In het voortgezet onderwijs heeft klassenverkleining op zich geen sterke invloed op leerprestaties. Een kleine klas biedt wel voordelen die leraren kunnen benutten. Ze kunnen bijvoorbeeld instructie en feedback beter afstemmen op de individuele leerlingen. Gevarieerd, uitdagend onderwijs en goed georganiseerd samenwerkend leren hebben wel een positief effect op leerprestaties en dat is in een kleine klas beter te realiseren. Dat geldt ook voor scaffolding, een leerstrategie waarbij leerlingen zelfstandig nadenken en stapsgewijze instructie krijgen, passend bij hun ontwikkelingsniveau.
Docent-studentrelaties hangen samen met de sense-of-belonging van studenten. Belangrijk voor de kwaliteit van de relatie is dat docenten en studenten elkaar persoonlijk kennen en vertrouwen, en dat er sprake is van oprechte communicatie. Andere kwaliteitsaspecten zijn ondersteuning van het leerproces van studenten, en respect en gelijkwaardigheid. Veel interventies die de sense-of-belonging bevorderen, kunnen docenten op les- of individueel niveau toepassen en zijn daarom geschikt in de context van flexibilisering.
Leerkrachten kunnen op verschillende manieren effectieve feedback geven aan kleuters. Bijvoorbeeld door kleuters informatieve feedback op taken te geven, zoals het juiste antwoord of een aanwijzing voor de oplossing. Het is belangrijk om de feedback aan te bieden in gesproken tekst of simpele visuele vorm. Kleuters hebben het meest aan neutrale feedback gericht op de inhoud van de taak. Omdat kleuters vaak eenvoudiger vaardigheden leren, is feedback direct na een taak het effectiefst.
Er is enig bewijs dat een meertalig kind met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) meer baat heeft bij ondersteuning in alle talen die het spreekt dan bij ondersteuning in één taal. Aannemelijk is dat logopedisten die gespecialiseerd zijn in meertaligheid hierin uitkomst kunnen bieden. Voor een goede diagnostisering van een TOS is het van belang om een kind te testen in alle talen die het spreekt. Ook het proces van het taalleren moet in kaart worden gebracht.
Net als leerlingen die geletterd raken, moeten volwassen ongeletterde NT2-leerders op hetzelfde niveau en in dezelfde volgorde de basisbeginselen van geletterdheid leren. Voor beide groepen geldt dat aandacht voor fonemisch bewustzijn, woordenschatontwikkeling en leesstrategieën belangrijk is bij leren lezen. Daarbij moet de instructie wel zijn afgestemd op de belevingswereld van de doelgroep. Volwassen ongeletterde NT2-leerders hebben behoefte aan expliciete en systematische instructie in een voor hen betekenisvolle context.
Er zijn verschillende manieren die helpen om laaggeletterde volwassenen te bereiken. Dat zijn de doelgroep specificeren, samenwerking tussen organisaties en een passend aanbod creëren, op zowel inhoud als vorm. Daarnaast is het belangrijk om rekening te houden met belemmeringen die de doelgroep kan ervaren. Bij dit alles is duidelijke communicatie essentieel. Over effectieve manieren om laaggeletterde ouders te bereiken en hen te stimuleren mee te doen aan activiteiten om de eigen taalvaardigheid te vergroten, is niets bekend.
Cumulatief toetsen zorgt voor een betere beheersing van de lesstof. Dat komt doordat kennis die leerlingen vaker moeten activeren, beter in het geheugen wordt opgeslagen. De herhaling, en niet zozeer de stapeling van lesstof, zorgt voor het effect. Ook op de langere termijn – na anderhalf jaar – blijkt dat leerlingen de kennis die cumulatief is getoetst makkelijker uit het geheugen ophalen. Makkelijker dan kennis via losse toetsen.
Basisschoolleerlingen die een aantal jaren achtereen les krijgen van dezelfde leerkracht hebben daar profijt van. Het komt de leerprestaties en de relatie tussen leerling, leerkracht en ouders ten goede. Nadelen treden op als er een slechte match is in die relaties. Hoewel er geen specifiek onderzoek gedaan is naar hoe dit zit bij kleuters, valt er vanuit te gaan dat voor hen dezelfde uitkomsten gelden.
Een succesvolle reflectie op praktijkervaringen begint met een goede voorbereiding op school. Daarnaast moet er op de werkplek gelegenheid zijn om te reflecteren en moeten begeleiders toegerust zijn om studenten daarbij te ondersteunen. Het is belangrijk dat de doelstellingen van de reflectie duidelijk zijn voor studenten en begeleiders. Voorbeeldgedrag en reflectieve vragen van begeleiders zetten studenten aan om te leren reflecteren. Het helpt om de reflectie te structureren aan de hand van een vaste set vragen.
Een wisselende groepssamenstelling stimuleert een samenwerkingscultuur en biedt studenten kansen om relaties op te bouwen met verschillende medestudenten. Belangrijk hiervoor zijn een gevoel van sociale veiligheid en verbondenheid. Daarbij spelen de cultuur van de school en de kwaliteit van de relaties tussen studenten onderling en met docenten een rol. Ook de mate van ondersteuning die studenten krijgen is van belang. Er is geen onderzoek bekend over het effect van wisselende groepssamenstellingen op de sociale veiligheid in mbo-klassen.