Leerkrachten kunnen rapportcijfers, intelligentietests, observaties en gesprekken met betrokkenen gebruiken om vast te stellen welke leerlingen in aanmerking komen voor versnellen of verrijken. Het is daarbij belangrijk om meerdere van deze informatiebronnen te gebruiken. Dan krijgen zoveel mogelijk leerlingen de kans om te mogen versnellen en verrijken, en worden er geen leerlingen over het hoofd gezien.
Om onderpresteren, gebrek aan motivatie of probleemgedrag te voorkomen moeten leerlingen met begaafdheidskenmerken al van jongs af aan een passend onderwijsaanbod krijgen. Lesmethodes en werkvormen die compacten en verrijken hebben een positief effect op motivatie, welbevinden en gedrag. Als dit onvoldoende werkt, kan versnelling uitkomst bieden of het organiseren van onderwijs in plusklassen. Daarnaast zijn er specifieke aanpakken voor het stimuleren van executieve functies en sociaal-emotionele vaardigheden.
Het stimuleren van deeltijders om meer uren te gaan werken, lijkt de beste manier om met minder personeel dezelfde kwaliteit te bieden. Daarvoor is een daling van de werkdruk nodig. Scholen kunnen dit bereiken door een duidelijke taakdefiniëring, taakafbakening en herverdeling van werkzaamheden. Vier benaderingen hiervoor zijn: functiedifferentiatie, taakdifferentiatie, grotere eenheden en taakdefiniëring. Welke van deze benaderingen het effectiefst is om het tekort aan leerkrachten op te vangen, is niet te zeggen.
Het gebruik van metaforen zoals de leerkuil, lijkt een geschikte manier om het proces van leren aan leerlingen in het basisonderwijs uit te leggen. Metaforen maken het leerproces inzichtelijk. Het leerproces voor leerlingen visualiseren, draagt bij aan het kunnen doorlopen en volbrengen van een leerproces dat resulteert in diepgaand leren. De leerkracht moet dan tevens duidelijkheid bieden over leerintenties en leerdoelen, op zowel de taak als op het vergroten van de veerkracht van leerlingen.
Kwaliteitskenmerken van schoolgebouwen, zoals de beheersing van luchtkwaliteit, (dag)licht, temperatuur en akoestiek hangen positief samen met leerprestaties van leerlingen. Hetzelfde geldt voor kleurgebruik en ruimtelijkheid. Of er een causale relatie is, valt op basis van onderzoek niet hard te maken. Overigens dragen de Arbowet en het Bouwbesluit bij aan de basiskwaliteit van schoolgebouwen. Hoe leerkrachten en leerlingen het gebouw gebruiken, is minstens zo belangrijk als het gebouw zelf.
Veel leraren hebben behoefte aan begeleiding om passend onderwijs te kunnen bieden aan leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften. Intern begeleiders kunnen hen helpen met handelingsgericht werken: een cyclische werkwijze die effectief is. Hoogbegaafde leerlingen zijn erbij gebaat als intern begeleiders aansturen op vroege signalering. Werken met een portfolio en een kort, verrijkt programma stimuleert ook hun ontwikkeling. Verder kunnen intern begeleiders inzetten op het wetenschappelijk onderbouwen en evalueren van nieuwe initiatieven.
Geactualiseerd: oktober 2024
Empirisch onderzoek naar de vraag hoe (hoog)begaafde leerlingen het beste begeleid kunnen worden door de leerkracht in een reguliere groep is schaars. Wel is gebleken dat compacten, versnellen en verrijken, positieve effecten hebben op de ontwikkeling van hoogbegaafde leerlingen. Ook geven experts aan dat effectief klassenmanagement met gedifferentieerde instructie en begeleiding bij zelfregulerend leren van belang zijn voor de ontwikkeling van (hoog)begaafde leerlingen.
Bij projectmatig werken leren leerlingen door (samen) te werken aan complexe en maatschappelijk relevante projecten. Het weinige beschikbare onderzoek geeft geen uitsluitsel over effecten van projectmatig werken op 21ste-eeuwse vaardigheden. Wel heeft projectmatig werken een gemiddeld tot groot positief effect op vakspecifieke leerprestaties, bijvoorbeeld taalvaardigheid.
Door formatieve toetsing krijgt de leerkracht zicht op waar NT2-leerlingen staan en wat zij nodig hebben in hun leerproces. De leerkracht kan het niveau van de leerlingen in kaart brengen door middel van opgaven, gesprekken en observaties. Vervolgens moet de leerkracht de leerlingen passende ondersteuning bieden. Bij talige rekenopgaven zijn feedback en scaffolding effectieve strategieën om leerlingen met onvoldoende taalkennis te ondersteunen.
Als docenten peerfeedback tussen studenten inbedden in het curriculum, komt dat de kwaliteit van de feedback ten goede. Verder moeten docenten bij de feedbackopdracht zorgen voor een heldere structuur met duidelijke verwachtingen en beoordelingscriteria. Voorwaarde is dat docenten ruim aandacht besteden aan de benodigde vaardigheden bij studenten, zoals het met elkaar in gesprek gaan over de feedback. Het is aannemelijk dat deze principes over de rol van de docent bij peerfeedback ook gelden in een online omgeving.