Er is geen eenduidig bewijs dat kauwgom kauwen in de klas bijdraagt aan de leerprestaties van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Ook zijn resultaten wisselend of kauwgom kauwen bijdraagt aan cognitieve processen die leerprestaties verbeteren, zoals werkgeheugen. Er is het meest eenduidige bewijs dat kauwgom kauwen (jong)volwassenen helpt om hun aandacht vast te houden. Maar ook dan lijken andere, grotendeels nog onbekende factoren van invloed te zijn op het effect van kauwgom kauwen op leerprestaties en cognitieve processen.
Het onderwijs wordt inclusiever als leraren op gespecialiseerde en reguliere scholen meer samenwerken, bijvoorbeeld door samen les te geven in de klas en kennis, materialen en ruimtes te delen. Ook samen lessen, handelingsplannen en materialen ontwikkelen draagt bij aan inclusiever onderwijs. Om hun collega’s in het regulier onderwijs goed te kunnen helpen, moeten gespecialiseerde leraren de kans krijgen om zich meer professionaliseren in samenwerking, consultatie en communicatie.
Er is weinig informatie over relevante kenmerken voor een positief pedagogisch klimaat in klassen met zeer moeilijk lerende (zml) kinderen. Er is geen indicatie dat zo’n klimaat in die klassen er anders uitziet dan in een reguliere klas. Wel zijn er aanwijzingen dat aandacht voor verschillen in ontwikkelingsniveau in de les en aanleren van sociaal gewenst gedrag kunnen helpen om het pedagogisch klimaat in een zml-klas te bevorderen.
De vijfvingertest is een methode om leerlingen zelf te laten beoordelen of het boek dat zij kiezen, aansluit bij hun leesvaardigheidsniveau. Leerkrachten en bibliotheekmedewerkers zetten de vijfvingertest regelmatig in. Omdat onderzoek naar het effect van de vijfvingertest ontbreekt, kunnen er geen uitspraken gedaan worden over de geschiktheid van de methode.
Hoge werkdruk van docenten is een belangrijke voorspeller voor verminderd docentenwelzijn. Er zijn aanwijzingen dat goed docentenwelzijn een positief effect heeft op de kwaliteit van docent-studentrelaties in het hoger onderwijs. Het directe effect van de werkdruk van docenten in het hoger onderwijs op de kwaliteit van deze relaties is echter niet bekend. Daar is geen onderzoek naar gedaan.
Antwoordenboeken zonder nadere uitleg en ondersteuning van de leraar dragen onvoldoende bij aan leeropbrengsten. Dit komt omdat leerlingen de antwoordenboeken meestal niet of niet goed gebruiken. Doen ze dat wel, met ondersteuning, dan kunnen leerlingen de stapsgewijze uitleg van de lesstof beter gaan begrijpen en eenvoudige vaardigheden oefenen. Bij meer ingewikkelde opdrachten is het beter als leerlingen zélf de stap tussen het eigen antwoord en het norm-antwoord gaan overbruggen.
Wanneer de leerkracht expliciete instructie geeft in zinsbouw, leren leerlingen beter om correcte zinnen te formuleren in schrijfopdrachten. Daarnaast is het zinvol om aspecten van grammaticaonderwijs te integreren in het schrijfonderwijs. Leerlingen die dit geïntegreerde onderwijs hebben gevolgd, boeken meer vooruitgang in zinnen formuleren tijdens het schrijven van teksten dan leerlingen die geen uitleg kregen over expliciete koppeling met grammatica.
Voor een succesvolle overgang van speciaal naar regulier onderwijs is motivatie van de leerling om terug te willen stromen een belangrijke factor. Verder is een geslaagde plaatsing afhankelijk van de ondersteuningsbehoeften en de leeftijd van de leerling. Ook ouderbetrokkenheid en een positieve, realistische houding van ouders spelen een rol. Daarnaast bevorderen een inclusieve schoolcultuur, een open en veilig klasklimaat, en een positieve houding van de leerkracht plaatsing van een leerling in het (speciaal) basisonderwijs.
Sommige studies naar door scholen georganiseerde lunches tonen positieve effecten op leerresultaten; andere studies vinden geen effect. Positieve veranderingen in gedrag en cognitieve vaardigheden worden wel genoemd als mogelijke effecten van voedselprogramma’s, maar daar is geen bewijs voor. Het is dus onduidelijk of een door de school verzorgde lunch een positief effect heeft op leerprestaties, gedrag of cognitieve vaardigheden van leerlingen die anders niet lunchen.
Het aantal uren onderwijs in een schooljaar hangt in het voortgezet onderwijs licht samen met positieve leerprestaties. Dat geldt vooral voor instructietijd en uren binnen het reguliere curriculum. De lesweek onbeperkt uitbreiden is niet zinvol; tot ongeveer vier uur per week is er sprake van meeropbrengsten. Ook andere factoren spelen een rol in de relatie tussen onderwijstijd en leerprestaties, zoals de kwaliteit van de lessen en van de school, en de middelen die een school tot zijn beschikking heeft.