Wat zijn de effecten van aanpakken voor een soepele overgang van kinderen naar de basisschool, vooral op hun veiligheid, welbevinden en ontwikkeling?

Kinderen zijn op vierjarige leeftijd welkom op de basisschool; vanaf 5 jaar zijn ze leerplichtig. In het onderwijsbeleid wordt veel belang gehecht aan een soepele overgang van de voorschoolse periode naar de basisschool. De start op de basisschool verloopt echter niet voor alle kleuters optimaal. In drie delen hieronder staan aanpakken beschreven die zo’n soepeler overgang proberen te bewerkstelligen.

Gepubliceerd:

overgang

Leerkrachten positief over vaste instroommomenten

Om een soepeler overgang mogelijk te maken, is op zeven zogeheten regelluwe basisscholen ervaring opgedaan met flexibilisering van de leeftijd waarop kinderen naar school gaan. Een manier is het werken met een beperkt aantal instroommomenten per jaar, waardoor kinderen iets voor of iets na hun vierde verjaardag instromen. De betrokken leerkrachten zijn van mening dat dit een gunstige uitwerking heeft op het pedagogisch klimaat in de klas. Er is meer rust en stabiliteit, en kinderen voelen zich veilig. Volgens de leerkrachten komt dit doordat de leerlingen in een groepje beginnen en steun vinden bij elkaar. Vaste instroommomenten hebben volgens sommige leerkrachten ook voordelen voor de klassenorganisatie en differentiatie. Ze merken dat het werken op niveau en het bieden van maatwerk beter is te organiseren.

Vroeger beginnen vergroot kansengelijkheid

Ten behoeve van gelijke kansen zou de start op de basisschool drastisch vervroegd kunnen worden, bijvoorbeeld door kinderen al op driejarige leeftijd toe te laten. In Nederland is dat zeer ongebruikelijk. In andere Europese landen komt dit wel voor, zoals in België waar kinderen met 2,5 jaar naar het kleuteronderwijs kunnen. Op Franse scholen zijn kinderen zelfs vanaf twee jaar welkom. Een vroege start kan goed uitpakken voor de ontwikkeling van jonge kinderen, vooral voor anderstalige kinderen. Daarmee wordt de kansengelijkheid vergroot. Deelname aan een educatief aanbod vanaf drie jaar helpt de educatieve kloof te verkleinen tussen kinderen met verschillende sociaal-economische achtergronden.

Spelend leren belangrijk voor peuters en kleuters

Het werken met kleuters vraagt om een aangepaste pedagogische benadering. Veel kinderen van 4 jaar zijn nog niet toe aan gestructureerd onderwijs. In de eerste groepen is het daarom wenselijk om zo veel mogelijk ‘speels’ te leren, net zoals tijdens de peuterleeftijd. Om te bepalen of een kind toe is aan meer gestructureerde activiteiten, zijn naast de cognitieve ontwikkeling ook de sociaal-emotionele ontwikkeling en het gedrag belangrijk. Bij kinderen die zich vaker teruggetrokken of agressief gedragen of moeite hebben met structuur, blijken de prestaties namelijk achter te blijven.

Contact met ouders is essentieel

Bij de start op de basisschool is een goed contact met de ouders van het kind van belang. Dat geldt des te sterker als de schoolcultuur verschilt van de cultuur thuis. De school kan dit contact versterken door rekening te houden met de wensen en behoeften van ouders. Een goede samenwerking tussen school en ouders zorgt ervoor dat kinderen geleidelijk aan wennen aan de nieuwe situatie.

Geen bewijs voor het belang van de doorgaande lijn

Als het gaat om een soepele overgang tussen kinderopvang en basisschool wordt veelal gesproken over de doorgaande lijn. Dit wil zeggen dat de kinderopvang gegevens van kinderen overdraagt aan de basisscholen en dat professionals van beide instellingen met elkaar de pedagogisch-didactische werkwijze en het programma afstemmen.

Het belang van een doorgaande lijn voor de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen is echter niet bewezen. Onderzoek toont niet aan dat een betere afstemming tussen opvang en onderwijs hieraan bijdraagt. Ook onderzoek naar brede scholen en Integrale Kind Centra (IKC) levert weinig op, omdat in dit onderzoek weinig aandacht is besteed aan de effecten op jonge kinderen.

Flexibele overgang door brede scholen en IKC

De brede school zou de samenwerking met kinderopvang hechter maken, wat ten goede zou komen aan de ontwikkeling van kinderen. Of peuters en kleuters hiervan profiteren is echter niet aangetoond. Er zijn wel aanwijzingen voor positieve effecten op de sociaal-emotionele ontwikkeling van deelname aan gezamenlijke activiteiten van opvang en onderwijs voor de hele basisschoolperiode, maar er is geen specifiek onderzoek gedaan naar effecten op jonge kinderen.

Bij IKC’s staat de samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs centraal. De intensiviteit van die samenwerking varieert nogal. Bij ongeveer de helft van de IKC’s is sprake van ‘meerjarige afstemming’ of ‘structureel doorlopende ontwikkelingslijnen’. Vooral kinderen met een onderwijsachterstand hebben er profijt van als de samenwerking resulteert in meer onderwijs en de educatieve kwaliteit in orde is.

In zogenoemde proeftuinen van PACT is de samenwerking tussen kinderopvang en basisschool uitgebreid met zorginstellingen. Deze vorm van interprofessionele samenwerking heeft als doel een ‘inclusieve speelleeromgeving’ voor kinderen van 0 tot 6 jaar te realiseren. De meeste proeftuinen werden uitgevoerd in de context van een brede school of IKC. Het streven naar inclusie heeft resultaat gehad: het aantal verwijzingen naar specialistische hulp en onderwijs is afgenomen.

Voor- en nadelen van peuters en kleuters in één groep

Peuters en kleuters samenbrengen in één groep is een manier om de overgang naar de basisschool te versoepelen. Deze peuter-kleutergroepen – doorgaans bedoeld voor kinderen vanaf drieënhalf jaar – vergen een zwaarder klassenmanagement. De leerkracht moet aandacht hebben voor de verschillende vaardigheidsniveaus van leerlingen en ervoor zorgen dat alle leerlingen voldoende aandacht en instructie krijgen. De combinatiegroep opdelen in kleine groepjes stelt leerkrachten beter in staat in te spelen op de specifieke behoeften van de leerlingen.

Er zijn aanwijzingen dat combinatiegroepen voor 3- tot 5-jarigen minder gunstig zijn voor de cognitieve ontwikkeling van de oudste kinderen. Jongere kinderen daarentegen profiteren wel, vooral op taal, woordenschat en taakgericht gedrag. Wat de effecten zijn van combinatiegroepen op de sociale ontwikkeling, spel en conflicthantering is niet duidelijk.

Voorschoolse educatie onder regie van de basisschool lijkt veelbelovend

Een andere manier om de overgang naar de basisschool soepel te laten verlopen, is om peutergroepen onder regie van de basisschool te brengen, met een pedagogisch medewerker en leerkracht op de groep. In experimenten zijn positieve effecten gevonden op de ontwikkeling van kinderen, vooral voor executieve functies.

Bij deze opzet is samenwerking tussen pedagogisch medewerker en leerkracht een belangrijke factor. De taakverdeling tussen beiden moet gelijkwaardig zijn, maar niet gelijk. De leerkracht is eerstverantwoordelijk voor de didactische aanpak en het versterken van opbrengstgericht werken; de pedagogisch medewerker voor het kiezen van geschikte activiteiten voor peuters. Sterkere beroepsprofielen en een hoger opleidingsniveau kunnen zorgen voor een verbetering van de educatieve kwaliteit.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Anne Luc van der Vegt (kennismakelaar Kennisrotonde).


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Differentiatie van de instructie op basis van vaardigheidsniveau leidt doorgaans tot betere taal- en leesvaardigheid dan instructie in een groep met uiteenlopende niveaus. Vooral gemiddelde en laagpresterende kleuters profiteren hiervan. Voorwaarde voor goede leeropbrengsten is wel een goed klassenmanagement. Over het effect van instructiegroepering op rekenvaardigheid in de kleutergroepen is weinig bekend.

    Lees meer

    Onderwijs in combinatiegroepen 1-2 lijkt minder gunstig te zijn voor de cognitieve ontwikkeling van kleuters, vooral de oudere kleuters in de groep. Voor oudere kleuters zijn aparte jaargroepen beter. Het verschil zit hem in de instructietijd en de kwaliteit van interacties tussen leerkracht en leerlingen, die zijn beter in jaargroepen dan in combinatiegroepen. De effecten van combinatiegroepen op de sociale ontwikkeling zijn niet eenduidig. Sommige onderzoeken vinden geen verschil met jaargroepen. Volgens ander onderzoek hebben combinatiegroepen een positieve invloed op het spel van leerlingen en zijn er minder conflicten dan in jaargroepen.

    Lees meer