Er is geen onderzoek bekend naar doubleren in het middelbaar onderwijs, wel in het voortgezet onderwijs en het hoger onderwijs. Leerlingen in het voortgezet onderwijs die blijven zitten, moeten het hele leerjaar overdoen. In het hoger onderwijs kunnen studenten vakken die ze niet halen vaak opnieuw doen. De lesstof die ze wel beheersen hoeven ze dan niet te herhalen. Een mbo-opleiding op niveau 4 kan in dat opzicht een tussenpositie innemen.
Wat weten we uit het voortgezet onderwijs?
Leerlingen in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs en de meeste mbo-studenten die direct vanuit de middelbare school doorstromen zijn van vergelijkbare leeftijd. Vaak zijn ze nog leerplichtig of kwalificatieplichtig. Zij moeten dus een opleiding volgen. Een verschil is dat middelbare scholieren een profiel kiezen en mbo-studenten een specifieke opleidingsrichting.
Op lange termijn leidt zittenblijven niet tot betere leerprestaties of zelfs uitval. Dit weten we uit onderzoek in het voortgezet onderwijs en primair onderwijs. Volgens enkele studies zouden zittenblijvende leerlingen zelfs beter presteren als ze toch waren overgegaan naar een volgend leerjaar. En, leerlingen die blijven zitten verlaten vaker het onderwijs zonder diploma. Deze resultaten zijn voorzichtig door te trekken naar het mbo. Wanneer doublerende mbo-studenten dezelfde lesstof herhalen, vallen ze mogelijk vaker vroegtijdig uit en presteren ze op de lange termijn niet beter.
Wat weten we uit het hoger onderwijs?
Studenten in het hoger onderwijs zijn na afronding van het voortgezet onderwijs vaak net wat ouder dan mbo-studenten. Omdat studenten hoger onderwijs niet meer kwalificatieplichtig zijn, hoeven ze bij onvoldoende voortgang niet op een opleiding te blijven.
In plaats van leerjaren werken studies in het hoger onderwijs vaak met vakken. Als studenten bepaalde vakken niet halen, hoeven ze alleen die vakken opnieuw doen. Deze vakken kunnen ze naast of in plaats van de vakken uit andere leerjaren volgen. Zittenblijven in het hoger onderwijs is dus geen geïsoleerde interventie, maar hangt samen met keuzes die studenten zelf maken. Zo kunnen ze al dan niet switchen naar een andere opleiding, of kiezen voor extra-curriculaire activiteiten. Dit alles maakt het lastig resultaten door te trekken naar het mbo.
Het bindend studieadvies verhoogt de kans op vroegtijdig uitvallen
Enigszins vergelijkbaar met zittenblijven is het bindend studieadvies. Studenten in het hoger onderwijs die onvoldoende vordering maken, moeten de opleiding verlaten. Vaak switchen studenten daarna naar een vergelijkbare opleiding. Dan doen ze in zekere zin het jaar ‘over’.
Deze studenten hebben geen betere kans op studiesucces in de nieuwe opleiding. Verder blijkt dat opleidingen die werken met een bindend studieadvies en andere selecties ‘na de poort’, vroege uitval onder studenten zien toenemen. Vermoedelijk zouden studenten die in het eerste jaar vanwege het bindend studieadvies uitvallen, anders in een later stadium uitvallen.
Vertaald naar het mbo zullen studenten die een jaar over moeten doen waarschijnlijk ook vaker vroeg uitvallen of switchen naar een vergelijkbare of andere opleiding.
Meer weten?
Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Sandra Wagemakers (kennismakelaar Kennisrotonde).