Vaste richtlijnen en niveaus voor beoordeling
Om de (sociale) competenties van studenten te kunnen beoordelen, moeten docenten en praktijkbegeleiders tijdens beroepsgericht leren op de werkplek een aantal richtlijnen in acht nemen. De te beoordelen competenties zijn duidelijk gedefinieerd (maar niet te gedetailleerd) en gerelateerd aan de context en aan specifieke taken. Daarnaast zijn de beoordelingsniveaus positief geformuleerd, begrijpelijk voor de studenten en geven ze vooruitgang weer. Bijvoorbeeld beginner (oké), geschoold (goed) en ervaren (heel goed).
Investeren in pedagogisch leiderschap
Om deze richtlijnen te kunnen hanteren, moeten docenten gezamenlijk meer investeren in hun pedagogisch leiderschap. Deze investering bestaat uit het delen van pedagogische praktijken en het organiseren van teamgerichte management- en leiderschapsactiviteiten. Verder realiseren docenten een gezamenlijk curriculum en gaan ze functionele relaties met het bedrijfsleven aan. In zogenoemde multiprofessionele begeleidingspraktijken werken ze samen met andere docenten en specialisten.
Investeren in pedagogische kennis
Daarnaast is gezamenlijk investeren in pedagogische kennis belangrijk. Het leerproces van de docenten zelf is vaak puur gericht op het beheersen van de overdracht van vaardigheden en kennis van het beroep. Ze vertrouwen veel op collega’s en doen geregeld dingen via trial and error, maar dit is niet voldoende. Om de begeleiding van studenten ook op dit punt te verbeteren, kan collegiale dialoog via bijvoorbeeld mentoring uitkomst bieden. Ook het samen werken aan leerplannen kan daaraan bijdragen.
Versterken van procesgerichte feedback en dialoog tussen docent en student
Vooral procesmatige feedback van docenten (feedback op het leerproces) zorgt ervoor dat studenten zich kunnen ontwikkelen. Zo verkrijgen studenten een beroepsidentiteit en wordt hun beroepsontwikkeling gestimuleerd, hetgeen een goede doorstroom bevordert. Om studenten goed te begeleiden, moet de feedback tijdens de lesactiviteiten zelf plaatsvinden; onder andere tijdens presentaties en tijdens groepswerk. Op die momenten nemen de docent en de student gezamenlijk het leerproces en resultaten door. De feedback is constructief van aard, zodat de student mede zelf zijn leerproces kan verbeteren.
Op dit vlak is veel te winnen. Bekend is dat de communicatie in het beroepsonderwijs tussen praktijkbegeleider, student en docent vaak geen dialoog is. Meestal gaat het over de succesvolste weg tot slagen in plaats van carrièreontwikkeling zoals ambities en kenmerken van een beroep. Docenten die getraind zijn in het voeren van een dialoog met studenten hebben meer vertrouwen om loopbaangesprekken aan te gaan.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Maurice de Greef (kennismakelaar Kennisrotonde).