Antwoorden op onderwijsvragen

De Kennisrotonde beantwoordt onderwijsvragen op basis van kennis uit onderzoek. De antwoorden helpen jou om wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken in de praktijk. Heb je niet gevonden waar je naar op zoek bent? Stel dan zelf jouw onderwijsvraag!

248 resultaten

    Toetsen die in eerste instantie summatief zijn ingezet, kunnen vervolgens ook prima een formatief vervolg krijgen. Het maken van (oefen)toetsen blijkt de prestaties van vo-leerlingen op een latere toets te kunnen verbeteren. Verder kan het in groepjes nabespreken van een toets een positief effect hebben op de prestaties van vo-leerlingen op een latere vergelijkbare toets. Ook analyse van toetsvragen als huiswerkopdracht blijkt een effectief middel om studenten beter te laten presteren op een latere vergelijkbare toets.

    Lees meer

    Er is geen onderzoek gevonden naar effecten van feedback vragen door een leerkracht aan leerlingen en deze feedback vervolgens benutten om het pedagogisch-didactisch klasklimaat te verbeteren.

    Lees meer

    Het is aannemelijk dat onderwijs op een zeer kleine school geen negatief effect heeft op de sociale vorming van een leerling. Dat is in die specifieke context weliswaar niet onderzocht, maar valt af te leiden uit onderzoek naar de gevolgen van thuisonderwijs. Die situatie vertoont duidelijke verwantschap met de situatie op zeer kleine scholen met maximaal vijf leerlingen. Leerlingen die les krijgen op zeer kleine scholen ontwikkelen hun sociale vaardigheden even goed als leerlingen op reguliere scholen, mits sociale interacties met leeftijdgenoten buiten de school om worden gefaciliteerd.

    Lees meer

    Extra geld voor onderwijs leidt gemiddeld genomen tot hogere onderwijsopbrengsten. In het basis- en voortgezet onderwijs verbeteren de toetsresultaten, is er meer doorstroom naar vervolgonderwijs en halen meer leerlingen hun diploma. De financiële middelen worden voornamelijk ingezet voor kleinere groepen en klassen, huisvesting, meer onderwijstijd en lerarensalarissen.

    Lees meer

    Om leerlingen goed te ondersteunen in hun leerproces en om een veilig klas- en schoolklimaat te creëren, moet een docent in staat zijn tot goed pedagogisch handelen. Om dat handelen te meten en te evalueren, kunnen docenten verschillende instrumenten gebruiken. De belangrijkste zijn zelfrapportages en observaties. Daarmee kunnen docenten inzicht krijgen in onder meer opvattingen over lesgeven en leren, keuzes voor instructie, klassenmanagement, leerlingbetrokkenheid en wijze van communiceren.

    Lees meer

    Het aantal uren onderwijs in een schooljaar hangt in het voortgezet onderwijs licht samen met positieve leerprestaties. Dat geldt vooral voor instructietijd en uren binnen het reguliere curriculum. De lesweek onbeperkt uitbreiden is niet zinvol; tot ongeveer vier uur per week is er sprake van meeropbrengsten. Ook andere factoren spelen een rol in de relatie tussen onderwijstijd en leerprestaties, zoals de kwaliteit van de lessen en van de school, en de middelen die een school tot zijn beschikking heeft.

    Lees meer

    Sommige studies naar door scholen georganiseerde lunches tonen positieve effecten op leerresultaten; andere studies vinden geen effect. Positieve veranderingen in gedrag en cognitieve vaardigheden worden wel genoemd als mogelijke effecten van voedselprogramma’s, maar daar is geen bewijs voor. Het is dus onduidelijk of een door de school verzorgde lunch een positief effect heeft op leerprestaties, gedrag of cognitieve vaardigheden van leerlingen die anders niet lunchen.

    Lees meer

    Antwoordenboeken zonder nadere uitleg en ondersteuning van de leraar dragen onvoldoende bij aan leeropbrengsten. Dit komt omdat leerlingen de antwoordenboeken meestal niet of niet goed gebruiken. Doen ze dat wel, met ondersteuning, dan kunnen leerlingen de stapsgewijze uitleg van de lesstof beter gaan begrijpen en eenvoudige vaardigheden oefenen. Bij meer ingewikkelde opdrachten is het beter als leerlingen zélf de stap tussen het eigen antwoord en het norm-antwoord gaan overbruggen.

    Lees meer

    De vijfvingertest is een methode om leerlingen zelf te laten beoordelen of het boek dat zij kiezen, aansluit bij hun leesvaardigheidsniveau. Leerkrachten en bibliotheekmedewerkers zetten de vijfvingertest regelmatig in. Omdat onderzoek naar het effect van de vijfvingertest ontbreekt, kunnen er geen uitspraken gedaan worden over de geschiktheid van de methode.

    Lees meer

    Er is geen eenduidig bewijs dat kauwgom kauwen in de klas bijdraagt aan de leerprestaties van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Ook zijn resultaten wisselend of kauwgom kauwen bijdraagt aan cognitieve processen die leerprestaties verbeteren, zoals werkgeheugen. Er is het meest eenduidige bewijs dat kauwgom kauwen (jong)volwassenen helpt om hun aandacht vast te houden. Maar ook dan lijken andere, grotendeels nog onbekende factoren van invloed te zijn op het effect van kauwgom kauwen op leerprestaties en cognitieve processen.

    Lees meer