Bewegend leren heeft in het algemeen een positief effect op leeruitkomsten en op executieve functies. Dat het positief kan uitwerken op spellingsvaardigheid, wijst onderzoek naar het programma Fit en Vaardig uit. Behalve dat leerlingen bewegen tijdens de les, is dat effect mogelijk mede te danken aan de extra tijd die leerlingen besteden aan herhalen en automatiseren. Het is aannemelijk dat daarom ook zwakke spellers baat hebben bij bewegingsprogramma’s. Deze leerlingen werken bovendien direct na de beweegactiviteit geconcentreerder.
NT2-leerlingen hebben doorgaans een beperktere Nederlandse woordenschat en daardoor problemen met begrijpend lezen. Ze zijn gebaat bij uitleg van woorden en instructie door de leerkracht. Om hun achterstand te verkleinen kunnen aanvullend leerkrachtonafhankelijke interventies worden ingezet. Effectief is een rijke taalleeromgeving met veel ruimte voor zelfstandig lezen en praten over boeken. Daarnaast kunnen leerlingen met behulp van multimedia hun woordenschat en tekstbegrip vergroten. Ook rolwisselend lezen, waarbij leerlingen ieder om de beurt hardop denkend lezen, bevordert tekstbegrip.
Het stimuleren van deeltijders om meer uren te gaan werken, lijkt de beste manier om met minder personeel dezelfde kwaliteit te bieden. Daarvoor is een daling van de werkdruk nodig. Scholen kunnen dit bereiken door een duidelijke taakdefiniëring, taakafbakening en herverdeling van werkzaamheden. Vier benaderingen hiervoor zijn: functiedifferentiatie, taakdifferentiatie, grotere eenheden en taakdefiniëring. Welke van deze benaderingen het effectiefst is om het tekort aan leerkrachten op te vangen, is niet te zeggen.
Leerlingen met dyslexie kunnen ook bij rekenen problemen ondervinden. Deels komt dat door tekortkomingen in de benoemsnelheid, het fonologisch bewustzijn en verbaal werkgeheugen. Directe instructie en aanvullende interventies kunnen helpen bij de automatisering van de basisbewerkingen. Onderzoek naar het effect van ondersteuningskaarten is niet bekend. Maar het aanbieden van geheugensteuntjes blijkt wel een effectieve ondersteuning te zijn, omdat die het opslaan en oproepen van informatie vergemakkelijken en het geheugen ontlasten.
Het gebruik van metaforen zoals de leerkuil, lijkt een geschikte manier om het proces van leren aan leerlingen in het basisonderwijs uit te leggen. Metaforen maken het leerproces inzichtelijk. Het leerproces voor leerlingen visualiseren, draagt bij aan het kunnen doorlopen en volbrengen van een leerproces dat resulteert in diepgaand leren. De leerkracht moet dan tevens duidelijkheid bieden over leerintenties en leerdoelen, op zowel de taak als op het vergroten van de veerkracht van leerlingen.
Kwaliteitskenmerken van schoolgebouwen, zoals de beheersing van luchtkwaliteit, (dag)licht, temperatuur en akoestiek hangen positief samen met leerprestaties van leerlingen. Hetzelfde geldt voor kleurgebruik en ruimtelijkheid. Of er een causale relatie is, valt op basis van onderzoek niet hard te maken. Overigens dragen de Arbowet en het Bouwbesluit bij aan de basiskwaliteit van schoolgebouwen. Hoe leerkrachten en leerlingen het gebouw gebruiken, is minstens zo belangrijk als het gebouw zelf.
Sterke rekenaars hebben behoefte aan begeleiding op het leerproces en aan uitdagende leeractiviteiten. Activiteiten die een beroep doen op hun probleemoplossend vermogen. Door compacten en verrijken van de lesstof kan de leerkracht onnodige herhaling voorkomen en uitdaging aan deze leerlingen bieden. Daarnaast zijn frequente instructie- en feedbackmomenten van belang. Dit vereist differentiatie in de reguliere rekenles.
Veel leraren hebben behoefte aan begeleiding om passend onderwijs te kunnen bieden aan leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften. Intern begeleiders kunnen hen helpen met handelingsgericht werken: een cyclische werkwijze die effectief is. Hoogbegaafde leerlingen zijn erbij gebaat als intern begeleiders aansturen op vroege signalering. Werken met een portfolio en een kort, verrijkt programma stimuleert ook hun ontwikkeling. Verder kunnen intern begeleiders inzetten op het wetenschappelijk onderbouwen en evalueren van nieuwe initiatieven.
Een digitale spellingchecker kan een positief effect hebben op het herkennen en corrigeren van spelfouten. De autocorrectie is het meest effectief als het een mentale inzet van de leerling vraagt. Bijvoorbeeld als de leerling zelf de juiste spelling moet opzoeken in een type-in woordenboek. Bewezen effect op het inprenten van juiste spellingwijzen en spellingvaardigheid in het algemeen is er niet. Autocorrectie kan wel bijdragen aan betere kwaliteit van zelfgeschreven verhalen.
Geactualiseerd: oktober 2024
Empirisch onderzoek naar de vraag hoe (hoog)begaafde leerlingen het beste begeleid kunnen worden door de leerkracht in een reguliere groep is schaars. Wel is gebleken dat compacten, versnellen en verrijken, positieve effecten hebben op de ontwikkeling van hoogbegaafde leerlingen. Ook geven experts aan dat effectief klassenmanagement met gedifferentieerde instructie en begeleiding bij zelfregulerend leren van belang zijn voor de ontwikkeling van (hoog)begaafde leerlingen.