Welke begeleiding is effectief om BOL-studenten in het mbo te laten reflecteren op praktijkervaringen tijdens de studie?

Een succesvolle reflectie op praktijkervaringen begint met een goede voorbereiding op school. Daarnaast moet er op de werkplek gelegenheid zijn om te reflecteren en moeten begeleiders toegerust zijn om studenten daarbij te ondersteunen. Het is belangrijk dat de doelstellingen van de reflectie duidelijk zijn voor studenten en begeleiders. Voorbeeldgedrag en reflectieve vragen van begeleiders zetten studenten aan om te leren reflecteren. Het helpt om de reflectie te structureren aan de hand van een vaste set vragen.

Gepubliceerd:

leerling-leraar interactie

Reflecteren op praktijkervaringen is voor mbo-studenten in beroepsopleidende leerwegen (BOL) een belangrijk onderdeel van hun opleiding. Zo kunnen ze onder meer dat wat ze op school hebben geleerd verbinden met de praktijk. Studenten komen dan tot meer inzichten en betere prestaties.

Mbo-studenten moeten leren reflecteren

BOL-studenten in het mbo zijn doorgaans te jong om goed te kunnen reflecteren. Ze hebben daarvoor taal- en executieve vaardigheden nodig en het vermogen te kunnen denken vanuit het eigen perspectief én dat van de ander. De ontwikkeling van deze vermogens duurt tot in de jongvolwassenheid. Het is dus belangrijk deze studenten te begeleiden om te leren reflecteren.

Onderzoek naar begeleiding bij reflecteren in het mbo is echter schaars. Studies in het hoger onderwijs leveren aanwijzingen daarvoor op, met de kanttekening dat mbo-studenten doorgaans nadrukkelijker begeleiding nodig hebben.

Duidelijkheid over doelen van reflectie helpt om leerdoelen te bereiken

Reflectie-activiteiten zijn effectiever wanneer begeleiders en studenten weten waartoe ze dienen en ze daar een gedeeld beeld bij hebben. Er zijn twee vormen van reflectie tijdens de opleiding te onderscheiden: taakreflectie en zelfreflectie.

Bij taakreflectie passen studenten theorie toe op hun eigen professionele handelen in de praktijk. Doelen hiervan zijn dat ze zich de theorie eigen maken en nieuwe kennis opdoen. Zo ontwikkelen ze hun handelingsrepertoire. Bij zelfreflectie kijken studenten meer naar vragen over hun persoonlijke ontwikkeling. Wie ben ik, wat wil ik, waar wil ik in groeien? Het doel is dat studenten meer controle krijgen over hun denken, motivatie en gedrag.

Voorbeeldgedrag en reflectieve vragen helpen bij reflectie

Werkbegeleiders en docenten verschillen in mogelijkheden om studenten te begeleiden bij reflectie tijdens het handelen (reflectie-in-actie) en achteraf (reflectie-op-actie).

Werkbegeleiders zijn vaker in de positie voor reflectie-in-actie, vooral als ze samen met studenten op de werkplek bezig zijn. Zij kunnen voorbeeldgedrag laten zien waar studenten zichzelf aan kunnen spiegelen. Als er gelegenheid is om het werk kort te onderbreken, kunnen werkbegeleiders reflectieve vragen stellen en zo studenten helpen om te bedenken hoe ze hun handelen direct bij kunnen stellen.

Docenten en werkbegeleiders kunnen studenten ook ondersteunen bij reflectie-op-actie. Het is dan echter lastiger om na te gaan wat er gebeurde, vooral als ze niet bij het handelen van de student aanwezig waren. Filmopnames kunnen dan uitkomst bieden.

Vaste vragen om reflectie te structureren

Een vaste set vragen kan helpen om de reflectie te structureren en bijvoorbeeld expliciet de relatie te leggen tussen praktijkervaring en theorie. Voorbeelden van reflectieve vragen zijn: Wat ging er goed? Wat ging er niet goed? Hoe heb je het aangepakt? Wat zou je de volgende keer anders doen?

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Niek van den Berg (kennismakelaar Kennisrotonde).


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Studenten die reflecteren, kijken aan de hand van voor hen betekenisvolle ervaringen naar persoonlijke ambities, motieven en vervolgacties. Ze komen tot een bewust begrip van de situatie en beslissen wat ze aansluitend gaan doen. Docenten kunnen studenten daarbij ondersteunen door onder meer reflectieve vragen te stellen en te bevorderen dat alle fasen van het reflectieproces aan bod komen.

    Lees meer

    Of kleuters al kunnen reflecteren op hun eigen leerproces hangt samen met drie factoren: hun taalvaardigheid, Theory of mind en executieve vaardigheden. Als deze goed zijn ontwikkeld, vergemakkelijkt dat de zelfreflectie. Kleuters kunnen het beste onmiddellijk na een activiteit reflecteren. Verder terugkijken is voor hen moeilijk, omdat hun episodisch geheugen daarvoor onvoldoende is ontwikkeld. Als hulpmiddel kunnen leraren een jonge leerling laten kijken naar een video waarin het kind zelf een bepaalde activiteit uitvoert. Daar kan de leerling dan vervolgens op reflecteren.

    Lees meer