In groep 4 leren kinderen woorden schrijven die niet klankzuiver zijn: je schrijft ze niet zoals je ze hoort. Om de juiste schrijfwijze te automatiseren is het effectief om te werken aan het spellingbewustzijn van leerlingen. Ook onmiddellijke en informatieve feedback geven helpt om de juiste spellingwijze in te slijpen. Daarnaast blijkt uit onderzoek bij oudere leerlingen dat visuele preview, waarbij een dicteewoord eerst kort visueel wordt getoond, ook effectief is.
Erfelijkheid speelt een rol bij de ontwikkeling van bepaalde taalproblemen. Daarom hebben kinderen met een oudere broer of zus met een taalontwikkelingsstoornis een grotere kans op taalproblemen. Dit is vooral het geval als de oudere broer of zus een stoornis heeft die zich uit in een achterstand in grammatica, zinsopbouw en zinsformulering. Een achterblijvende woordenschat brengt geen verhoogd risico met zich mee op de ontwikkeling van taalproblemen bij een jonger broertje of zusje.
Docenten bevorderen de lees- en schrijfvaardigheden van mbo-studenten door effectieve strategieën en interventies in te zetten. Directe instructie en interactie tijdens de lessen kunnen zorgen voor een positieve leesattitude onder studenten. Dat geldt eveneens voor differentiatie en afnemende sturing door de docent. Observerend leren, waarbij studenten schrijftaken nabootsen en voorbeeldteksten met aanwijzingen krijgen, helpt studenten om zelf teksten te schrijven. De belangrijkste interventie op schoolniveau is integratie van taal- en vakonderwijs.
Leerkrachten die een nieuwe taalmethode willen, moeten op verschillende criteria letten. Een methode die bijdraagt aan de taalontwikkeling van leerlingen integreert de verschillende taalvaardigheden en biedt meerdere taalstrategieën aan. Verder zijn algemene kenmerken voor effectief onderwijs van belang bij de keuze van een nieuwe taalmethode. Dat zijn expliciete en doelgerichte instructie, leerlingen volgen en evalueren, maatwerk bieden en rekening houden met het werkgeheugen van leerlingen.
Voor jonge lezers zijn grote letters prettiger. Verder zijn voldoende afstand tussen de letters en een hoog contrast tussen letter en achtergrond van belang. Dit maakt het lezen makkelijker voor alle leerlingen, of ze nu dyslectisch zijn of niet. Verschillen tussen de meeste lettertypes zijn verwaarloosbaar. Speciale dyslexie-lettertypes zijn niet effectiever. Het is aan te bevelen standaard lettertypes te gebruiken in hun standaardinstelling. Of het lezen van een digibord verschilt van lezen van papier, is niet bekend.
Volgens interviews met onderwijsprofessionals kan extra inzet op NT2-onderwijs ervoor zorgen dat een veel groter deel van de studenten de Entree-opleiding succesvol afrondt. Of dit daadwerkelijk zo is, is niet onderzocht. Er is evenmin onderzoek gedaan naar het verschil in resultaten van tweedetaalleerders tussen NT1-onderwijs en NT2-onderwijs in de Entree-opleiding.
Leerlingen in groep 3 kunnen het goed aan om gelijktijdig in twee talen te leren lezen en schrijven. Het kan zelfs sneller gaan dan wanneer ze beide talen na elkaar leren. Dat geldt vooral voor talen die qua klank en alfabet op elkaar lijken. Er zijn geen nadelen. Het is het effectiefst als leerlingen op jonge leeftijd starten met tweetalig spreken en ouders de ontwikkeling stimuleren van de taal die de kinderen niet op school spreken. Daarnaast moeten leerkrachten beschikken over specifieke expertise over meertaligheid.
Vakoverstijgend onderwijs en vakkenintegratie dragen niet of nauwelijks bij aan leerprestaties in het voortgezet onderwijs. Daarom is ook niets te zeggen over de manier waarop vakoverstijgend onderwijs of vakkenintegratie meer of minder effectief zou zijn voor leerprestaties.
De taalontwikkeling in de vroege kindertijd heeft invloed op de taalvaardigheid op de basisschoolleeftijd. Daarom is signalering van taalproblemen op jonge leeftijd belangrijk. Ouders kunnen dan bijvoorbeeld geholpen worden een taalrijke thuisomgeving te creëren. Op tijd spraak- en taalproblemen aanpakken verbetert de communicatievaardigheden van kinderen. Taalinterventies op jonge leeftijd kunnen daadwerkelijk voor betere taalvaardigheid, zoals lezen, zorgen. Effecten op de schrijfvaardigheid zijn niet bekend.
Leerlingen leren spellen op verschillende manieren. Twee mogelijke hulpstappen zijn een woord eerst fonetisch opschrijven en dan de juiste regel toepassen, of het opschrijven van de spellingregel. Beide hulpstappen bevatten effectieve componenten: werken aan regelkennis en spellingbewustzijn. Het letterlijk weergeven van tekens van de klankstructuur, maakt voor leerlingen de toepassing van de spellingregels inzichtelijk. Of die werkwijze een meer of minder effectieve hulpstap is dan het opschrijven van de spellingregels, is niet bekend.