Over harde effecten van schooltijden op de cognitieve en niet-cognitieve resultaten van leerlingen is weinig te zeggen. Wel zijn ervaringen van schoolleiders en leerkrachten bekend. Zo menen zij dat rust en regelmaat een groot voordeel zijn van niet-traditionele schooltijdenmodellen. Vooral het vijf-gelijke-dagenmodel kan volgens hen leiden tot effectievere onderwijstijd en daarmee tot betere leerresultaten van leerlingen. Langere schooldagen voor jonge leerlingen zijn niet per se belastender dan traditionele schooltijden.
Voor het begeleiden van de doorstroom van studenten in het beroepsonderwijs zijn een professionele dialoog in het docententeam en een goede dialoog tussen docent en student van belang. Kenmerkend voor de professionele dialoog zijn aandacht voor vaste richtlijnen en niveaus van beoordeling, versterking van pedagogisch leiderschap en vergroting van pedagogische kennis. Procesmatige feedback van docenten lijkt ervoor te zorgen dat studenten een beroepsidentiteit verkrijgen en dat hun beroepsontwikkeling wordt bevorderd, hetgeen de doorstroom ten goede komt.
De motivatie van mbo-studenten tijdens praktijkopdrachten kan door vier interventies worden bevorderd. Docenten bieden de student ondersteuning door scaffolding en reflectie, gecombineerd met feedback. Studenten werken samen aan praktisch relevante doelen. Het realiseren van praktijkgerichte experimenteerruimte tijdens het leren. En aandacht schenken aan succes en leerresultaten van studenten.
Integratie van schoolculturen is een proces van jaren. Het vraagt om een goede voorbereiding, geleidelijke stappen en een lange adem. Belangrijk bij integratie is om recht te doen aan cultuurverschillen uit het verleden, bijvoorbeeld door functionele tradities te behouden. Werken aan een cultuur voor de toekomst kan door nieuwe tradities te introduceren en door samenwerking rond een nieuw onderwijsconcept of thema.
Vier voorwaarden lijken voor een succesvolle pedagogisch-didactische aanpak van het verkeersonderwijs te kunnen zorgen. Een combinatie van theorie en praktijk maakt verkeersonderwijs effectief, zodat basisschoolleerlingen veiliger gedrag vertonen op de weg. Daarnaast is ervaring opdoen in de praktijk belangrijk. Het betrekken van leerlingen bij het ontwikkelen van het programma draagt bij aan de effectiviteit. Ten slotte lijkt het belangrijk dat leerlingen professionele begeleiding krijgen in een kleine groep.
Een effectieve aanpak om te differentiëren lijkt los te staan van de keuze voor thematisch of niet-thematisch werken. Uit onderzoek is niet bekend of thematisch werken een goede context is voor differentiatie in het speciaal onderwijs. Wat wel helpt om leerlingen in het speciaal onderwijs maatwerk te bieden is: meer leertijd, begeleid spel, directe instructie, Response to Intervention en formatief handelen.
Het is mogelijk om met inzet van augmented reality (AR) en virtual reality (VR) het onderwijs zo in te richten dat dit een positief effect heeft op de motivatie van mbo-studenten. Bij AR zijn verschillende technologische, pedagogische en didactische kenmerken van belang, zoals gebruikersinterface en interactie, activiteiten en ervaringen, ondersteuning en toetsing. Het is niet bekend of er een blijvend positief effect is van AR en VR op de motivatie als het onderwijs deze technieken structureler en langduriger inzet.
Teamteaching heeft een positief effect op het belang dat leerkrachten hechten aan samenwerking en op het vertrouwen van leerkrachten in hun eigen capaciteiten om samen te werken. Ook helpt teamteaching om minder ervaren leerkrachten gelijkwaardigere samenwerkingspartners te laten worden. Gedurende het proces moeten teamleden blijven communiceren over de visie op het onderwijs, de rolverdeling en de lespraktijk. Randvoorwaarden voor teamteaching zijn openheid, vertrouwen, respect en gelijkwaardigheid.
Het directe instructie-model is een zeer effectieve werkwijze bij onderwijs in taal, rekenen en zaakvakken. Dit geldt ook voor het onderwijs aan de jongste leerlingen. Directe instructie-programma’s voor beginnende geletterdheid en beginnende gecijferdheid hebben een positieve invloed op de ontwikkeling van leerlingen. Deze is enkele jaren later nog meetbaar. Begeleid spel is eveneens zeer belangrijk voor de ontwikkeling van jonge leerlingen, zeker in combinatie met directe instructie.
Leerlingen vanaf de middenbouw van de basisschool leren waarschijnlijk van digitale huiswerkoefeningen voor rekenen en taal; misschien zelfs meer dan van papieren huiswerk. De oefeningen moeten wel aansluiten bij het niveau van de leerlingen. Verder is het belangrijk dat leerlingen voldoende leertijd besteden aan het werken met het programma. Ook moeten ze onmiddellijk feedback krijgen op hun antwoorden. Leerkrachten die goed gebruikmaken van de informatie uit het programma behalen een hoger leerrendement met hun leerlingen.