Welke persoonlijke competenties moet een entreestudent hebben ontwikkeld om succesvol te kunnen instromen in een opleiding op mbo-niveau 2?

Naast vakkennis zijn breed inzetbare, persoonlijke competenties belangrijk voor een duurzame employability van mbo-studenten. Specifiek voor entreestudenten geldt dat vier persoonlijke basiscompetenties onmisbaar zijn om met succes in te kunnen stromen in een mbo-opleiding op niveau 2: 1) zelfstandigheid, 2) initiatief nemen en creativiteit, 3) aanpassingsvermogen en 4) nauwkeurigheid en zorgvuldigheid. Daarbij is extra aandacht voor de ontwikkeling van zelfsturing op mbo-niveau 1 noodzakelijk.

Gepubliceerd:

Competenties

Het onderwijs in het mbo is gebaseerd op het kwalificatiedossier, waarin de kwalificatie-eisen voor beroepen worden beschreven. Het gaat uit van een basisdeel, een profieldeel en een of meerdere keuzedelen. Het basisdeel bevat (naast een beroepsgericht deel) een algemeen basisdeel met onder andere eisen voor taal en rekenen, loopbaan en burgerschap en Engels. De eisen aan generieke vaardigheden, zoals breed inzetbare competenties, verschillen per niveau. De vraag is welke persoonlijke (brede) competenties extra aandacht moeten hebben voor een succesvolle doorstroom van mbo-niveau 1 naar niveau 2.

Breed inzetbare competenties belangrijk voor arbeidsmarkt

Naast vakkennis zijn breed inzetbare, persoonlijke competenties van belang zodat studenten in de toekomst voor meerdere werkgevers kunnen werken (duurzame employability). Deze competenties moeten wel aansluiten bij de noodzakelijke kennis en competenties die bij het beroep horen. Zo blijken mensen die een beroepsopleiding hebben afgerond meer kans op werk te hebben dan mensen die een algemene opleiding hebben gedaan. Maar op latere leeftijd zijn generieke vaardigheden zoals taal en rekenen net zo belangrijk om je te kunnen ontwikkelen op de arbeidsmarkt (opwaartse mobiliteit).

Vier persoonlijke competenties om succesvol in te stromen op niveau 2

Uit verschillende onderzoeken onder studenten en onderwijsprofessionals en op basis van de vraag van de arbeidsmarkt zijn aan de ene kant vakspecifieke vaardigheden belangrijk. En aan de andere kant dus ook een brede set aan vaardigheden en persoonlijke competenties. Het gaat om:

  • Zelfstandigheid
  • Initiatief en creativiteit
  • Aanpassingsvermogen
  • Nauwkeurigheid en zorgvuldigheid

Voor een succesvolle doorstroom van mbo-niveau 1 naar niveau 2 zou een student voldoende potentie moeten hebben om zich op deze vier competenties te kunnen ontwikkelen.

Extra aandacht voor zelfsturing en autonomie

Extra aandacht voor de ontwikkeling van zelfsturing op mbo niveau 1 lijkt noodzakelijk. Zo blijkt dat studenten met een hogere mate van ondernemendheid en zelfregulatie betere arbeidsmarktkansen hebben en intensiever naar werk zoeken. Mbo-studenten niveau 1 en 2 lijken echter meer moeite te hebben met zelfsturend leren. Docenten en leidinggevenden geven ook aan zorgen te hebben of zij deze studenten zelfredzaam kan maken zodat ook zij een plek op de arbeidsmarkt kunnen vinden.

Het verschil tussen mbo-niveau 1 en 2 zit onder andere in de mate waarin de student zelfstandig kan werken. Naast kennis van het beroep moet een student op niveau 2 cognitieve basisvaardigheden bezitten om zelf relevante informatie te gebruiken. Hij of zij moet planmatig eenvoudige problemen kunnen oplossen en ondersteuning kunnen vragen na reflectie en beoordeling van eigen (leer)resultaten om zich verder te kunnen ontwikkelen. Verder geldt dat voor beroepen met weinig autonomie de toekomstperspectieven slechter zijn. Dat is een reden te meer om extra aandacht te besteden aan zelfstandigheid, zelfsturing en autonomie bij studenten op niveau 1.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Maurice de Greef (Kennismakelaar Kennisrotonde).


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Voor mbo-studenten is communicatie essentieel om te kunnen functioneren in de beroepspraktijk. Daarvoor is het belangrijk dat studenten veel kunnen oefenen, liefst met authentieke taken met betekenisvolle teksten. Daarnaast is het belangrijk om interactie en samenwerking te stimuleren en het leerproces te evalueren. Hiervoor kan de docent interventies inzetten als gezamenlijk herinterpreteren van sociale situaties, peer support en instructie in combinatie met reflectie.

    Lees meer

    Geactualiseerd: 10 januari 2024

    Werkgevers en opleiders kunnen zelfregie van mbo-studenten tijdens stages stimuleren. De werkgever moet de inbreng van de student serieus nemen en hem of haar gestructureerd laten werken. De opleider geeft aandacht aan het vermogen en de bereidheid tot leren, naast het aanleren van emotionele volwassenheid. Verder legt de opleider nadruk op vaardigheden als het geleerde in de praktijk toepassen, creativiteit en kritisch denken. De student maakt zich zelfsturend leren eigen door te leren om minder hulp te vragen, taakstrategieën zelfstandiger en beter uit te voeren. Maar ook door tijd efficiënter te beheren en meer waarde te hechten aan het leren zelf.

    Lees meer