Deze kennisclip is mede mogelijk gemaakt door Ontwikkelkracht.
Scholen hebben veel keuzevrijheid om leermiddelen en methodes te kiezen. Bij de keuze van een nieuwe taalmethode dienen ze rekening te houden met kenmerken specifiek voor taalonderwijs en voor effectief onderwijs. Leerkrachten kunnen nagaan of een nieuwe methode aan deze kenmerken voldoet.
Integreren deelvaardigheden en aanleren taalstrategieën
Een taalmethode die effectief bijdraagt aan de taalontwikkeling van leerlingen in het basisonderwijs integreert verschillende taalvaardigheden en omvat het aanleren van taalstrategieën. Dit zijn twee kenmerken die specifiek gelden voor taalonderwijs.
Leesvaardigheid, mondelinge en schriftelijke vaardigheden beïnvloeden en versterken elkaar. Taalmethodes waarbij bijvoorbeeld lezen en schrijven geïntegreerd aan bod komen, zijn gunstig voor de lees- en schrijfvaardigheid van basisschoolleerlingen. Daarnaast is het effectief om taalonderwijs te integreren met zaakvakken. Er zijn aanwijzingen dat deze integratie zorgt voor betere prestaties van leerlingen in zowel taal als zaakvakken.
Bij de verschillende deelvaardigheden zijn taalstrategieën effectief voor de taalontwikkeling van leerlingen; vooral als leerlingen deze strategieën leren gebruiken. Luisterstrategieën zorgen er bijvoorbeeld voor dat basisschoolleerlingen hun luistervaardigheden ontwikkelen. Leesstrategieën hebben een positief effect op de leesvaardigheid en schrijfstrategieën zijn een effectief hulpmiddel bij het geven van schrijfonderwijs.
Vier algemene kenmerken van effectief onderwijs
Daarnaast moet een schoolteam bij een nieuw te kiezen taalmethode rekening houden met algemene of generieke kenmerken van effectief onderwijs. Het gaat dan om expliciete en doelgerichte instructie, leerlingen volgen en evalueren, maatwerk aan leerlingen bieden en rekening houden met het werkgeheugen van leerlingen.
Expliciete en doelgerichte instructie
Bij effectief onderwijs hoort expliciete en doelgerichte instructie. Leerkrachten benoemen duidelijk het doel van een bepaalde vaardigheid, zoals een luister- of een spreekdoel. Ook geven zij instructie die past bij dat doel. Daarnaast hebben leerlingen activering van hun voorkennis, oefening en feedback nodig om alle aspecten van taalvaardigheid goed te kunnen ontwikkelen.
Leerlingen volgen in hun ontwikkeling
Om de ontwikkeling van leerlingen goed in beeld te krijgen, is het van belang dat leerkrachten hen via meerdere methodes volgen en evalueren. Dat kan bijvoorbeeld door toetsen, observaties en zelf- of peerevaluaties. Alleen afgaan op toetsgegevens geeft leerkrachten onvoldoende beeld van de ontwikkeling van leerlingen. Bepaalde vaardigheden zijn bovendien te complex om in één (soort) toets te vangen, zoals begrijpend lezen.
Maatwerk bieden
Maatwerk bieden aan leerlingen gebeurt op basis van uitkomsten op toetsen, observaties en evaluaties. Leerkrachten kunnen leerlingen een verschillend aanbod in taken en activiteiten aanbieden, of bepaalde leerlingen meer of minder ondersteuning geven. Een taalmethode moet dus voldoende mogelijkheden bieden om te kunnen differentiëren.
Werkgeheugen van leerlingen
Leermiddelen moeten geen onnodige belasting van het werkgeheugen van leerlingen vragen. Het kost leerlingen minder inspanning wanneer ze informatie via verschillende zintuigen kunnen verwerken en als de vormgeving rustig en overzichtelijk is. Een combinatie van gesproken tekst en beeld verwerkt een leerling op twee verschillende manieren, namelijk auditief en visueel. Daarentegen moeten leerlingen geschreven tekst en een plaatje beiden visueel verwerken en dit kost extra inspanning. Ook onnodige, decoratieve illustraties in leermiddelen kunnen het leerproces belemmeren.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Maartje Kouwenberg (kennismakelaar Kennisrotonde).