Een schoolbibliotheek deel je waarschijnlijk het beste in op onderwerp om leesplezier te stimuleren. Zo vinden leerlingen makkelijker boeken die hen interesseren. Je kunt leerlingen helpen om een passend boek te kiezen met informatie over het leesniveau. Maar als het leesniveau leerlingen beperkt in hun keuze, kan dit leesplezier juist verkleinen. Leesplezier kan ook groeien als je leerlingen vrijblijvend begeleidt bij het kiezen van een boek en als je als leraar het goede voorbeeld geeft met positief leesgedrag. Het helpt als de schoolbibliotheek een actieve rol heeft in de school, bijvoorbeeld met leesactiviteiten en aandacht voor lezen in de klas.
Er is geen bewijs dat leerlingen beter met online kaarten kunnen werken als ze op de basisschool topografie hebben geleerd. Binnen het aardrijkskundeonderwijs leren leerlingen om online kaarten te lezen, analyseren en interpreteren. Topografische kennis speelt hierbij geen rol. Het is ook geen doel van topografie om beter te kunnen omgaan met online kaarten. Wel lijkt topografische kennis bij te dragen aan de ‘mentale wereldkaart’ van de leerling, als onderdeel van diens ‘geografisch besef’. Maar stevig bewijs hiervoor ontbreekt.
Door de leerkracht geleide spel- en bewegingsactiviteiten versterken de ontwikkeling van sociale vaardigheden van kinderen van drie tot zes jaar. Door kinderen herhaaldelijk en doelgericht te laten oefenen met sociale interacties, kunnen ze beter samenwerken, emoties reguleren en zich inleven in anderen. Activiteiten met muziek en instrumenten, én een interventieduur van twaalf weken hebben het grootste effect. Waaróm deze activiteiten precies werken, is niet bekend.
Basisscholen hebben veel ruimte om het vakgebied Natuur & Techniek zelf in te vullen. Daarom is het lastig voor pabo’s om beginnende leerkrachten voor dit vakgebied op te leiden. Pabo’s kunnen studenten helpen door vakkennis en vakdidactiek voor N&T in samenhang aan te bieden. Beginnende leerkrachten kunnen meer succeservaringen opdoen door laagdrempelig te oefenen met vakdidactiek, door vakinhoud concreet te maken en didactiek en inhoud met medestudenten en opleiders te bespreken. Daardoor groeit hun zelfvertrouwen om N&T te geven.
Docenten kunnen ervoor zorgen dat hun leerlingen zich competenter voelen bij het lezen, luisteren en schrijven van vreemde talen. Dat doen ze vooral door expliciete instructie te geven in zelfregulerende leerstrategieën als planning, monitoring en evaluatie.
De abacus, een rekenraam met kralen, lijkt een effectief middel om kinderen in het basisonderwijs te leren cijferen binnen de Aziatische context. Langdurig oefenen met de abacus kan bijdragen aan een beter begrip van de plaatswaarde van cijfers en rekenbewerkingen. De effectiviteit hangt af van de leeftijd en voorkennis van leerlingen, hun visueel-ruimtelijk werkgeheugen en van de vaardigheid van de leerkracht. Bovenstaande blijkt uit internationaal onderzoek. Of deze effecten ook voor Nederland gelden is onduidelijk.
Prentenboeken voorlezen aan kleuters heeft een licht positief effect op hun reken-wiskundig begrip, blijkt uit onderzoek. Vooral als de kleuters ook reken-wiskundige activiteiten uitvoeren die te maken hebben met het gekozen boek. Voorlezen is dus een leuke én zinvolle manier om te communiceren over rekenen-wiskunde. Het gaat hierbij om prentenboeken met bedoelde en onbedoelde reken-wiskundige elementen in tekeningen of beschrijvingen van situaties.
Oefensoftware kan leerlingen helpen om beter te automatiseren bij rekenen, al zijn de effecten gemiddeld genomen bescheiden. Het voordeel zit vooral in de didactische kenmerken die in veel oefensoftware zijn ingebouwd: leerlingen krijgen veel sommen en directe feedback aangeboden, en makkelijke en moeilijke opgaven worden afgewisseld. De grootste winst ontstaat wanneer leerlingen digitaal oefenen combineren met oefenen op papier.
Er zijn aanwijzingen uit internationaal onderzoek dat cultuureducatie kan bijdragen aan een aantal sociaal-emotionele vaardigheden van leerlingen in het speciaal onderwijs. Het gaat bijvoorbeeld om samenwerken, zelf beslissingen nemen, jezelf uiten en je verplaatsen in anderen. Deze competenties vallen voor een deel ook onder burgerschap. Of cultuureducatie specifiek in het Nederlandse vso de sociaal-emotionele vaardigheden en burgerschapscompetenties van leerlingen bevordert, is onduidelijk. Daar is (nog) geen onderzoek naar gedaan.
Gescheiden onderwijs voor jongens en meisjes heeft geen duidelijke invloed op genderstereotyperingen bij leerlingen ten opzichte van gemengd onderwijs. Voorstanders die denken dat gescheiden onderwijs genderstereotypen kan doorbreken én tegenstanders die juist vrezen dat het stereotypen versterkt, krijgen allebei geen steun uit onderzoek. Wel zijn er subtiele leeftijdsgebonden verschillen in leerprestaties tussen beide onderwijsvormen.