Wanneer studenten emotioneel betrokken zijn en ze zich ook in hun gedrag betrokken tonen, heeft dat een positieve invloed op hun studiesucces. Dat geldt eveneens als de studenten voor zichzelf inschatten dat ze goed presteren. Ook de verwachte en ervaren match met de opleiding kan een voorspeller van studiesucces zijn. Het is niet bekend welke studentfactoren specifiek voor studenten in de entreeopleiding het succesvol afronden van een mbo 2-opleiding voorspellen.
Om leesopvoeding thuis te versterken zijn twee voorwaarden belangrijk. De school moet de leesvaardigheid van leerlingen op peil krijgen en houden door aandacht te geven aan vloeiend lezen. Daarnaast is een aantrekkelijk boekenaanbod van belang. Een positief leesklimaat thuis verhoogt de kans dat een kind met plezier gaat lezen. Vanwege de grote verschillen tussen ouders is maatwerk nodig om hen te betrekken bij leesbevordering. Ook de verschillen tussen leerlingen maken dat noodzakelijk.
Vmbo’ers vinden het moeilijk om een vervolgopleiding te kiezen, ondanks de loopbaanoriëntatie en -begeleiding die scholen voor vmbo verzorgen. Enkele roc’s bieden daarom een oriëntatietraject aan voor leerlingen die een mbo-opleiding willen gaan volgen, maar nog niet weten welke. Naar de invloed van dat oriëntatietraject op uitval en switch van studenten is nog geen onderzoek gedaan. Wel zijn er aanwijzingen te geven over hoe een effectieve aanpak voor loopbaanoriëntatie en -begeleiding van vmbo’ers er uit kan zien.
Lerarenopleidingen kunnen studiesucces van hun studenten bevorderen door een realistisch beeld te schetsen van de opleiding en het leraarsberoep. Duidelijke intakeprocedures en over en weer uitwisselen van verwachtingen helpen daarbij. Een evenwichtig curriculum en een authentieke leeromgeving dragen ook bij aan studiesucces. Dat geldt eveneens voor omgaan met medestudenten en contact met de docent, een actief studieklimaat en een goed toetsprogramma. Structurele samenwerking met het voortgezet onderwijs en mbo versoepelt de overgang naar het hbo voor de student.
Aparte klassen organiseren voor minder sterk presterende leerlingen brengt ingrijpende risico’s met zich mee. Onbewuste stigmatisering en lage verwachtingen van leerkrachten kunnen namelijk negatieve effecten hebben voor de prestaties en het zelfbeeld van leerlingen. Om tot positieve effecten te komen is het van belang dat de school leerlingen selecteert op basis van prestaties, de prestaties regelmatig meet en selectie voor de Klusklas daarop aanpast. Verder moeten leerkrachten hoge verwachtingen hebben van leerlingen in de Klusklas en werken met een uitdagend curriculum.
Voor een soepele overstap naar het voortgezet onderwijs helpt het als basisschoolleraren hun leerlingen leren omgaan met bepaalde sociale situaties en om ze studievaardigheden bij te brengen zoals plannen en zelfstandig leren. Ook een intensieve samenwerking en warme overdracht tussen po en vo zijn belangrijk. Verder moeten middelbare scholen na de overstap leerlingen hulp en ondersteuning bieden en aandacht geven aan sociaal-emotionele aspecten.
Geactualiseerd: 10 april 2024
Leerlingen die relatief de jongsten zijn in de klas ondervinden ingrijpende nadelen van hun geboortemaand. Zo scoren jongere leerlingen slechter op cognitief, motorisch en emotioneel gebied. Vergeleken met hun oudere klasgenoten hebben ze een grotere kans om te blijven zitten en terecht te komen op de laagste niveaus van het voortgezet onderwijs. Ook maken ze minder kans om naar de universiteit te gaan.
De deelname aan niveau 2- en niveau 3-opleidingen neemt de laatste jaren af, terwijl die op niveau 4 toeneemt. Deze trend was al zichtbaar voor de invoering van de Wet vroegtijdige aanmelddatum en toelatingsrecht tot het mbo. Hierdoor zijn de effecten van deze nieuwe wet op deelnamecijfers niet precies vast te stellen. Mbo-scholen geven aan dat er meer problemen ontstaan in niveau 4. Door de wet moeten zij namelijk vmbo-kaderleerlingen toelaten tot niveau 4, ook wanneer de opleiding verwacht dat de slaagkansen voor de student te klein zijn. In de switch- en uitvalcijfers is dit echter niet terug te zien.
Aandacht voor vaktaal draagt voor NT2-studenten in het mbo bij aan betere studieresultaten. Mogelijk dat ze daardoor hun schoolloopbaan voortzetten. Voor de brede groep mbo-studenten is bekend dat toekomstperspectief bieden een succesfactor is om hen hun schoolloopbaan te laten vervolgen. Andere factoren die mbo-studenten op school houden zijn een goede binding met medestudenten en school, en ouderbetrokkenheid. Ook werkt een integrale aanpak om voortijdig schoolverlaten te voorkomen beter dan een aanpak gericht op een risicofactor.
Scholen bevorderen de betrokkenheid van ouders in kwetsbare situaties door de communicatie af te stemmen op hun behoeften aan autonomie, verbondenheid en competentie. Dat kunnen scholen doen door een respectvolle houding te hebben over de betrokkenheid van ouders, interesse te tonen in de thuiscultuur, en heldere verwachtingen uit te spreken. Het helpt daarbij om de communicatie aan te passen aan de taalvaardigheden en intellectuele mogelijkheden van ouders in kwetsbare situaties.