Hebben de lockdowns een negatief effect gehad op de spraak- en taalontwikkeling van kinderen van 2 tot 6 jaar?

Onderzoeken naar de effecten van lockdowns op taalontwikkeling laten een wisselend beeld zien. De sluiting van de kinderopvang werkte negatief uit op de spraak- en taalontwikkeling. De lockdown had invloed op hoeveel en hoe kinderen thuis werden voorgelezen, wat positief is voor de taalontwikkeling. Meer schermtijd heeft dan weer mogelijk een negatief effect. Al met al was het negatieve effect van lockdowns groter voor kinderen uit gezinnen met een lagere sociaal-economische status en voor risicogroepen.

Gepubliceerd:

Bron: Asada Nami / Shutterstock taal

Onder de spraak- en taalontwikkeling van kinderen verstaan we een breed ontwikkelingsdomein waar bijvoorbeeld de begrijpelijke woordenschat (de woorden die een kind begrijpt) en productieve woordenschat (de woorden die een kind actief gebruikt) onder vallen. Veel scholen in Nederland hebben het idee dat kleuters, sinds de lockdowns vanwege corona, een lager instroomniveau hebben. Heeft het sluiten van de kinderopvang en het limiteren van sociale interacties, mogelijk een negatief effect gehad op de spraak- en taalontwikkeling van kinderen?

Sluiting van kinderopvang negatief voor taalontwikkeling

De kinderopvang is belangrijk voor de taalontwikkeling van kinderen, zo blijkt uit meerdere internationale studies. Zelfs al was de toegang tot de kinderopvang in coronatijd onregelmatig, toch leerden kinderen er meer nieuwe woorden dan thuisblijvers.

De sluiting van de kinderopvang heeft dan ook een negatief effect gehad op de ontwikkeling van de woordenschat. Ook bleken kinderen meer ontwikkelingsachterstand te hebben opgelopen, zo bleek uit een Chileense studie onder gezinnen met een lage sociaal-economische status (SES). 
Op basis van rapportages van ouders blijkt dat de woordenschat van jonge kinderen juist is gegroeid tijdens de lockdowns. Maar deze cijfers zijn lastig te interpreteren omdat ze ook kunnen worden toegewezen aan het feit dat ouders meer tijd thuis waren en wellicht beter zicht hadden op de groei van de woordenschat van hun kinderen. Bovendien bestond het grootste deel van de steekproef uit hoger opgeleide ouders waardoor de bevindingen niet hoeven te gelden voor andere bevolkingsgroepen.

Meer voorlezen maar ook meer schermtijd

De lockdowns hebben invloed gehad op hoeveel en hoe kinderen thuis werden voorgelezen en hoeveel extra schermtijd ze kregen. Beide factoren zijn van invloed op de spraak- en taalontwikkeling. Voorlezen heeft voornamelijk een positief effect. Overmatige en passieve schermtijd (bijvoorbeeld filmpjes kijken) hebben voornamelijk een negatief effect op de productieve woordenschat van kinderen.
Uit sommige studies bleek dat kinderen in de lockdowntijd juist minder thuis werden voorgelezen, of juist door minder verschillende mensen. Ook gebruikten mensen meer een media-apparaat om voor te laten lezen. Nadeel daarvan is dat het kind dan de interactie met de ouders mist, en bijvoorbeeld geen vragen kan stellen over de tekst.

Effect lockdowns groter voor kinderen in kwetsbare situaties

Uit de meeste studies kwam naar voren dat de negatieve effecten van lockdowns vooral gelden voor kinderen in kwetsbare situaties, zoals een lager sociaal-economische status (SES). Ook kinderen met een risico op (taal)achterstanden of andere stoornissen hebben meer last van lockdowns gehad. Daarnaast rapporteren scholen met een hogere schoolweging vaker het lagere instroomniveau van kleuters sinds de lockdowns. En het lagere instroomniveau lijkt vooral het geval voor kinderen met een risico op (taal)achterstanden. Dit heeft er mogelijk mee te maken dat deze kinderen tijdens de lockdowns veel soorten hulp hebben moeten missen. Zo waren er minder logopedie afspraken, therapiesessies, huisbezoeken en ontwikkelingsanamneses mogelijk. Ook was er door de sluiting van kinderopvang minder vroegtijdige signalering en VVE-aanbod.

Juist de vroege jaren (eerste 7 jaar) zijn cruciaal voor de spraak- en taalontwikkeling van kinderen. Een vroege signalering van problemen kan een grotere kans geven op het succesvol inzetten van hulpmiddelen. Ook het gebruik van VVE-aanbod kan voor kinderen uit risicogroepen een belangrijke rol spelen. Daarnaast hebben eerdere studies laten zien dat hoge kwaliteit kinderopvang vooral een positief effect heeft op onder andere de spraak- en taalontwikkeling van kinderen met risico op (taal)achterstanden. Bovendien hangt het hebben van een lagere SES samen met minder voorlezen en meer passief beeldschermgebruik.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Elizabeth Wynberg (antwoordspecialist) en Marianne Hooijsma (kennismakelaar Kennisrotonde). Zij hebben Sophia Wilkens-Faber (logopedist en neurolinguïst) geconsulteerd.


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.