Wanneer studenten emotioneel betrokken zijn en ze zich ook in hun gedrag betrokken tonen, heeft dat een positieve invloed op hun studiesucces. Dat geldt eveneens als de studenten voor zichzelf inschatten dat ze goed presteren. Ook de verwachte en ervaren match met de opleiding kan een voorspeller van studiesucces zijn. Het is niet bekend welke studentfactoren specifiek voor studenten in de entreeopleiding het succesvol afronden van een mbo 2-opleiding voorspellen.
Vrij gebruik van smartphones, tablets en laptops tijdens de lessen heeft een negatief effect op leerprestaties. Waarschijnlijk is de aandacht die sociale media en berichtenverkeer opeisen daarvan de belangrijkste oorzaak. Leerlingen in het voortgezet onderwijs en mbo-studenten worden te veel afgeleid en kunnen zich niet concentreren op de leertaak. Er zijn aanwijzingen dat vooral lager presterende leerlingen deze negatieve effecten ondervinden. Een verbod op het bezit van smartphones op school kan de concentratie bij leerlingen tijdens de les verbeteren en daarmee hun leerprestaties.
Om goed te kunnen spellen heeft een leerling taalkundige kennis nodig, onder andere over de structuur en betekenis van woorden. Door expliciet aandacht te besteden aan woordstructuur in de spellingdidactiek verbetert de spellingvaardigheid van leerlingen. Aandacht voor woordbetekenis heeft een positief effect op technische leesvaardigheid en aannemelijk is dat dit ook geldt voor spelling. Leerlingen blijken woorden waarvan ze de betekenis kregen uitgelegd beter te spellen.
De effectiviteit van een methode om met zeer moeilijk lerende NT2-leerlingen te communiceren, is afhankelijk van meerdere factoren. Zo spelen cognitieve ontwikkeling en lichamelijke gesteldheid van de leerling, aanpak van de leerkracht en thuisomgeving een belangrijke rol. Om een methode te vinden die past bij de behoeften en mogelijkheden van de leerling is het cruciaal om daar onderwijsprofessionals en ouders bij te betrekken. Daarnaast is een cultureel-sensitieve leeromgeving van belang, zodat de leerling zich daarin herkent en zich gerespecteerd kan voelen.
Portfolio-instrumenten zoals een persoonlijk ontwikkelplan of persoonlijk actieplan kunnen positieve effecten hebben op motivatie, zelfreflectie en zelfregulerend leren, maar alleen als studenten hierbij individuele begeleiding krijgen. De begeleiding moet van voldoende kwaliteit en intensiteit zijn, waarbij de student centraal staat, niet het instrument. Cruciaal is dat de begeleider de student ondersteunt in de ontwikkeling van zelfsturende vaardigheden.
Er zijn kleine aanwijzingen dat role-playing-bordspellen in een onderwijssetting positieve invloed kunnen hebben op de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen tussen 10 en 15 jaar. Het lijkt dan wel van belang om deze bordspellen in te bedden in schoolprogramma’s. De leraar moet het spel in goede banen leiden en een veilige omgeving creëren. Leerlingen kunnen in een nabespreking reflecteren op het spel en verbanden leggen met persoonlijke keuzes en ervaringen.
Aanpakken die rekenprestaties van basisschoolleerlingen verbeteren zijn gericht op vakinhoudelijke en vakdidactische kennis, en op pedagogische vaardigheden van de leerkracht. Het is vooral belangrijk dat leerkrachten toewerken naar niveau 1S, en niet direct genoegen nemen met het lagere niveau 1F. Dit kunnen zij doen door hoge verwachtingen te hebben van de leerprestaties van leerlingen, te differentiëren in niveaugroepen en feedback te geven. Daarnaast helpen instructievormen en de inzet van hulpmiddelen.
Leerlingen woorden laten overschrijven kan effectief zijn om ze te leren spellen. Het is nog effectiever wanneer de leerkracht leerlingen een visueel dictee aanbiedt. Het woord wordt eerst getoond en verdwijnt daarna, zodat de leerling de eigen spelling kan vergelijken met de juiste spellingwijze. Hierbij is het – in tegenstelling tot een traditioneel, auditief dictee – niet nodig om eerst de woorden te horen.
Hoeveel leerlingen er van locatie wisselen, op welk moment zij dit doen en welke gevolgen dit voor hen heeft, is onbekend. Wel nemen de zorgen toe over de maatschappelijke gevolgen van de trend dat steeds minder onderwijsvormen op dezelfde locatie gevolgd kunnen worden. De vrees bestaat dat de socialiserende functie van het onderwijs hierdoor in het geding komt.
Onderzoeken naar de effecten van lockdowns op taalontwikkeling laten een wisselend beeld zien. De sluiting van de kinderopvang werkte negatief uit op de spraak- en taalontwikkeling. De lockdown had invloed op hoeveel en hoe kinderen thuis werden voorgelezen, wat positief is voor de taalontwikkeling. Meer schermtijd heeft dan weer mogelijk een negatief effect. Al met al was het negatieve effect van lockdowns groter voor kinderen uit gezinnen met een lagere sociaal-economische status en voor risicogroepen.