Onderzoekend en ontwerpend leren zijn actieve manieren van leren, waarbij vooral combinaties van leerkracht- en leerlingsturing effectief lijken. Leerkrachten zouden zich moeten richten op metacognitieve vaardigheden, sociale aspecten en conceptuele aspecten. Belangrijk is verder dat leerkrachten helder communiceren wat ze van leerlingen verwachten. Leerkrachten laten voorbeeldgedrag zien en werken samen met collega’s om onderzoekend en ontwerpend leren vorm te geven.
Motivatie tijdens het (online) leren van volwassen tweede taalleerders kan worden bevorderd als deelnemers van en over elkaar leren en toepassing in het dagelijks leven centraal staat. Hierbij is het belangrijk dat de deelnemers inhoud van buiten de les aandragen en daar gezamenlijk op reflecteren – ook tijdens online lessen. Docenten kunnen dit onder meer faciliteren via de flipped classroom-methode.
Voorlezen bij het leren van een vreemde taal heeft een positief effect bij beginnende en bij zwakke vreemde taalleerders. Het stimuleert het globale tekstbegrip en maakt deze leerlingen bewust van hoe de geschreven taal klinkt, inclusief intonatie en klemtoon. Voor het verwerven van leesstrategieën bij gevorderde vreemde taalleerders wordt voorlezen niet aangeraden.
Volwassenen met lage basisvaardigheden beschikken na deelname aan een leertraject over betere sociale vaardigheden. Ze worden assertiever en meer zelfwerkzaam. Verder ontwikkelen ze een positiever zelfbeeld. Als ouder krijgen ze een beter contact met hun kinderen en met school. Vooral de inzet van goede docenten, goede materialen en activiteiten, en transfermogelijkheden bevorderen de groei in sociale vaardigheden tijdens een leertraject. Ook betrokkenheid van de omgeving en ondersteuning van een vrijwilliger helpen.
Leerlingen leren spellen op verschillende manieren. Twee mogelijke hulpstappen zijn een woord eerst fonetisch opschrijven en dan de juiste regel toepassen, of het opschrijven van de spellingregel. Beide hulpstappen bevatten effectieve componenten: werken aan regelkennis en spellingbewustzijn. Het letterlijk weergeven van tekens van de klankstructuur, maakt voor leerlingen de toepassing van de spellingregels inzichtelijk. Of die werkwijze een meer of minder effectieve hulpstap is dan het opschrijven van de spellingregels, is niet bekend.
Leerkrachten kunnen leerlingen op verschillende manieren stimuleren om buiten school te leren. Dat kan door het begeleiden van buitenschoolse activiteiten, door in te spelen op de interesses van leerlingen en door buitenschoolse contexten toe te passen in het formele leren. Bij het leggen van een verbinding tussen schools en buitenschools leren moeten leerkrachten er voor waken het onderwijs ‘op te leuken’ en het buitenschoolse leren te ‘verschoolsen’.
Onderzoek naar kenmerken van het leren van vmbo-leerlingen in de verschillende leerwegen is bijna niet gedaan. Wel weten we dat vmbo’ers meestal minder talig en zelfstandig zijn dan havisten en vwo’ers en dat ze een negatiever zelfbeeld hebben. Tegelijkertijd zijn ze meer praktisch gericht en hebben ze een beter inlevingsvermogen. Het is belangrijk om vmbo’ers een realistische en afwisselende leeromgeving te bieden en hen motivatiestrategieën aan te leren.
Kinderen zijn op vierjarige leeftijd welkom op de basisschool; vanaf 5 jaar zijn ze leerplichtig. In het onderwijsbeleid wordt veel belang gehecht aan een soepele overgang van de voorschoolse periode naar de basisschool. De start op de basisschool verloopt echter niet voor alle kleuters optimaal. In drie delen hieronder staan aanpakken beschreven die zo’n soepeler overgang proberen te bewerkstelligen.
Een zeker vermogen tot samenwerken, communiceren en zelfregulatie is nodig om onderzoekend te kunnen leren. Of onderzoekend leren bijdraagt aan het verder ontwikkelen van die vaardigheden, is niet onderzocht. Ook is niet bekend hoe je onderzoekend leren specifiek in vmbo-t kunt inzetten. Wel weten we dat het belangrijk is dat leraren specifieke begeleiding geven tijdens in de fasen van onderzoekend leren, gericht op conceptuele, metacognitieve en sociale aspecten.
Leerlinggestuurd onderwijs gaat uit van de autonomie van leerlingen. Gevoel van autonomie is een van de factoren die bijdragen aan motivatie. Dit geldt voor alle leerlingen op alle niveaus. Andersom zet motivatie leerlingen ertoe aan hun eigen leerproces te sturen. Essentieel aspect van leerlinggestuurd onderwijs is dat leerlingen actief gebruikmaken van leerstrategieën; dat is gunstig voor hun motivatie en hun leerresultaten. Om zelfsturend vermogen te ontwikkelen en te versterken hebben leerlingen wel begeleiding nodig, ook op het vwo.