De entreeopleiding bereidt studenten zonder diploma van het voortgezet onderwijs voor op de arbeidsmarkt of op doorstroom naar mbo-niveau 2. De opleiding duurt één jaar. Na uiterlijk vier maanden moet de instelling de student een bindend studieadvies geven.
Betrokken gedrag voorspelt studiesucces in het mbo
Gedragsmatige betrokkenheid is een sterke voorspeller van studiesucces bij mbo-studenten in het algemeen. Hoe hoger de gedragsmatige betrokkenheid, hoe lager de uitval. Daarnaast beïnvloedt deze betrokkenheid hun studieprestaties positief in het eerste studiejaar. Voorbeelden van gedragsmatige betrokkenheid: aanwezig zijn, op tijd komen, opdrachten en huiswerk maken, taken uitvoeren, met aandacht lessen volgen en je best doen.
Emotionele betrokkenheid voorspelt studiesucces
Studenten met een hoge emotionele betrokkenheid vallen minder vaak uit. Daarnaast heeft emotionele betrokkenheid – nog sterker dan gedragsmatige betrokkenheid – positieve invloed op studieprestaties in hun eerste studiejaar.
Onder emotionele betrokkenheid vallen onder meer de waarde die studenten hechten aan hun opleiding en identificatie met hun rol als student. Deze studenten gaan graag naar school en ze zijn van plan om na afronding van de opleiding verder te studeren. Emotioneel betrokken studenten voelen zich thuis op de onderwijsinstelling en ervaren een academische binding. De opleiding past bij ze en ze zijn gemotiveerd om de opleiding af te ronden. Deze studenten zien het diploma van hun opleiding als waardevol op de arbeidsmarkt.
Studenten die denken dat ze goed presteren, vallen minder vaak uit
Studenten die voor zichzelf de inschatting maken dat zij goed presteren, hebben een lagere kans om uit te vallen. Hetzelfde gaat op voor hun verwachting dat ze zullen afstuderen als ze hun huidige prestatieniveau volhouden.
Er is hier wel een verschil tussen studenten met en zonder migratieachtergrond. De waarde die studenten zonder migratieachtergrond hechten aan hun opleiding blijkt voorspellend te zijn voor een lagere uitval. Dit gaat echter niet op bij studenten met een migratieachtergrond. Voor de algemene houding tegenover onderwijs en identificatie met hun rol als student geldt het omgekeerde. Dit is wel voorspellend voor een lagere uitval bij studenten met een migratieachtergrond, maar niet bij studenten zonder migratieachtergrond.
Verwachte en ervaren match met de opleiding voorspelt uitval
Beginnende studenten zonder migratieachtergrond die sterk verwachten dat de opleiding en de beoogde beroepssector goed bij hen passen, vallen minder vaak uit aan het begin van het tweede studiejaar; minder vaak dan studenten zonder migratieachtergrond die daarover lage verwachtingen hebben. Studenten met een migratieachtergrond met een hogere verwachting dat opleiding en beroep goed bij hen passen vallen juist vaker uit dan studenten met een migratieachtergrond met een lagere verwachting. Mogelijk vallen studenten met een migratieachtergrond uit omdat hun verwachtingen te hooggespannen waren.
Als studenten in de loop van hun studie ervaren dat de opleiding goed bij hen past, dan laten zij doorgaans een grotere gedragsmatige betrokkenheid zien. En dat draagt weer bij aan studiesucces.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Edwin Buijs en Marloes de Lange (kennismakelaars Kennisrotonde).