Geactualiseerd: 3 februari 2023
Jonge leerlingen die met blokletterschrift leren lezen en schrijven, kennen meer letters dan leerlingen die leren lezen met blokletterschrift en leren schrijven met verbonden schrift. Die laatstgenoemde groep is wel weer beter in spelling en zinsopbouw. Er lijken dus zowel voor- als nadelen te kleven aan het gebruik van verschillende scripts. Wat het betekent voor de cognitieve belasting van leerlingen met risico op laaggeletterdheid om met een ander script te leren lezen dan waarmee ze leren schrijven, is niet onderzocht.
Gepubliceerd:
Lees het volledige rapport:
Gerelateerde vragen
Geactualiseerd: 10 januari 2024
Gerichte interventies kunnen bij leerlingen van vier tot acht jaar voor een betere leesvaardigheid zorgen. Vooral de didactiek en methoden, de leerkracht en de leeromgeving dragen bij aan het behalen van betere leesprestaties. Maar het precieze effect van (technisch) leesonderwijs is niet duidelijk, want ook kenmerken van leerlingen, hun thuissituatie en de school hebben invloed. Van laaggeletterdheid is feitelijk pas sprake als iemand geen initieel onderwijs meer volgt waar diegene zijn taalvaardigheidsniveau kan verhogen. Mede daardoor is een eenduidig verband tussen (technisch) leesonderwijs en de mate van geletterdheid niet vast te stellen.
Geactualiseerd: 3 februari 2023
De vorm van het blokschrift komt overeen met leesletters en is qua motoriek waarschijnlijk makkelijker aan te leren. Blokschrift lijkt ook bij beginnend leren lezen meer bij te dragen aan de ontwikkeling van de leesvaardigheid. In latere schooljaren is het verbonden schrift vaak beter leesbaar. Tegen het eind van de basisschool leidt een persoonlijk, gemengd handschrift tot het hoogste schrijftempo. Cognitief gezien scoren leerlingen met een hoge handschriftvaardigheid beter op spelling en stellen.