Op basis van onderzoek zijn er wel thema’s die op indirecte wijze zijn te linken aan driehoeksgesprekken tussen school, leerling en ouders. Dat zijn ouderbetrokkenheid in het algemeen, aandacht voor relatie, competentie en autonomie, en loyaliteit tussen de gesprekspartners.
Ouderbetrokkenheid in het algemeen
Basisscholen kunnen het driehoeksgesprek benutten om de betrokkenheid van ouders bij het onderwijs aan hun kind te stimuleren. Als leerkrachten positieve informatie geven over de ontwikkeling van het kind, helpt dat ouders om ook een positieve houding aan te nemen. Hetzelfde geldt voor het uitspreken van hoge verwachtingen door de leerkracht. Wanneer leerkrachten de ouders concrete aanwijzingen geven hoe ze hun kind thuis kunnen ondersteunen, doen ouders meer aan ontwikkelingsstimulering.
Bepaalde acties van ouders kunnen averechts werken, zoals controle bij huiswerk, sociale controle, strenge regels of druk op hun kind om te presteren. Dit kan een negatief effect hebben op de motivatie en het leergedrag van kinderen. Het is daarom niet verstandig als leerkrachten de ouders vragen toe te zien op het maken van huiswerk.
Aandacht voor relatie, competentie en autonomie in het driehoeksgesprek
Volgens de zelfdeterminatietheorie kent de mens, ongeacht leeftijd, drie universele basisbehoeften: een gevoel van verbondenheid (relatie), competentie en autonomie. Voor het welslagen van driehoeksgesprekken is het van belang met die behoeften rekening te houden.
De relatie tussen ouders en school is erbij gebaat dat de leerkracht de ouders steunt, hun vertrouwen geeft en begrip toont. Daarnaast is van belang dat ouders een gevoel van competentie hebben, zodat ze volwaardig aan het gesprek op school kunnen deelnemen, en genoeg autonomie ervaren om mee te beslissen over belangrijke zaken die hun kind aangaan.
Loyaliteit tussen ouders, kind en leerkracht
Het belang van relaties is ook uitgewerkt in de zogenoemde contextuele benadering van Nagy, waarin loyaliteit een kernbegrip is. Loyaliteit speelt tussen ouders en kind, maar ook tussen kind en leerkracht en tussen ouders en leerkracht. Onderzoek naar de praktische toepassing van de contextuele benadering ontbreekt nog. Voor driehoeksgesprekken is wel het volgende essentiële element te noemen.
Het kind ondervindt twee verschillende loyaliteiten: van en naar zijn ouders, en van en naar de leerkracht. De loyaliteit tussen kind en ouders is een existentiële, een onvoorwaardelijk band die altijd blijft bestaan. Elke andere relatie kenmerkt zich door een verworven loyaliteit. Deze loyaliteit speelt tussen het kind en de leerkracht en tussen de leerkracht en de ouders. De leerkracht doet er goed aan tijdens driehoekgesprekken met die onderlinge loyaliteiten rekening te houden.
Meer weten?
Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Peter de Vries (antwoordspecialist) en Anne Luc van der Vegt (kennismakelaar Kennisrotonde).