Hoe kunnen docenten de studievaardigheden en zelfsturing van laagopgeleide NT2-studenten in een online leeromgeving bevorderen?

Door deelname aan een online leertraject kunnen laagopgeleide NT2-studenten betere studievaardigheden en daardoor meer zelfsturing ontwikkelen. Als docent kun je studievaardigheden stimuleren door een diversiteit aan leerstrategieën aan te bieden en daarnaast stapsgewijs de verantwoordelijkheid voor het leerproces bij de student te leggen. Ook peer support, het aanleren van open vaardigheden (zoals planning en reflectie) en inzicht hoe je het geleerde in de praktijk toepast, kan zelfsturing bevorderen.

Gepubliceerd:

Online leeromgeving

Laagopgeleide volwassen tweedetaalleerders, NT2-studenten, kunnen baat hebben bij online lessen. Een online leertraject kan ervoor zorgen dat zij betere studievaardigheden (zoals probleemoplossend vermogen) ontwikkelen. Studievaardigheden zijn belangrijk in het leerproces. Ze dragen ook bij aan meer zelfsturing. Daarnaast helpt het studenten om bijvoorbeeld later beter problemen op te lossen in hun werk of privéomgeving. Docenten kunnen op verschillende manieren studievaardigheden en zelfsturing stimuleren.

Stimuleren van studievaardigheden leidt tot meer zelfsturing

Het aanleren van een verscheidenheid aan leerstrategieën blijkt de studievaardigheid en daardoor de zelfsturing te vergroten. Een mooi voorbeeld komt uit een onderzoek naar leesvaardigheid van beginnende NT2-studenten. Daaruit blijkt dat de leesvaardigheid niet bevorderd worden door enkel het oefenen van lezen. Zij zullen ook andere leerstrategieën moeten kunnen toepassen. Docenten moeten er rekening mee houden dat ze extra aandacht besteden aan NT2-studenten die minder zelfsturend zijn. Zij beheren namelijk minder goed hun tijd en zoeken meer hulp. Dat zijn leerstrategieën (als onderdeel van studievaardigheden) die je deze studenten kunt aanleren.

Uit een studie naar een taaltraject in het voortgezet onderwijs zijn aanwijzingen te vinden dat stapsgewijs toewerken naar ‘leren leren’ leerlingen meer zelfsturend maakt. De stappen zijn dat de docent eerst zelf zaken bepaalt tijdens het leerproces. In een later stadium geeft hij voorbeelden, daarna enkel nog opties of suggesties. En aan het einde van de rit alleen nog criteria en een enkel advies aan de student. De controle verschuift zo van beheersing door de docent, naar gedeelde controle, naar controle door de student zelf. Om deze studievaardig­heden te stimuleren moeten studenten onder andere aan hun plannings- en reflectievaardigheden werken. Het stellen van haalbare tussendoelen en bevorderen van succeservaringen is daarbij van belang.

Factoren in de leeromgeving voor meer zelfsturing

Er zijn ook factoren in de leeromgeving die zelfsturing bevorderen, bijvoorbeeld met peersupport. Daarmee maakt een student zich nieuwe vaardigheden en kennis eigen door begeleiding van iemand die geen professionele docent is maar bijvoorbeeld een oudere student. Ook de inhoud is van invloed op zelfsturing: zo zorgt het aanleren van open vaardigheden, zoals plannings- en reflectievaardigheden, voor meer zelfvertrouwen bij de student om zelfstandiger aan de slag te gaan.
Ten slotte laat onderzoek onder NT2-studenten zien dat zelfsturing bevorderd kan worden als zij tijdens het leren zicht krijgen op wat ze later kunnen doen als ze de tweede taal kennen. Anders gezegd: zij zien dan de mogelijkheden om het geleerde toe te passen in de praktijk.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Maurice de Greef (Kennismakelaar Kennisrotonde).


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Een drietal factoren uit de leeromgeving zijn van invloed op de effectiviteit van afstandsleren voor laagopgeleide volwassenen: omgeving, begeleiding en inhoud. Positief voor commitment en zelfsturing van deze deelnemers is een leeromgeving die het mogelijk maakt het geleerde in praktijk te brengen (transfermogelijkheden). Door bijvoorbeeld buitenschools taalcontact op oefenplekken. Ook moet er goede begeleiding zijn in de vorm van mentoring of peer support. Tot slot is het belangrijk om authentieke leeractiviteiten aan te bieden, waarbij deelnemers open vaardigheden toepassen.

    Lees meer