Een goed pedagogisch klimaat is van belang voor de ontwikkeling en het welbevinden van alle leerlingen. De vraag is of een positief pedagogisch klimaat voor verschillende leerlingen hetzelfde is of dat het voor een specifieke doelgroep zoals zeer moeilijk lerende kinderen in het speciaal (basis)onderwijs anders is.
Kenmerken van een positief pedagogisch klimaat waarschijnlijk hetzelfde
Uit onderzoek is niet bekend welke kenmerken van een positief pedagogisch klimaat relevant zijn voor het speciaal onderwijs, of specifiek voor klassen met zml-kinderen. De verwachting is wel dat deze criteria en kenmerken voor zeer moeilijk lerende kinderen niet anders zijn dan algemene kenmerken van een positief pedagogisch klimaat.
Sociaal-emotionele steun en goed klassenmanagement
Sociaal-emotionele steun is een belangrijke dimensie in een positief pedagogisch klimaat. Het gaat hier om alle aspecten die het welzijn en emotionele welbevinden van leerlingen in de klas ondersteunen. Met voldoende sociaal-emotionele steun in de klas voelen leerlingen zich gezien en gerespecteerd door de leraar en voelen ze zich verbonden met medeleerlingen. Specifieke kenmerken zijn:
- Positieve en oprechte interesse van de leraar in leerlingen en de relatie die hij met hen opbouwt.
- De beleving van autonomie bij leerlingen; zij ervaren dan meer plezier.
Ook goed klassenmanagement speelt mee bij een positief pedagogisch klimaat. Hieronder vallen organisatorische kenmerken van de klas, zoals dagelijkse routines en aansturing. De voorspelbaarheid van de lessen draagt bij aan het leervermogen en gedrag van leerlingen, want zij weten dan wat er van ze wordt verwacht. Maar ook zorgen voor een rustige leeromgeving, gewenst gedrag stimuleren en ongewenst gedrag (zoals pesten) aanpakken, dragen hieraan bij.
Kennis en vaardigheden van leraren en een schoolbrede aanpak
Goed klassenmanagement en de beleving van sociaal-emotionele steun staan niet los van elkaar. Cohesie in de klas en verbondenheid met de docent hebben gezamenlijk een bevorderend effect op de motivatie en deelname van leerlingen in de les. Om een positief pedagogisch klimaat in de klas te bewerkstelligen, hebben leraren bepaalde kennis en vaardigheden nodig. Ze moeten zich bijvoorbeeld bewust zijn van hun eigen pedagogisch handelen en de invloed daarvan op leerlingen. Verder is inzicht in de aanpak van ongewenst gedrag belangrijk. Een schoolbrede interventie kan ook helpen om de regels en gedragsnormen over de hele school te harmoniseren.
Specifieke aandachtspunten voor een zml-klas
De verwachting is dat de algemene kenmerken van een positief pedagogisch klimaat ook van belang zijn voor een klas met zml-kinderen. Maar er zijn aanwijzingen dat bepaalde aandachtspunten extra van belang zijn voor deze leerlingen:
- Aandacht voor verschillen in ontwikkelingsniveau. In het speciaal onderwijs zitten leerlingen met uiteenlopende ontwikkelingsniveaus en vaardigheden bij elkaar. Leraren moeten in staat zijn om met deze verschillen om te gaan en voor elke leerling een passend lesprogramma creëren. Voor het pedagogische klimaat betekent dit dat zij moeten zorgen voor duidelijkheid, regelmaat en voorspelbaarheid, onder andere door het gebruik van versimpelde taal.
- Modelleren en aanleren van gewenst gedrag. Bij zml-kinderen kunnen sociale vaardigheden ontbreken. Een aanvullende uitdaging is dan ook het aanleren van sociaal gewenst gedrag. De strategie daarvoor is doorgaans hetzelfde als in het regulier onderwijs: ongewenst gedrag ontmoedigen door het gewenste gedrag als alternatief te bieden. Ook hier komen technieken als positieve conditionering en modelleren van pas. Voor zml-kinderen kan het nodig zijn om hen aan te leren wat ‘sociale cues’ zijn en hoe ze die moeten interpreteren. Denk aan verbale en non-verbale signalen van communicatie, zoals oogcontact, gezichtsuitdrukkingen en toon. Belangrijk is ook dat leraren erop letten dat als zij ongewenst gedrag corrigeren, het dagritme van andere leerlingen er niet door wordt verstoord.
- Een affectief-neutrale benadering toepassen. Als laatste wordt bij zeer moeilijk lerende kinderen geadviseerd om een affectief-neutrale benadering toe te passen. Hierbij moeten leraren en begeleiders zich bewust zijn van hun eigen emoties (en houding) naar een leerling toe en proberen die zo min mogelijk te tonen in de interactie.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Marianne Hooijsma en Armaghan Efat (kennismakelaars Kennisrotonde).