Antwoorden op onderwijsvragen

De Kennisrotonde beantwoordt onderwijsvragen op basis van kennis uit onderzoek. De antwoorden helpen jou om wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken in de praktijk. Heb je niet gevonden waar je naar op zoek bent? Stel dan zelf jouw onderwijsvraag!

110 resultaten

    Geactualiseerd: oktober 2024

    Kopklassen hebben een positief effect op de onderwijskansen van leerlingen. Kinderen die na groep 8 een jaar extra taalonderwijs krijgen voordat ze naar de brugklas gaan, stromen vaker door naar een hoger onderwijsniveau. Ook de vmbo-tussenklas pakt positief uit. Ongeveer 85 procent van de leerlingen die anders naar het speciaal- of praktijkonderwijs zouden gaan, kan door naar het regulier vmbo-onderwijs (basis- of kader). Onderzoek naar effecten van tussenklassen zoals Groep 9, of Tienercollege, is niet bekend.

    Lees meer

    Cultureel responsief onderwijs bevordert mogelijk de betrokkenheid, interculturele competenties en leerprestaties van studenten. Van verschillende ontwerpprincipes wordt verondersteld dat ze bijdragen aan het cultureel sensitiever maken van het onderwijs, vooral in samenhang. Onderzoek dat de effectiviteit van deze ontwerpprincipes aantoont op de beroepsvoorbereiding van studenten ontbreekt echter.

    Lees meer

    Een goede didactische begeleiding, uitdagende lessen en een stimulerend onderwijsaanbod kunnen ervoor zorgen dat studenten meer betrokken raken en meer gemotiveerd zijn. Ook contacten en interactie met docenten, medestudenten en de omgeving, kunnen absentie helpen tegengaan. Onderzoek naar directe factoren in de leeromgeving die absentie in het mbo voorkomen, lijkt te ontbreken.

    Lees meer

    Steun van de leerkracht voor positieve interacties tussen leerlingen, kennis van elkaars culturele achtergrond en beheersing van de Nederlandse taal kunnen bijdragen aan sociale integratie van NT2-leerlingen in de klas. Specifieke en effectieve methoden hiervoor zijn niet bekend. Sociale integratie is wel vaak een opbrengst van methoden die zich richten op andere of bredere doelstellingen, zoals de sociaal-emotionele ontwikkeling van nieuwkomers.

    Lees meer

    Er is enig bewijs dat een meertalig kind met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) meer baat heeft bij ondersteuning in alle talen die het spreekt dan bij ondersteuning in één taal. Aannemelijk is dat logopedisten die gespecialiseerd zijn in meertaligheid hierin uitkomst kunnen bieden. Voor een goede diagnostisering van een TOS is het van belang om een kind te testen in alle talen die het spreekt. Ook het proces van het taalleren moet in kaart worden gebracht.

    Lees meer

    Een bijgesteld schooladvies voorspelt het onderwijsniveau van leerlingen in het derde leerjaar voortgezet onderwijs beter dan een niet-bijgesteld advies. Leerlingen van wie het advies niet is bijgesteld wisselen in het voortgezet onderwijs vaker van niveau. Leerlingen met een bijgesteld advies stromen in het voortgezet onderwijs wat vaker een niveau af en lopen iets vaker vertraging op dan leerlingen zonder bijstelling. Maar deze leerlingen zitten toch gemiddeld een half niveau hoger dan leerlingen zonder bijstelling.

    Lees meer

    Een schoolgebouw moet alle leerlingen voldoende bewegingsruimte bieden. Dat geldt voor gangen, klaslokalen, toiletten, trappenhuizen, aula, gymzalen en kleedkamers. Ook dienen er voor iedereen toegankelijke opbergruimten te zijn. Verder hebben leerlingen met een beperking specifieke ruimtes nodig om met maatschappelijk werkers, fysiotherapeuten of verpleegkundigen af te kunnen spreken. Het is raadzaam om leerlingen met verschillende beperkingen te betrekken bij het ontwerpen van scholen voor inclusief onderwijs.

    Lees meer

    Mbo-studenten met ouders die een laag inkomen hebben of laagopgeleid zijn en studenten met schulden, hebben een minder grote kans op studiesucces. Ook andere kenmerken die met een lage sociaal-economische status verband kunnen houden, gaan samen met een lager studiesucces in het mbo. Het gaat dan om onder andere weinig ondersteuning en betrokkenheid ervaren van ouders, afkomstig zijn uit een eenoudergezin of zelf al kinderen hebben.

    Lees meer

    Onderzoeken naar de effecten van lockdowns op taalontwikkeling laten een wisselend beeld zien. De sluiting van de kinderopvang werkte negatief uit op de spraak- en taalontwikkeling. De lockdown had invloed op hoeveel en hoe kinderen thuis werden voorgelezen, wat positief is voor de taalontwikkeling. Meer schermtijd heeft dan weer mogelijk een negatief effect. Al met al was het negatieve effect van lockdowns groter voor kinderen uit gezinnen met een lagere sociaal-economische status en voor risicogroepen.

    Lees meer

    De effectiviteit van een methode om met zeer moeilijk lerende NT2-leerlingen te communiceren, is afhankelijk van meerdere factoren. Zo spelen cognitieve ontwikkeling en lichamelijke gesteldheid van de leerling, aanpak van de leerkracht en thuisomgeving een belangrijke rol. Om een methode te vinden die past bij de behoeften en mogelijkheden van de leerling is het cruciaal om daar onderwijsprofessionals en ouders bij te betrekken. Daarnaast is een cultureel-sensitieve leeromgeving van belang, zodat de leerling zich daarin herkent en zich gerespecteerd kan voelen.

    Lees meer