Voorlezen bij het leren van een vreemde taal heeft een positief effect bij beginnende en bij zwakke vreemde taalleerders. Het stimuleert het globale tekstbegrip en maakt deze leerlingen bewust van hoe de geschreven taal klinkt, inclusief intonatie en klemtoon. Voor het verwerven van leesstrategieën bij gevorderde vreemde taalleerders wordt voorlezen niet aangeraden.
NT2-leerlingen hebben doorgaans een beperktere Nederlandse woordenschat en daardoor problemen met begrijpend lezen. Ze zijn gebaat bij uitleg van woorden en instructie door de leerkracht. Om hun achterstand te verkleinen kunnen aanvullend leerkrachtonafhankelijke interventies worden ingezet. Effectief is een rijke taalleeromgeving met veel ruimte voor zelfstandig lezen en praten over boeken. Daarnaast kunnen leerlingen met behulp van multimedia hun woordenschat en tekstbegrip vergroten. Ook rolwisselend lezen, waarbij leerlingen ieder om de beurt hardop denkend lezen, bevordert tekstbegrip.
Leerlingen met dyslexie kunnen ook bij rekenen problemen ondervinden. Deels komt dat door tekortkomingen in de benoemsnelheid, het fonologisch bewustzijn en verbaal werkgeheugen. Directe instructie en aanvullende interventies kunnen helpen bij de automatisering van de basisbewerkingen. Onderzoek naar het effect van ondersteuningskaarten is niet bekend. Maar het aanbieden van geheugensteuntjes blijkt wel een effectieve ondersteuning te zijn, omdat die het opslaan en oproepen van informatie vergemakkelijken en het geheugen ontlasten.
Kennis van letternamen helpt bij het leren lezen en schrijven, en versterkt de klank-tekenkoppeling. Wanneer de bijbehorende letterklank niet aan het begin van de letternaam staat, kan er echter verwarring optreden. Dit is onderzocht bij kinderen; en het is aannemelijk dat het ook voor anderstalige volwassenen geldt. Instructie in kleine groepen kan helpen, deze levert grotere alfabetkennis op dan individuele instructie.
Een digitale spellingchecker kan een positief effect hebben op het herkennen en corrigeren van spelfouten. De autocorrectie is het meest effectief als het een mentale inzet van de leerling vraagt. Bijvoorbeeld als de leerling zelf de juiste spelling moet opzoeken in een type-in woordenboek. Bewezen effect op het inprenten van juiste spellingwijzen en spellingvaardigheid in het algemeen is er niet. Autocorrectie kan wel bijdragen aan betere kwaliteit van zelfgeschreven verhalen.
Geactualiseerd: 3 februari 2023
Jonge leerlingen die met blokletterschrift leren lezen en schrijven, kennen meer letters dan leerlingen die leren lezen met blokletterschrift en leren schrijven met verbonden schrift. Die laatstgenoemde groep is wel weer beter in spelling en zinsopbouw. Er lijken dus zowel voor- als nadelen te kleven aan het gebruik van verschillende scripts. Wat het betekent voor de cognitieve belasting van leerlingen met risico op laaggeletterdheid om met een ander script te leren lezen dan waarmee ze leren schrijven, is niet onderzocht.
Het beheersen van een tweede taal hangt af van de verblijfsduur en de frequentie van het gebruiken en horen van deze nieuwe taal, van de beheersing van de moedertaal en van taalangst. De leeromgeving en goed gekozen lesactiviteiten kunnen leerresultaten van volwassen NT2-ers positief beïnvloeden. Het gaat om een goed gekwalificeerde docent, authentieke lesactiviteiten en teksten, deelnemers in tweetallen laten leren en hen ook te laten lezen in de moedertaal.
Of een activiteit op de werkplek bijdraagt aan de taalontwikkeling van volwassen NT2-leerders is afhankelijk van de context. In zijn algemeenheid: activiteiten die aansluiten op de leerbehoeften van deelnemers vergroten de effectiviteit. Door een analyse van vereiste vaardigheden op de werkplek, is het mogelijk activiteiten daarop toe te spitsen. Het is van belang om alle partijen, ook de deelnemers, bij het leertraject te betrekken. Het is een pre als docenten ervaring hebben met het geven van taaltrajecten op de werkplek.
De spellingontwikkeling van leerlingen is gebaat bij systematische en expliciete instructie in letter-klankkoppelingen en spellingregels. Daarnaast hebben technisch leesonderwijs en woordbekendheid een positief effect op de spellingvaardigheid. Veelvuldige blootstelling aan meerlettergrepige woorden met een open lettergreep kan de spellingvaardigheid dus bevorderen. Er is echter geen specifiek onderzoek gedaan naar het eerder aanbieden van woorden met open lettergrepen in groep 3.
De Cito-LVS woordenschattoetsen zijn beperkt bruikbaar om de ontwikkeling van taalzwakke leerlingen te volgen. Ze zijn namelijk genormeerd op basis van een ‘gemiddelde’ groep leerlingen. Vaardigheidsscores zijn wel bruikbaar, als taalzwakke leerlingen toetsen van een lagere groep maken. Om de opbrengst van het woordenschatonderwijs te meten, is een methodegebonden toets meer geschikt.