Heeft een lage sociaal-economische status een negatief effect op het studiesucces van mbo-studenten?

Mbo-studenten met ouders die een laag inkomen hebben of laagopgeleid zijn en studenten met schulden, hebben een minder grote kans op studiesucces. Ook andere kenmerken die met een lage sociaal-economische status verband kunnen houden, gaan samen met een lager studiesucces in het mbo. Het gaat dan om onder andere weinig ondersteuning en betrokkenheid ervaren van ouders, afkomstig zijn uit een eenoudergezin of zelf al kinderen hebben.

Gepubliceerd:

studiesucces

We spreken van een gezin met een lage sociaal-economische status (SES) wanneer er sprake is van een of meer van de volgende met elkaar samenhangende kenmerken. Het gaat dan om een laag inkomen, een laag opleidingsniveau, werkloosheid, weinig cultureel kapitaal, gebroken gezin en slechte behuizing.  Doordat deze factoren vaak samenhangen is het lastig om vast te stellen welke factor precies van invloed is.

Een lage SES gaat samen met een lager studiesucces

Mbo-studenten uit gezinnen met een lage SES vallen vaker uit dan studenten afkomstig uit een gezin met een hoge SES. Het gaat hierbij vooral om het inkomen en het opleidingsniveau van de ouders. Studenten met ouders die geen betaald werk hebben, vallen nog vaker uit. Ook stoppen mbo-studenten die zelf schulden hebben vaker met hun opleiding. Deze studenten ervaren mogelijk een emotionele en praktische belasting, die hun deelname aan school en hun leerprestaties negatief beïnvloeden.

Studenten met een lage SES hebben in het basisonderwijs vaak al een achterstand opgebouwd. Door deze achterstand komen zij vaker in mbo 1 en 2 terecht, waar ze ook nog eens meer kans hebben om uit te vallen dan in mbo 3 en 4.

Ontbreken van steun kan reden zijn voor uitval

Ook andere factoren die vaak verband houden met een lage SES kunnen negatief samenhangen met studiesucces. Zo is de kans op uitval groter als mbo-studenten weinig ondersteuning en betrokkenheid ervaren van hun ouders. Dit is bijvoorbeeld het geval als zij niet met hun ouders kunnen praten over school gerelateerde zaken. Maar ook als ouders niet kunnen helpen met huiswerk en als ouders geen goede contacten hebben met de opleiding.

Ook gebrek aan gezinsstabiliteit kan studiesucces in de weg staan

Mbo-studenten uit eenoudergezinnen vallen vaker uit dan studenten uit gezinnen met twee ouders. Mogelijke verklaringen hiervoor zijn de spanningen die aan een echtscheiding voorafgaan en minder interactie met beide ouders na de scheiding. Er is dan voor de student minder gelegenheid om over de opleiding en over leerprestaties te praten.

Verder vergroot zwangerschap of al de zorg hebben voor een kind de kans om uit te vallen. Daarnaast hebben tienermoeders een grotere kans op verzuim, vergeleken met leeftijdsgenoten die geen kind hebben.

Ten slotte lopen mbo-studenten die in aanraking zijn geweest met de politie meer risico om uit te vallen. De kans dat jongeren in contact komen met de politie neemt toe naarmate het opleidings- of inkomensniveau van hun ouders lager is.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Edwin Buijs en Marianne Hooijsma (kennismakelaars Kennisrotonde).


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.