Wat is het effect van de geboortemaand op het behalen van de onderwijsdoelen en de kans op zittenblijven?

Geactualiseerd: 10 april 2024

Leerlingen die relatief de jongsten zijn in de klas ondervinden ingrijpende nadelen van hun geboortemaand. Zo scoren jongere leerlingen slechter op cognitief, motorisch en emotioneel gebied. Vergeleken met hun oudere klasgenoten hebben ze een grotere kans om te blijven zitten en terecht te komen op de laagste niveaus van het voortgezet onderwijs. Ook maken ze minder kans om naar de universiteit te gaan.

Gepubliceerd:

Po

Peildata bepalen wanneer kinderen het onderwijs instromen of wanneer ze doorstromen naar groep 3. Met een peildatum van bijvoorbeeld 1 januari komen kinderen in een klas die tussen 1 januari en 31 december van hetzelfde jaar geboren zijn. De leerling die op 1 januari jarig is, is net geen twaalf maanden ouder dan het kind dat op 31 december dezelfde leeftijd bereikt. Het januarikind is relatief oud, het decemberkind relatief jong.

Jongste kinderen ondervinden nadelen 

De jongste leerlingen scoren duidelijk lager dan hun oudere klasgenoten op uiteenlopende testen. Of het nu gaat om cognitieve doelen voor taal en rekenen/wiskunde, of ontwikkeling op motorisch en emotioneel vlak, de oudste leerlingen doen het altijd beter. Daarnaast hebben de jongste leerlingen minder zelfvertrouwen en minder geloof in eigen kunnen. Ook vertonen ze vaker emotionele en gedragsproblemen.

Het geboortemaandeffect houdt lang aan. Jongere leerlingen hebben een grotere kans om op de laagste niveaus van het voortgezet onderwijs terecht te komen en maken minder kans om naar de universiteit te gaan.

Gedurende het voortgezet onderwijs en in het hoger onderwijs worden de verschillen wel steeds kleiner. Bij de kans op het behalen van een diploma in het hoger onderwijs, bijvoorbeeld, kon het geboortemaandeffect in Nederland niet meer worden vastgesteld.

Aanpassen instroom mogelijkheid om negatieve gevolgen te voorkomen

Er zijn verschillende maatregelen mogelijk om negatieve effecten van de geboortemaand tegen te gaan. In de eerste plaats door het gebruik van één peildatum los te laten en bijvoorbeeld leerlingen per semester of kwartaal in te laten stromen. Meerdere peildata verkleinen verschillen in relatieve leeftijd. Waar er reeds een verschil in relatieve leeftijd is, kan variatie op toetsgebied uitkomst bieden. Scholen kunnen toetsen op dezelfde leeftijd afnemen of de toetsnormering aanpassen op de relatieve leeftijd.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan José Mulder (kennismakelaar Kennisrotonde).


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Geactualiseerd: 2 augustus 2019

    Leerlingen die een verlengde kleuterbouw doorlopen, behalen in groep 4 hogere scores op reken- en taaltoetsen dan leerlingen die (versneld) doorstromen naar groep 3. Op de korte termijn heeft versneld doorstromen naar groep 3 dus gemiddeld genomen een negatief effect. Echter, later in de schoolloopbaan (in groep 6 en 8) verdwijnt dit verschil. Deze resultaten sluiten aan bij meer algemeen onderzoek naar zittenblijven, waaruit blijkt dat positieve effecten zich alleen op korte termijn voordoen en niet op de langere termijn.

    Lees meer