Wat zijn de onderwijsbehoeften van sterke rekenaars in het basisonderwijs en hoe kan het onderwijs aan deze leerlingen worden vormgegeven?

Sterke rekenaars hebben behoefte aan begeleiding op het leerproces en aan uitdagende leeractiviteiten. Activiteiten die een beroep doen op hun probleemoplossend vermogen. Door compacten en verrijken van de lesstof kan de leerkracht onnodige herhaling voorkomen en uitdaging aan deze leerlingen bieden. Daarnaast zijn frequente instructie- en feedbackmomenten van belang. Dit vereist differentiatie in de reguliere rekenles.

Gepubliceerd:

rekenen

Sterke rekenaars in het basisonderwijs zijn leerlingen die reken-wiskundetalent hebben en hoog presteren op reken-wiskundetoetsen. Deze leerlingen zien snel patronen in rekenkundig materiaal, leggen makkelijk verbanden en zien verschillen tussen diverse reken-wiskundeonderwerpen. Ook komen sterke rekenaars vlot tot nieuwe rekenkennis, hebben ze ruimtelijk inzicht en zijn ze creatief in oplossingsmogelijkheden.

Sterke rekenaars hebben belang bij signalering

Niet alle sterke rekenaars zijn heel actief in de reken-wiskundeles of scoren bovengemiddeld op reken-wiskundetoetsen. Dit kan te maken hebben met het onderwijsaanbod. Leerlingen gaan bijvoorbeeld onderpresteren als ze zich niet hoeven in te spannen of als de verveling toeslaat. Leerkrachten kunnen deze rekenaars signaleren door observaties van leerlinggedrag en gesprekken met leerlingen en ouders. Een andere signaleringsmanier is om alle leerlingen in een groep uitdagende opdrachten te geven. De sterke rekenaars komen dan als vanzelf bovendrijven.

Uitdaging, minder oefening en herhaling, en specifieke ondersteuning

Onderzoek naar onderwijsbehoeften van sterke rekenaars is beperkt. Er is meer bekend over onderwijsbehoeften van talentvolle en (hoog)begaafde leerlingen in het algemeen. Dat zijn behoefte aan uitdaging, minder oefening en herhaling, en ondersteuning op het leerproces.

Bied uitdaging

Consequente uitdaging is de belangrijkste ondersteuningsbehoefte van sterke rekenaars. Uitdaging van deze leerlingen leidt tot betere leerprestaties, meer vertrouwen in de eigen bekwaamheid en hogere motivatie. Een aantal weken werken met uitdagende probleemoplossingsopgaven heeft al een positief effect.

Schrap onnodige herhaling en oefening

Sterke rekenaars beheersen soms al bepaalde leerdoelen die in de reguliere reken-wiskundeles aan de orde komen. Daarnaast leren ze nieuwe reken-wiskundekennis en vaardigheden vaak sneller dan hun klasgenoten. Het schrappen van herhalingsopdrachten en oefening van lesstof kan verveling bij deze leerlingen voorkomen.

Ondersteun het leerproces

Verder hebben sterke rekenaars behoefte aan begeleiding bij het aansturen van het eigen leerproces. Sterke rekenaars maken reguliere taken vaak op de automatische piloot. Wanneer ze uitdagende opdrachten krijgen aangeboden, worden ze zich bewust van metacognitieve processen. Dan leren ze hoe een uitdagende taak aan te pakken.

Compacten en verrijken, en instructie en feedback zijn effectief

Kernbegrippen voor effectief onderwijs aan sterke rekenaars zijn compacten en verrijken, en instructie en feedback.

Compacten en verrijken zijn belangrijke strategieën om rekenonderwijs af te stemmen op sterke rekenaars. Bij compacten beperkt de leerkracht de reguliere leerstof tot de essentie. Door te compacten ontstaat er ruimte voor verrijkingsmateriaal. Uitdagende opdrachten spreken het (creatief) probleemoplossend denkvermogen van sterke rekenaars aan. Voorbeelden zijn opdrachten waarbij leerlingen meerdere mogelijke oplossingen moeten geven.

Sterke rekenaars hebben, net als andere leerlingen, instructie en feedback nodig om zich te kunnen ontwikkelen. In klassen waarop de instructie vaker is afgestemd op de onderwijsbehoefte van sterke rekenaars, behalen ze hogere leerresultaten. Daarnaast is het belangrijk dat leerkrachten specifieke feedback geven, afgestemd op leerdoelen die een sterke rekenaar nog niet beheerst.

Differentiatie

Instructie tijdens reguliere rekenlessen vereist differentiatie in afstemming op de onderwijsbehoeften van de individuele leerling. Een model dat hierbij kan helpen bestaat uit een cyclus van vijf stappen: achterhalen van de onderwijsbehoeften van leerlingen, stellen van gedifferentieerde doelen, geven van gedifferentieerde instructies, aanbieden van gedifferentieerde taken, en evalueren van de leerprogressie.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Eveline Schoevers (antwoordspecialist) en Sjerp van der Ploeg (kennismakelaar Kennisrotonde).


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Speciale voorzieningen buiten de klas voor (hoog)begaafde leerlingen hebben een positief effect op hun cognitieve prestaties. Zo bevorderen bijvoorbeeld verrijkingsprogramma’s het leerproces van begaafde leerlingen. Vooral contact met gelijkgestemden en uitdaging zijn hierbij belangrijk. Een deel van de begaafde leerlingen heeft hulp nodig bij ‘leren leren’, een vaardigheid die ze niet altijd vanuit zichzelf meester zijn.

    Lees meer

    Een aanzienlijk deel van de hoogbegaafde leerlingen presteert lager dan verwacht mag worden op basis van de intelligentie. Schattingen variëren van 15% tot 50%, afhankelijk van de definitie van onderpresteren. Onderpresteren bij hoogbegaafde leerlingen is al waarneembaar vanaf groep 2. In de hogere groepen neemt het onderpresteren toe. Om het onderwijs af te stemmen op hoogbegaafden is vroegtijdige onderkenning belangrijk. Naast organisatorische en inhoudelijke afstemming van het onderwijs is individuele begeleiding (mentoring) gewenst.

    Lees meer

    Geactualiseerd: 28 juni 2024

    Aparte activiteiten voor hoogbegaafde leerlingen hebben meestal een positief effect op hun prestaties. Niet voor alle domeinen en vakken leiden aanpassingen echter tot een verbetering. Goed onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen, en eigenlijk voor alle leerlingen, vraagt naast een focus op cognitieve prestaties ook om de juiste begeleiding en leraren met expertise op dit terrein. De benodigde begeleiding hangt af van de beginsituatie van de leerling. Onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen begint idealiter met het in kaart brengen van de cognitieve, sociaal-emotionele, en ontwikkel- en leervaardigheden. Als het onderwijs qua inhoud, organisatie en pedagogisch-didactische begeleiding hierbij aansluit, zijn (hoogbegaafde) leerlingen het best geholpen.

    Lees meer