Scholen voor speciaal onderwijs (so) zetten om verschillende redenen thematisch werken in als kapstok voor hun onderwijs. Met thema’s als mijn huis, mijn lijf, reizen en natuur, kunnen leraren aansluiten bij de belevingswereld van kinderen en voortbouwen op hun interesse.
Met thematisch werken kunnen bepaalde lesonderwerpen meer geïntegreerd en los van bestaande lesmethoden aan de orde komen (binnen de kerndoelen), waardoor leerlingen er vaker aan kunnen werken. Zo komt bijvoorbeeld taalvaardigheid in bestaande lesmethoden Natuur niet voor, maar je kunt er binnen een themaperiode Natuur wel aandacht aan besteden.
Geen bewijs voor effectiviteit thematisch werken op differentiatie
In de divers samengestelde groepen in het speciaal onderwijs is gedifferentieerd werken erg belangrijk. De vraag is of thematisch werken helpt om inhoud en niveau van het onderwijs op maat aan te bieden aan leerlingen, om te differentiëren dus. Uit onderzoeken blijkt niet dat thematisch werken positief of negatief bijdraagt aan leerresultaten van leerlingen in het so. Thematisch werken lijkt niet per se geschikt of ongeschikt als context om effectief te differentiëren.
Vijf manieren om effectief te differentiëren in het speciaal onderwijs
Wel komt naar voren wat een geschikte aanpak is om te differentiëren in het so. Het gaat onder andere om:
- Meer leertijd: leerlingen die minder gemakkelijk leren of achterstanden hebben, hebben over het algemeen baat bij extra leertijd. De aandacht die de leerkracht in de les voor (individuele) leerlingen kan hebben, is echter begrensd. Alternatieve manieren om leerlingen met achterstanden meer leertijd te bieden zijn: pre-teaching, tutoring en werken met digitale adaptieve programma’s.
- Begeleid spel: specifiek voor heel jonge kinderen is begeleid spel effectief om aan leerdoelen te werken, vooral voor leerlingen die extra taalstimulering nodig hebben. Bij spelbegeleiding is het belangrijk om het initiatief bij de leerling te laten en daarbij aan te sluiten. Als leraar kun je het best meespelen en open vragen stellen met onderwijsdoelen (taalontwikkeling) in het achterhoofd.
- Directe instructie: een leraar-gestuurde instructievorm waarbij gebruikgemaakt wordt van begeleide inoefening en zelfstandige verwerking bij leerlingen. Vooral leerlingen in het speciaal onderwijs leren daar veel van. Daarbij moeten leraren rekening houden met de cognitieve belasting van het werkgeheugen van (individuele) leerlingen. Dat betekent: grote taken verdelen in kleinere taken, stof dagelijks herhalen, de moeilijkheidsgraad van taken opbouwen (met hints waar noodzakelijk) en stappen voor probleemoplossing modelleren.
- Response to Intervention (RtI): een aanpak waarbij de intensiteit en individualiteit van het onderwijs aangescherpt wordt als leerlingen op achterstand dreigen te komen. Er zijn grofweg drie intensiteiten: klassikaal, kleine groepjes en individueel. Voor kinderen in het basisonderwijs blijkt deze aanpak te helpen bij probleemgedrag. Ze komen tot betere prestaties, vooral op het gebied van leesvaardigheid.
- Formatief handelen: samen met de leerling leerdoelen vaststellen, regelmatig de ontwikkeling toetsen en feedback geven. Over het effect ervan in het so is echter niet zo veel bekend. Experts zijn het erover eens dat formatief handelen helpt bij succesvol leren. Wel is het belangrijk om specifieke aandacht te besteden aan (de vaak onderschatte) zelfregulatievaardigheden van leerlingen in het so door hen goed te begeleiden.
Meer weten?
Lees het artikel Leidraad: Differentiatie als sleutel voor gelijke kansen op Onderwijskennis.nl
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Melissa van Amerongen en Niek van den Berg (kennismakelaars Kennisrotonde). Zij hebben hiertoe Anne Luc van der Vegt (expert differentiatie) geconsulteerd.