Is het gebruik van een persoonlijk ontwikkelplan of persoonlijk actieplan effectief voor verbetering van motivatie en leeruitkomsten van mbo-studenten?

Portfolio-instrumenten zoals een persoonlijk ontwikkelplan of persoonlijk actieplan kunnen positieve effecten hebben op motivatie, zelfreflectie en zelfregulerend leren, maar alleen als studenten hierbij individuele begeleiding krijgen. De begeleiding moet van voldoende kwaliteit en intensiteit zijn, waarbij de student centraal staat, niet het instrument. Cruciaal is dat de begeleider de student ondersteunt in de ontwikkeling van zelfsturende vaardigheden.

Gepubliceerd:

© Monkey Business Images / Shutterstock

Het mbo zet voor loopbaanbegeleiding en -oriëntatie verschillende instrumenten in. Een daarvan is het persoonlijk ontwikkelingsplan (POP), vaak vergezeld van een persoonlijk actieplan (PAP). In het POP reflecteert de student op zijn of haar vaardigheden en competenties, en stelt aan de hand daarvan leerdoelen vast. In het PAP zet de student uiteen met welke acties hij of zij de leerdoelen kan bereiken en welke afspraken er met docenten of begeleiders gemaakt zijn.

Positieve opbrengsten POP onder voorwaarden

Er is geen onderzoek bekend naar de relatie tussen de inzet van een POP op studieresultaten van mbo-studenten. Wel naar effecten op loopbaancompetenties, opleidingskeuzes, leermotivatie en zelfregulerend leren. Uit deze onderzoeken komt een duidelijke boodschap naar voren: portfolio-instrumenten zijn alleen effectief en zinvol als de student hierin voldoende wordt begeleid. Het gaat dan om individuele ondersteuning door een studieloopbaanbegeleider, docent of andere begeleider.

Veel studenten beschikken nog niet over de juiste competenties om zelfstandig te kunnen reflecteren op hun ambities, kwaliteiten en motieven. Daardoor ervaren ze instrumenten als het POP als weinig zinvol. Ook kan het aantal reflectieopdrachten en het aantal op te stellen leerdoelen de betrokkenheid en motivatie van studenten negatief beïnvloeden.

Goed reflecteren leidt tot inzichten in het leerproces

Als studenten tot een goed reflectieproces komen, krijgen ze inzicht in wat ze moeten leren, hoe ze het beste leren en wat ze aan ondersteuning nodig hebben. Dit zijn voor studenten de eerste vereisten voor zelfregulerend zelfsturend leren. Vervolgens is het belangrijk dat studenten de uitkomsten van reflectie om kunnen zetten in verbeteracties. Daarvoor zijn aanvullende competenties nodig, zoals zelfvertrouwen, doorzettingsvermogen, initiatief nemen, gemotiveerd zijn om te leren en plannen.

Bij studenten niveau 1 en 2 zijn verschillende van deze competenties beperkt aanwezig. Echter, ook op de lagere mbo-niveaus zijn zelfreflectie en zelfregulerende vaardigheden door intensieve begeleiding tot op zekere hoogte aan te leren.

Goede begeleiding van studenten is een must

Kwalitatief goede begeleiding is dus cruciaal voor een zinvolle inzet van portfolio-instrumenten. Dat houdt in dat feedback en dialoog in het gesprek tussen begeleider en student centraal staan. De begeleider stelt vragen die de reflectie en zelfsturing stimuleren. Daarnaast is er een balans tussen directieve en niet-directieve begeleiding, afgestemd op de behoefte aan autonomie van de student. Deze balans heeft een positief effect op de leermotivatie. De ervaringen van de student bepalen de inhoud van de gesprekken, die vooral gericht zijn op de toekomst, en niet alleen op studieresultaten.

Ruimte voor persoonlijk contact kan een goede relatie tussen begeleider en student bevorderen. Het helpt wanneer de begeleider interesse toont en zich inleeft in de student. Het is nuttig om de professionele begeleiding te combineren met feedback van medestudenten. Studenten kunnen elkaar helpen om het reflectieproces goed op gang te brengen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Judith Conijn en Hajo Meijer (antwoordspecialisten) en Alexander Krepel (kennismakelaar Kennisrotonde). Zij hebben hiertoe Kariene Mittendorff (Hogeschool Saxion) geconsulteerd.


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Docenten kunnen zelfsturend leren onder mbo-studenten bevorderen. Dat kan door studenten de praktische relevantie van het leren duidelijk te maken en door reflectie te stimuleren. Daarnaast kunnen docenten zelfsturende vaardigheden onder studenten verhogen door directe instructie te combineren met het geven van advies. Mbo-studenten niveau 1 (entreestudenten) en niveau 2 lijken meer moeite met zelfsturend leren te hebben dan mbo-studenten niveau 3 en 4.

    Lees meer

    Studenten die reflecteren, kijken aan de hand van voor hen betekenisvolle ervaringen naar persoonlijke ambities, motieven en vervolgacties. Ze komen tot een bewust begrip van de situatie en beslissen wat ze aansluitend gaan doen. Docenten kunnen studenten daarbij ondersteunen door onder meer reflectieve vragen te stellen en te bevorderen dat alle fasen van het reflectieproces aan bod komen.

    Lees meer

    Geactualiseerd: september 2021

    Er bestaan meerdere varianten van gepersonaliseerd leren. De sturing van het leren kan volledig bij de leerlingen worden gelegd, waarbij zij zelf het leerproces ter hand nemen. Maar de sturing kan ook deels of volledig door de docent worden uitgevoerd. Of leerlingen de zelfsturing aankunnen, hangt onder meer af van hun kennis, ervaring en leeftijd. Bij veel tieners is volledig zelfstandig leergedrag (nog) niet ten volle waar te maken. De hersenfuncties die voor dit leergedrag nodig zijn, zijn nog in ontwikkeling. Zelfregulatie kan wel worden bevorderd door directe instructie, door gepaste feedback, door leerlingen te inspireren en uit te dagen, en door de sturing langzaamaan aan hen over te dragen. Een motiverende rol van de docent is daarbij een noodzakelijke voorwaarde.

    Lees meer