te passen aan de behoeftes van deze individuele leerling.
Voor de kennisontwikkeling van leerlingen is het belangrijk dat je als vakdocent inzicht hebt in de woordenschat van leerlingen en eventuele hiaten signaleert. Welke specifieke aanpakken daarvoor geschikt zijn, is uit onderzoek niet bekend. Wel zijn er aanknopingspunten uit studies naar woordenschattoetsing en woordenschatontwikkeling.
Het lijkt effectiever om leerlingen in de beginfase van het letteronderwijs, meerdere letters per week aan te bieden. Kinderen die in een hoger tempo letters leren, presteren beter op letterkennis, woordlezen en spelling. Doordat zij het alfabet in een relatief korte periode doorlopen, ontstaat er meer ruimte voor herhaling – cruciaal om letters te onthouden.