Empirisch onderzoek naar de wijze waarop schoolbesturen bijdragen aan evidence-informed werken is nauwelijks beschikbaar. Het is wel bekend dat leraren en directies behoefte hebben aan bestuurlijke steun om evidence-informed te kunnen werken. Een gezamenlijke visie op evidence-informed werken is daarbij belangrijk. Daarnaast zijn tijd, faciliteiten, scholing en samenwerking met andere scholen ondersteunend.
Basisschoolleerlingen moeten tussen de 50 en 70 woorden per minuut correct kunnen lezen om een tekst goed te kunnen begrijpen. Als een leerling minder woorden per minuut leest, staat dit het tekstbegrip in de weg. De leerling is namelijk aan het einde van de regel alweer vergeten wat er aan het begin stond. Aandacht voor leestempo is dus belangrijk voor het technisch leesonderwijs. Maar tempo is niet belangrijker dan nauwkeurigheid; hier geldt dus: eerst goed, dan snel. Bij begrijpend lezen speelt niet zozeer het leestempo, maar vooral de woordenschat van leerlingen een belangrijke rol.
Modelling (een taak voordoen en de denkstappen verwoorden) lijkt vooral effectief als het bestaat uit drie samenhangende componenten: demonstreren, situeren en abstraheren. Je bevordert de effectiviteit als je je leerlingen daarbij hogere-ordevragen stelt die diep leren stimuleren. Datzelfde geldt voor laten zien hoe je omgaat met fouten of wat je moet doen als je vastloopt. Daarnaast moet de modelling aansluiten bij het niveau en de leerbehoeften van je leerlingen.
Het is niet duidelijk welke criteria scholen aan het einde van een heterogene brugperiode het beste kunnen gebruiken om leerlingen te plaatsen in het schooltype waar zij de grootste kans hebben op het behalen van een passend diploma. Onderzoek daarnaar ontbreekt. Toetsresultaten in het voortgezet onderwijs en het advies van de basisschool kunnen aanwijzingen geven, maar beide hebben beperkingen. Over andere criteria, zoals werkhouding en gedrag van leerlingen in de klas, is te weinig bekend.
Er zijn aanwijzingen dat jonge kinderen grammaticale regels kunnen leren uit expliciete, geïsoleerde grammatica-instructie. Bijvoorbeeld als ze een nieuwe taal leren. In hoeverre dit effectiever is voor de tweedetaalontwikkeling dan (alleen) impliciet leren is niet duidelijk. Of jonge tweedetaalleerders op de lange termijn profijt hebben van expliciete grammaticalessen, is ook niet met zekerheid te zeggen.
Het lijkt effectiever om leerlingen in de beginfase van het letteronderwijs, meerdere letters per week aan te bieden. Kinderen die in een hoger tempo letters leren, presteren beter op letterkennis, woordlezen en spelling. Doordat zij het alfabet in een relatief korte periode doorlopen, ontstaat er meer ruimte voor herhaling – cruciaal om letters te onthouden.
Voor de kennisontwikkeling van leerlingen is het belangrijk dat je als vakdocent inzicht hebt in de woordenschat van leerlingen en eventuele hiaten signaleert. Welke specifieke aanpakken daarvoor geschikt zijn, is uit onderzoek niet bekend. Wel zijn er aanknopingspunten uit studies naar woordenschattoetsing en woordenschatontwikkeling.
Leerkrachten in het primair onderwijs verzuimen vooral vanwege griep of verkoudheid en door mentale klachten. Een griepvaccinatie van leerkrachten kan het ziekteverzuim onder deze groep daarom terugdringen. Hoe je kunt zorgen voor minder verzuim door mentale klachten is minder duidelijk. Er is veel onderzoek gedaan naar preventieve maatregelen, maar die hebben meestal een klein of helemaal geen effect. Trainingen in probleemoplossend vermogen of stresshantering, mindfulness en meditatie lijken het meest zinvol.
Welke groepssamenstelling het beste werkt voor een veilig en stimulerend leerklimaat, is niet bekend. Jonge basisschoolleerlingen lijken wel te profiteren van een combinatieklas met oudere leerlingen, blijkt uit onderzoek. Ze scoren beter op taal- en rekentoetsen dan leeftijdsgenoten die niet in een combinatieklas zitten. Naarmate de leeftijd van leerlingen toeneemt en zij meerdere combinatieklassen doorlopen, verdwijnt het voordeel van combinatieonderwijs. Er zijn aanwijzingen dat verschillen in leerresultaten tussen leerlingen (mede) worden beïnvloed door de ervaring van de leerkracht.
Vlot en leesbaar kunnen schrijven met de hand is een belangrijke vaardigheid. Leerlingen oefenen deze vaardigheid in de bovenbouw van het po nauwelijks meer, terwijl dat dan juist heel effectief is. Er zijn verschillende schrijfoefeningen die helpen om vlotter en leesbaarder te leren schrijven. Het is effectief om schrijfoefeningen geregeld te herhalen, doelen te stellen en feedback te geven. Wanneer het schrijftempo van een leerling toch achterblijft, dan helpt het om schrijfoefeningen aan te passen aan de behoeftes van deze individuele leerling.