Heeft het moment waarop vo-leerlingen overstappen naar een andere locatie effect op hun welzijn?

Hoeveel leerlingen er van locatie wisselen, op welk moment zij dit doen en welke gevolgen dit voor hen heeft, is onbekend. Wel nemen de zorgen toe over de maatschappelijke gevolgen van de trend dat steeds minder onderwijsvormen op dezelfde locatie gevolgd kunnen worden. De vrees bestaat dat de socialiserende functie van het onderwijs hierdoor in het geding komt.

Gepubliceerd:

overstappen van locatie

In het voortgezet onderwijs komt het geregeld voor dat leerlingen moeten overstappen naar een andere locatie. Dit komt omdat scholen de grote verscheidenheid aan onderwijsvormen (vmbo-b, vmbo-k, vmbo-g/t, havo en vwo) steeds vaker op verschillende locaties aanbieden. Op nog maar 6 procent van de locaties kunnen leerlingen alle onderwijssoorten volgen.

Scholen differentiëren steeds sterker op onderwijsniveau

Het lijkt er op dat scholen hun aanbod steeds sterker differentiëren. Dat gaat eveneens ten koste van brede brugklassen. Zo lag in 2008-2009 het aandeel leerlingen dat in het eerste leerjaar in een brede brugklas een combinatie van onderwijssoorten volgt op 68 procent. Bijna tien jaar later was dit aandeel gedaald naar 55 procent.

Bovenbouwleerlingen zitten meestal alleen samen met leerlingen van het aanpalende onderwijsniveau. Zo zitten beroepsgerichte leerwegen van het vmbo (basis en kader) vaak bij elkaar, en havo en vwo in het algemeen vormend onderwijs. Slechts 16 procent van de vmbo basis- en kaderleerlingen zit op een vestiging samen met havo- en vwo-leerlingen. En van de havisten en vwo’ers zit 12 procent op een vestiging die ook beroepsgerichte vmbo-leerwegen aanbiedt.

Zorgen over de gevolgen van gescheiden groepen leerlingen

Hoeveel leerlingen jaarlijks een overstap naar een andere locatie moeten maken is niet bekend. Ook is onbekend in welke leerjaren ze een overstap maken en welke effecten dat op ze heeft.

Wel nemen de zorgen toe over de maatschappelijke gevolgen van de zogenoemde institutionele gescheidenheid. Het Sociaal en Cultureel Planbureau laat zien dat het smalle aanbod per locatie gepaard gaat met een scheiding van leerlingen op achtergrondkenmerken, zoals opleidingsniveau en inkomen van ouders. Leerlingen op smalle, vaak meer homogeen samengestelde scholen leven volgens onderwijsprofessionals in een ‘bubbel’ en staan te weinig in contact met ‘de echte wereld’. De socialiserende functie van het onderwijs om jongeren met verschillende achtergronden te leren met elkaar om te gaan, komt hierdoor onder druk te staan.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan José Mulder (kennismakelaar Kennisrotonde).


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.