NT2-leerlingen kunnen bij de start van de basisschool moeite hebben met de uitspraak van Nederlandse klanken. Er lijkt echter geen specifieke of extra instructie of oefening nodig te zijn om de correcte uitspraak van het Nederlands aan te leren. Uitspraakfouten bij jonge kinderen verdwijnen in de loop van de tijd vanzelf, naarmate ze meer zijn blootgesteld aan de Nederlandse taal. Vooral tijdens de sensitieve fase – die loopt tot het einde van de puberteit – kunnen leerlingen een hoog beheersingsniveau behalen in de tweede taal.
Onderzoeken naar de effecten van lockdowns op taalontwikkeling laten een wisselend beeld zien. De sluiting van de kinderopvang werkte negatief uit op de spraak- en taalontwikkeling. De lockdown had invloed op hoeveel en hoe kinderen thuis werden voorgelezen, wat positief is voor de taalontwikkeling. Meer schermtijd heeft dan weer mogelijk een negatief effect. Al met al was het negatieve effect van lockdowns groter voor kinderen uit gezinnen met een lagere sociaal-economische status en voor risicogroepen.
Interactief voorlezen op school heeft een positief effect op de woordenschat en de spreekvaardigheid van leerlingen van verschillende leeftijden. Het is aannemelijk dat dit ook voor peuters op de peuterspeelzaal geldt. Leerkrachten kunnen bijdragen aan de effectiviteit van interactief voorlezen. Bijvoorbeeld door alle leerlingen er actief bij te betrekken, verdiepende vragen te stellen, feedback te geven en het taalgebruik af te stemmen op de leerling. Onderzoek naar effecten op de denkontwikkeling van peuters ontbreekt.
De invloed van thematisch werken op de ontwikkeling van kleuters is afhankelijk van twee factoren. Een samenhangend geheel van doelen, inhouden en activiteiten. En het pedagogisch en didactisch handelen van de leerkracht waarmee zij of hij het leren en de ontwikkeling van de kleuters actief ondersteunt en begeleidt.
De taalontwikkeling in de vroege kindertijd heeft invloed op de taalvaardigheid op de basisschoolleeftijd. Daarom is signalering van taalproblemen op jonge leeftijd belangrijk. Ouders kunnen dan bijvoorbeeld geholpen worden een taalrijke thuisomgeving te creëren. Op tijd spraak- en taalproblemen aanpakken verbetert de communicatievaardigheden van kinderen. Taalinterventies op jonge leeftijd kunnen daadwerkelijk voor betere taalvaardigheid, zoals lezen, zorgen. Effecten op de schrijfvaardigheid zijn niet bekend.
Probleemgedrag onder kinderen kan de gedragsontwikkeling belemmeren. Onder meer gezinsproblematiek, zoals relatieproblemen tussen ouders, scheiding en verschillende opvoedingsstijlen, kan dat probleemgedrag versterken. Een goede hechting tussen ouder en kind, en een sterke betrokkenheid van de ouder bij het kind lijken het probleemgedrag tegen te gaan. Verder kunnen de sociaal-economische status, en de faciliteiten en ondersteuning in de klas van invloed zijn op probleemgedrag onder kinderen.
Kinderen zijn op vierjarige leeftijd welkom op de basisschool; vanaf 5 jaar zijn ze leerplichtig. In het onderwijsbeleid wordt veel belang gehecht aan een soepele overgang van de voorschoolse periode naar de basisschool. De start op de basisschool verloopt echter niet voor alle kleuters optimaal. In drie delen hieronder staan aanpakken beschreven die zo’n soepeler overgang proberen te bewerkstelligen.
Ouderkamers dragen waarschijnlijk beperkt bij aan de ontwikkeling van kinderen. Belangrijker is het stimuleren van thuisbetrokkenheid, zoals samen voorlezen of praten over school. Als scholen graag de contacten tussen verschillende ouders willen stimuleren, moeten zij ouderactiviteiten zo organiseren dat deelname van zo veel mogelijk ouders mogelijk is, bijvoorbeeld door een goed tijdstip te kiezen. Het inzetten van leerlingen bij die activiteiten helpt daarbij.
Geactualiseerd: 28 oktober 2023
Er is veel aandacht in de wetenschappelijke literatuur voor de transfer van kennis. Er is echter geen empirisch bewijs dat onderwijskennis direct effect kan hebben op de onderwijspraktijk. Welke kenmerken van bijeenkomsten waar onderzoekers en leraren elkaar ontmoeten bevorderlijk zijn voor de transfer van kennis, is op basis van onderzoek dan ook niet te zeggen. Onderzoekers en onderwijsprofessionals zijn van mening dat het voor de transfer van kennis van belang is dat ze elkaar (geregeld) ontmoeten.
Uit Europees onderzoek naar voorschoolse educatie en opvang komt naar voren dat een startleeftijd tussen de twee en drie jaar oud het voordeligst is voor de cognitieve, sociale en taalontwikkeling van kinderen. In Noorwegen zijn de effecten onderzocht bij kinderen die al vanaf anderhalf jaar oud met een vve-programma starten. Deze jonge kinderen profiteren van de ontwikkelingsstimulering in kleine groepen. De effecten van ontwikkelingsstimulering in groepen hangen overigens sterk samen met de kwaliteit van de aangeboden voorschoolse educatie.