Veel leraren hebben behoefte aan begeleiding om passend onderwijs te kunnen bieden aan leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften. Intern begeleiders kunnen hen helpen met handelingsgericht werken: een cyclische werkwijze die effectief is. Hoogbegaafde leerlingen zijn erbij gebaat als intern begeleiders aansturen op vroege signalering. Werken met een portfolio en een kort, verrijkt programma stimuleert ook hun ontwikkeling. Verder kunnen intern begeleiders inzetten op het wetenschappelijk onderbouwen en evalueren van nieuwe initiatieven.
Geactualiseerd: 25 juli 2024
Onderwijs dat bestaat uit een combinatie van ervaringsgericht leren en regulier onderwijs heeft een licht positief effect op aspecten van cognitieve en sociale ontwikkeling. Deze bevinding valt op te maken uit voornamelijk buitenlands onderzoek dat niet gericht is op zeer moeilijk lerende leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs. Desondanks zijn er voldoende aanwijzingen om ook voor deze groep leerlingen dezelfde effecten te verwachten.
Of volwassenen zich na de initiële schoolloopbaan verder willen ontwikkelen, hangt af van hun persoonlijke motivatie om te leren. Daarnaast is het belangrijk dat het onderwijsaanbod aansluit op persoonlijke drijfveren. Om de eigen alumni te stimuleren tot een leven lang leren kunnen onderwijsinstellingen inzetten op een alumninetwerk. Zo’n netwerk biedt informatie en inspiratie aan afgestudeerden.
Studenten die reflecteren, kijken aan de hand van voor hen betekenisvolle ervaringen naar persoonlijke ambities, motieven en vervolgacties. Ze komen tot een bewust begrip van de situatie en beslissen wat ze aansluitend gaan doen. Docenten kunnen studenten daarbij ondersteunen door onder meer reflectieve vragen te stellen en te bevorderen dat alle fasen van het reflectieproces aan bod komen.
Om leerlingen bewuster te maken van wat ze leren in de les, is het goed om leerdoelen expliciet met hen te delen en ze als een rode draad in de les aan te houden. Leerdoelen zorgen niet alleen voor meer bewustwording, maar leerlingen ontwikkelen ook meer zelfregulatie. Daarnaast geven ze leraren houvast om effectieve feedback te geven, gericht te differentiëren en leerlingen meer verantwoordelijk te maken voor hun eigen leerproces.
Geactualiseerd: 4 januari 2024
Bij de keuze voor een school voor voortgezet onderwijs letten ouders en leerlingen op meerdere aspecten. Belangrijk zijn de sfeer op school, de kwaliteit van het onderwijs en de ondersteuning die de school biedt. Verder zijn de afstand tot en bereikbaarheid van de school van belang en een eventuele specifieke pedagogische aanpak of onderwijsconcept. Websites van scholen en open dagen zijn voor ouders en leerlingen belangrijke informatiebronnen.
Zittenblijven draagt niet bij aan studiesucces in het voortgezet en hoger onderwijs. Het is aannemelijk dat zittenblijven ook in het middelbaar beroepsonderwijs nauwelijks bijdraagt aan het succesvol afronden van de opleiding. Net als in het hoger onderwijs kan een jaar overdoen juist leiden tot meer vroege studie-uitval.
Driehoeksgesprekken tussen leerkracht, leerling en ouders kunnen de betrokkenheid van ouders bij het onderwijs aan hun kind stimuleren. Enkele uitgangspunten van een driehoeksgesprek zijn focus op onderwijsondersteunend gedrag thuis, en het bieden van ruimte voor reflectie en feedback. Directe kennis over hoe de basisschool het beste driehoeksgesprekken kan voeren, is uit onderzoek niet bekend.
Ouderkamers dragen waarschijnlijk beperkt bij aan de ontwikkeling van kinderen. Belangrijker is het stimuleren van thuisbetrokkenheid, zoals samen voorlezen of praten over school. Als scholen graag de contacten tussen verschillende ouders willen stimuleren, moeten zij ouderactiviteiten zo organiseren dat deelname van zo veel mogelijk ouders mogelijk is, bijvoorbeeld door een goed tijdstip te kiezen. Het inzetten van leerlingen bij die activiteiten helpt daarbij.
Geactualiseerd: oktober 2024
Er is geen Nederlands onderzoek bekend naar factoren die succesvol opstromen in het voorgezet onderwijs kunnen voorspellen. Onderwijsmobiliteit is kenmerkend voor het Nederlandse onderwijsstelsel; onderwijssystemen in andere landen kennen de mogelijkheid tot opstromen niet. Er is dan ook geen relevant internationaal onderzoek beschikbaar.